Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 23c

HISTORISCH
  1. Ten behoeve van een aanhouding en het vervoer kan de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam of tot een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012 een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd en aan wie op grond van artikel 22 handboeien zijn aangelegd, blinddoeken indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:

    1. ontvluchting, of

    2. de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.

  2. Indien op grond van de feiten of omstandigheden van het geval redelijkerwijs gevaar voor ontvluchting van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd of gevaar voor de veiligheid van de persoon, van de ambtenaar of van derden, valt te vrezen, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een andere dan de aan te houden persoon handboeien aanleggen.

  3. Artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. Ten behoeve van een aanhouding en het vervoer kan de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam of tot een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012 een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd en aan wie op grond van artikel 22 handboeien zijn aangelegd, blinddoeken indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:

    1. ontvluchting, of

    2. de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.

  2. Indien op grond van de feiten of omstandigheden van het geval redelijkerwijs gevaar voor ontvluchting van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd of gevaar voor de veiligheid van de persoon, van de ambtenaar of van derden, valt te vrezen, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een andere dan de aan te houden persoon handboeien aanleggen.

  3. Artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren