Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. richtlijn vakbekwaamheid bestuurders: de bij ministeriële regeling aangewezen richtlijn;

  2. bestuurder: degene die vervoer over de weg verricht met een voertuig dat behoort tot een categorie waarop de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders van toepassing is en die:

    1. 1°

      ingezetene is van een lidstaat van de Europese Unie, dan wel

    2. 2°

      ingezetene is van een land buiten de Europese Unie en werkzaam is voor een binnen de Europese Unie gevestigde onderneming;

  3. basiskwalificatie: het opleidings- en kennisniveau dat de in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aangewezen onderwerpen en praktische vaardigheden omvat;

  4. getuigschrift van vakbekwaamheid: bewijs dat de houder de basiskwalificatie heeft behaald;

  5. nascholing: periodiek opleidingstraject dat in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aangewezen onderwerpen en praktische vaardigheden omvat;

  6. getuigschrift van nascholing: bewijs dat de houder de nascholing met goed gevolg heeft voltooid;

  7. erkend opleidingscentrum: opleidingscentrum als bedoeld in artikel 151f, tweede lid;

  8. gewone verblijfplaats: gewone verblijfplaats als bedoeld in artikel 12 van richtlijn nr. 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403);

  9. kwalificatiekaart bestuurder: kaart die is afgegeven overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aantonende dat de bestuurder de basiskwalificatie heeft behaald of de nascholing met goed gevolg heeft voltooid;

  10. verordening (EU) nr. 181/2011: Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU 2011, L 55).