Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

Inhoud

Artikel 18

HISTORISCH
  1. Van de verplichting tot het sluiten van een verzekering kunnen, op een daartoe aan Onze Minister van Financiën gedaan verzoek, worden vrijgesteld de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde personen die gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering. Rechtspersonen kunnen van de in de vorige zin bedoelde verplichting worden vrijgesteld, indien natuurlijke personen die bij die rechtspersonen betrokken zijn gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het in de vorige zin bepaalde nadere regels worden gesteld. Het bepaalde in de tweede en derde zin van het eerste lid van het vorige artikel is, ingeval een vrijstelling is verleend, van overeenkomstige toepassing.

  2. Het verzoek geschiedt door indiening bij Onze Minister van Financiën van een door de verzoeker ondertekende verklaring, waarvan het model door Onze genoemde Minister wordt vastgesteld. Uit de verklaring moet blijken dat de verzoeker overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke verzekering, welke ook, en dat hij mitsdien noch zichzelf noch iemand anders noch hem toebehorende goederen heeft verzekerd.

24-07-2025 Huidig 01-07-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 23-12-2023 Historisch 03-10-2023 Historisch 23-06-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Van de verplichting tot het sluiten van een verzekering kunnen, op een daartoe aan Onze Minister van Financiën gedaan verzoek, worden vrijgesteld de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde personen die gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering. Rechtspersonen kunnen van de in de vorige zin bedoelde verplichting worden vrijgesteld, indien natuurlijke personen die bij die rechtspersonen betrokken zijn gemoedsbezwaren hebben tegen het sluiten van een verzekering. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het in de vorige zin bepaalde nadere regels worden gesteld. Het bepaalde in de tweede en derde zin van het eerste lid van het vorige artikel is, ingeval een vrijstelling is verleend, van overeenkomstige toepassing.

  2. Het verzoek geschiedt door indiening bij Onze Minister van Financiën van een door de verzoeker ondertekende verklaring, waarvan het model door Onze genoemde Minister wordt vastgesteld. Uit de verklaring moet blijken dat de verzoeker overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke verzekering, welke ook, en dat hij mitsdien noch zichzelf noch iemand anders noch hem toebehorende goederen heeft verzekerd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen