1. De raad van toezicht bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter.

  2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de raad van toezicht.

  3. Onze Minister benoemt de voorzitter, gehoord de raad van toezicht.

  4. De leden van de raad van toezicht hebben op persoonlijke titel zitting in de raad en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

  5. De raad van toezicht verschaft Onze Minister alle verlangde inlichtingen, met inachtneming van het door Onze Minister vastgestelde informatiestatuut.