-
De Dienst Wegverkeer kan in verband met het verlenen van een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, of de schorsing of intrekking van een goedkeuring, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29, derde lid, en 31, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of met de bij of krachtens in de artikelen 21, derde lid, onderdeel b, 25, 27, en 30, derde lid, bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 31 genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 21, derde lid, onderdeel b, 25, 27 of 30, derde lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.
Wegenverkeerswet 1994 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 28-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk aIA Verkeersveiligheidsbeleid
Hoofdstuk IA De Dienst Wegverkeer
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Taken van de Dienst Wegverkeer
Paragraaf 3 De organen
Paragraaf 4 Inrichting en bedrijfsvoering
Paragraaf 5 Personeel van de organisatie
Paragraaf 6 Financiële bepalingen
Paragraaf 7 Overige bepalingen
Hoofdstuk IB Het CBR
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Taken van het CBR
Paragraaf 3 De organen
Paragraaf 4 Financiële bepalingen
Paragraaf 5 Overige bepalingen
Hoofdstuk IBA Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen
Hoofdstuk IC Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
Hoofdstuk II Verkeersgedrag
Hoofdstuk III Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd
Hoofdstuk IIIA Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden
Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen
Hoofdstuk IVA Registratie van fietsen en andere mobiele objecten
Hoofdstuk IVB Tellerstanden
Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg
Hoofdstuk VI Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Afdeling 1 Rijbewijsplicht
Afdeling 2 Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht
Afdeling 3 Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen
Afdeling 4 Aanvraag van rijbewijzen
Afdeling 5 Afgifte van rijbewijzen
Afdeling 6 Geldigheidsduur
Afdeling 7 Verlies van geldigheid
Afdeling 8 Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Afdeling 9 Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Hoofdstuk VIB Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer
Hoofdstuk VII Vrijstelling, ontheffing en vergunning
Hoofdstuk VIIA Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Kosten
Hoofdstuk IX Handhaving
Hoofdstuk X Bestuurlijke handhaving
Hoofdstuk XI Strafbepalingen
Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid
Hoofdstuk XIII Slotbepalingen
§ 2
Artikel 174c
-
Onverminderd 174b kan Onze Minister in verband met het markttoezicht, bedoeld in artikel 158a, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29 genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of met de bij of krachtens de in de artikelen 25, 27, 29a, 30, 30a, 34, 34a en 35 bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 34 of artikel 34a kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, tweede lid, genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, tweede lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, eerste lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, eerste lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of de artikelen 25, 27, 29a, 30, derde lid, of 35 kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.
Artikel 174d
-
De Dienst Wegverkeer kan in verband met een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue aan degene die handelt in strijd met de in artikel 4aui van deze wet en artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichtingen en verboden een bestuurlijke boete opleggen.
-
De Dienst Wegverkeer kan in verband met een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue aan degene die handelt in strijd met voorwaarden voor het behouden van een erkenning als bedoeld in artikel 4aud, tweede lid, en voorwaarden voor het behouden van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue, derde lid, een bestuurlijke boete opleggen, voor zover het in strijd handelen met de desbetreffende voorwaarde daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 4aui van deze wet kan worden opgelegd, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor:
de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een natuurlijke persoon zonder onderneming;
de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een natuurlijke persoon met een onderneming;
de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een rechtspersoon.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding als bedoeld in het tweede lid kan worden opgelegd wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald, met dien verstande dat de hoogte van de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen bestuurlijke boete ten hoogste bedraagt het bedrag dat is vastgesteld voor:
de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een bevoegde natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 4aue, eerste lid;
de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een erkenninghouder die een natuurlijke persoon is;
de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor een erkenninghouder die een rechtspersoon is.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden opgelegd, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.