-
Indien bij de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld.
-
Op de eerste vordering van de in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig, ten aanzien van wie een vermoeden als bedoeld in het eerste lid bestaat, verplicht tot overgifte van het hem afgegeven rijbewijs.
-
De in het tweede lid bedoelde vordering wordt gedaan indien de betrokken bestuurder de veiligheid op de weg zodanig in gevaar kan brengen dat hem met onmiddellijke ingang de bevoegdheid dient te worden ontnomen langer als bestuurder van een of meer categorieën van motorrijtuigen, waarvoor het rijbewijs is afgegeven, aan het verkeer deel te nemen. Bij ministeriële regeling worden de gevallen aangewezen waarin daarvan sprake is. Het ingevorderde rijbewijs wordt gelijktijdig met de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan het CBR toegezonden.
-
In geval van toepassing van het tweede lid kan het motorrijtuig, voor zover geen andere bestuurder beschikbaar is of de bestuurder niet aanstonds voldoet aan de vordering, onder toezicht of, voor zover degene die de vordering heeft gedaan, zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval zijn de artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde en vijfde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124, 5:10, 5:25, eerste en zesde lid, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Teruggave van het motorrijtuig vindt slechts plaats, indien aan de vordering is voldaan.
-
Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk aIA Verkeersveiligheidsbeleid
Hoofdstuk IA De Dienst Wegverkeer
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Taken van de Dienst Wegverkeer
Paragraaf 3 De organen
Paragraaf 4 Inrichting en bedrijfsvoering
Paragraaf 5 Personeel van de organisatie
Paragraaf 6 Financiële bepalingen
Paragraaf 7 Overige bepalingen
Hoofdstuk IB Het CBR
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Taken van het CBR
Paragraaf 3 De organen
Paragraaf 4 Financiële bepalingen
Paragraaf 5 Overige bepalingen
Hoofdstuk IBA Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen
Hoofdstuk IC Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
Hoofdstuk II Verkeersgedrag
Hoofdstuk III Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd
Hoofdstuk IIIA Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden
Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen
Hoofdstuk IVA Registratie van fietsen en andere mobiele objecten
Hoofdstuk IVB Tellerstanden
Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg
Hoofdstuk VI Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Afdeling 1 Rijbewijsplicht
Afdeling 2 Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht
Afdeling 3 Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen
Afdeling 4 Aanvraag van rijbewijzen
Afdeling 5 Afgifte van rijbewijzen
Afdeling 6 Geldigheidsduur
Afdeling 7 Verlies van geldigheid
Afdeling 8 Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Afdeling 9 Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Hoofdstuk VIB Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer
Hoofdstuk VII Vrijstelling, ontheffing en vergunning
Hoofdstuk VIIA Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Kosten
Hoofdstuk IX Handhaving
Hoofdstuk X Bestuurlijke handhaving
Hoofdstuk XI Strafbepalingen
Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid
Hoofdstuk XIII Slotbepalingen
Artikel 130
Actueel
4 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
15-03-2016
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
03-11-2015
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
07-07-2015
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
25-01-2011
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.