Wegenverkeerswet 1994 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 28-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk aIA Verkeersveiligheidsbeleid
Hoofdstuk IA De Dienst Wegverkeer
Hoofdstuk IB Het CBR
Hoofdstuk IBA Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen
Hoofdstuk IC Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
Hoofdstuk II Verkeersgedrag
Hoofdstuk III Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd
Hoofdstuk IIIA Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden
Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen
Hoofdstuk IVA Registratie van fietsen en andere mobiele objecten
Hoofdstuk IVB Tellerstanden
Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Periodieke keuringsplicht
§ 3 Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten
§ 4 Geldigheid keuringsbewijzen
§ 5 Kwaliteitstoezicht periodieke keuringen
§ 6 Herkeuring en deskundigenonderzoek
§ 7 Wijziging in de goedkeuring van voertuigen
§ 9 Keuring na verval tenaamstelling
Hoofdstuk VI Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Hoofdstuk VIB Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer
Hoofdstuk VII Vrijstelling, ontheffing en vergunning
Hoofdstuk VIIA Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Kosten
Hoofdstuk IX Handhaving
Hoofdstuk X Bestuurlijke handhaving
Hoofdstuk XI Strafbepalingen
Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid
Hoofdstuk XIII Slotbepalingen

§ 2

Periodieke keuringsplicht

Artikel 72

  1. Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven.

  2. Het keuringsbewijs dient:

    1. te voldoen aan de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering,

    2. zijn geldigheid niet te hebben verloren, en

    3. behoorlijk leesbaar te zijn.

  3. Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:

    1. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, en

    2. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig.

Artikel 73

  1. Artikel 72 geldt niet indien:

    1. voor het motorrijtuig of de aanhangwagen ter zake van een keuring die ingevolge een andere dan deze wet is voorgeschreven en blijkens aanwijzing bij ministeriële regeling ten minste een controle inhoudt op de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, een keuringsdocument waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, is afgegeven, dan wel

    2. de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs is geschorst overeenkomstig paragraaf 6 van hoofdstuk IV.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat:

    1. artikel 72 niet geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens zolang gerekend vanaf het tijdstip waarop deze voertuigen voor het eerst op de weg zijn toegelaten, nog geen bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn is verstreken, die voor verschillende groepen van voertuigen, alsmede voor voertuigen die voor, onderscheidenlijk na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip voor het eerst op de weg zijn toegelaten verschillend kan worden vastgesteld; bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald op welk tijdstip een voertuig geacht wordt voor het eerst op de weg te zijn toegelaten;

    2. artikel 72 niet geldt voor nader aangewezen groepen van motorrijtuigen of aanhangwagens. Hieronder vallen in ieder geval aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;

    3. in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van artikel 72;

    4. artikel 72 gedurende een nader te bepalen termijn na het tijdstip van verstrijken van de geldigheidsduur van het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs niet geldt voor het op de weg staan van dat voertuig.

  3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdelen b en c.

Artikel 74

Het is verboden ten opzichte van een motorrijtuig of een aanhangwagen opzettelijk gebruik te maken van een keuringsbewijs dat niet voor dat voertuig is afgegeven, als ware het voor dat voertuig afgegeven.

← terug naar Wegenverkeerswet 1994