Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 17 (Melden geweld)

HISTORISCH
  1. De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan zijn meerdere.

  2. De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de meerdere terstond vastgelegd op een daartoe door Onze Minister vastgestelde wijze.

  3. De melding, bedoeld in het tweede lid, wordt door de politiechef binnen 48 uur ter kennis gebracht van de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waarbinnen het geweld is aangewend, dan wel door de commandant van de Koninklijke marechaussee van de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken ingeval het een militair betreft, indien:

    1. de gevolgen van het aanwenden van geweld daartoe naar het oordeel van de politiechef of de commandant aanleiding geven,

    2. het aanwenden van geweld lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood heeft veroorzaakt, of

    3. gebruik is gemaakt van een vuurwapen en daarmee één of meer schoten zijn gelost.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan zijn meerdere.

  2. De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de meerdere terstond vastgelegd op een daartoe door Onze Minister vastgestelde wijze.

  3. De melding, bedoeld in het tweede lid, wordt door de politiechef binnen 48 uur ter kennis gebracht van de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waarbinnen het geweld is aangewend, dan wel door de commandant van de Koninklijke marechaussee van de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken ingeval het een militair betreft, indien:

    1. de gevolgen van het aanwenden van geweld daartoe naar het oordeel van de politiechef of de commandant aanleiding geven,

    2. het aanwenden van geweld lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood heeft veroorzaakt, of

    3. gebruik is gemaakt van een vuurwapen en daarmee één of meer schoten zijn gelost.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren