Wegenverkeerswet 1994

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk aIA Verkeersveiligheidsbeleid
Hoofdstuk IA De Dienst Wegverkeer
Hoofdstuk IB Het CBR
Hoofdstuk IBA Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen
Hoofdstuk IC Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
Hoofdstuk II Verkeersgedrag
Hoofdstuk IIA Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is
Hoofdstuk III Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd
Hoofdstuk IIIA Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden
Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen
Hoofdstuk IVA Registratie van fietsen en andere mobiele objecten
Hoofdstuk IVB Tellerstanden
Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Periodieke keuringsplicht
§ 3 Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten
§ 4 Geldigheid keuringsbewijzen
§ 5 Kwaliteitstoezicht periodieke keuringen
§ 6 Herkeuring en deskundigenonderzoek
§ 6a Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd
§ 7 Wijziging in de goedkeuring van voertuigen
§ 8 Erkenningsregeling wijziging goedkeuring voertuigen
§ 9 Keuring na verval tenaamstelling
§ 9a Erkenningsregeling keuring van schadevoertuigen
Hoofdstuk VI Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Afdeling 1 Rijbewijsplicht
Afdeling 2 Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht
Afdeling 3 Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen
Afdeling 4 Aanvraag van rijbewijzen
Afdeling 5 Afgifte van rijbewijzen
Afdeling 6 Geldigheidsduur
Afdeling 7 Verlies van geldigheid
Afdeling 8 Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Afdeling 8a Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma
Afdeling 9 Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Afdeling 10 Bromfietscertificaat
Hoofdstuk VIA Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Technologische eisen
§ 3 Europese elektronische tolheffingsdienst
§ 4 Nadere regelgeving
Hoofdstuk VIB Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer
Hoofdstuk VII Vrijstelling, ontheffing en vergunning
Hoofdstuk VIIA Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII Kosten
Hoofdstuk IX Handhaving
Hoofdstuk X Bestuurlijke handhaving
Hoofdstuk XI Strafbepalingen
Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid
Hoofdstuk XIII Slotbepalingen

Artikel 1

HISTORISCH
  1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. a

      Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

    2. b

      wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

    3. c

      motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning;

    4. d

      aanhangwagen: voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig. In het bepaalde krachtens deze wet kan onder aanhangwagen tevens worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen;

    5. e

      bromfiets:

      1. motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3 of een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d;

      2. motorrijtuig op drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, uitgerust met:

        1. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3,

        2. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of

        3. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; dan wel

      3. motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h en een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen, uitgerust met:

        1. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3,

        2. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of

        3. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW;

      4. een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b.

      In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid;

    6. ea

      fietsen met trapondersteuning: fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;

    7. f

      typegoedkeuring: goedkeuring van tot een bepaald type behorende voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;

    8. g

      kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid;

    9. h

      kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 dan wel een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid;

    10. i

      kentekenregister: register, bedoeld in artikel 42;

    11. j

      keuringsbewijs: keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72;

    12. k

      keuringsrapport: keuringsbewijs of een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs;

    13. l

      rijbewijs: rijbewijs, bedoeld in artikel 107;

    14. m

      rijbewijzenregister: register, bedoeld in artikel 126;

    15. n

      bestuurder van een motorrijtuig: degene die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen;

    16. o

      houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen: degene die het voertuig:

      1. op grond van een overeenkomst van huurkoop onder zich heeft,

      2. in vruchtgebruik heeft, of

      3. anderszins, anders dan als eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft;

    17. p

      vervallen;

    18. q

      Dienst Wegverkeer: de in artikel 4a bedoelde dienst;

    19. r

      het CBR: het in artikel 4z bedoelde bureau;

    20. s

      goedkeuring van een productieproces: ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleende goedkeuring van een productieproces van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;

    21. t

      fabrikant: persoon of instantie die tegenover een goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van een typegoedkeurings- of toestemmingsprocedure en instaat voor de overeenstemming van de productie met de verleende goedkeuring of toestemming;

    22. u

      schadevoertuig: voertuig dat ten gevolge van een beschadiging niet langer deugdelijk van bouw en inrichting is;

    23. v

      alcoholslot: het geheel van ademalcoholtester, startonderbreker en registratie-eenheid, dat in een motorrijtuig wordt ingebouwd, waardoor het motorrijtuig waarin het is ingebouwd alleen kan worden gestart nadat in de ademalcoholtester is geblazen en indien het daarin gemeten en weergegeven ademalcoholgehalte ligt onder de voor de betrokkene ingevolge artikel 8, vierde lid, onderdeel b, geldende, wettelijke alcohollimiet;

    24. w

      alcoholslotprogramma: het samenstel van de verplichting tot inbouw van een alcoholslot en de daarbij behorende registratie-eenheid in een door betrokkene gebruikt motorrijtuig, het periodiek laten uitlezen van de registratie-eenheid en het volgen van een begeleidingsprogramma;

    25. x

      alcoholslotregister: het register als bedoeld in artikel 129a;

    26. y

      bewegwijzering: verkeerstekens die worden geplaatst of verwijderd teneinde weggebruikers in staat te stellen hun afstand tot of route naar een bestemming te bepalen;

    27. z

      begeleiden: het actief coachen, het geven van suggesties ter verbetering van het rijgedrag, het wijzen op fouten en onzorgvuldigheden in het rijgedrag van de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald totdat die bestuurder de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;

    28. za

      begeleider: op de begeleiderspas vermelde persoon die is gezeten op de zitplaats naast de bestuurder die de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die overeenkomstig artikel 111a, eerste lid, zijn rijbewijs B heeft verkregen begeleidt;

    29. zb

      begeleiderspas: pas die aan een persoon is afgegeven die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald en waarop de naam van zijn begeleiders is vermeld.

  2. Indien de eigenaar van een motorrijtuig of een aanhangwagen niet tevens bezitter is, treedt de bezitter voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de eigenaar in de plaats.

  3. Degene aan wie een kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig of een aanhangwagen wordt, tenzij anders blijkt, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet beschouwd als eigenaar of houder van dat motorrijtuig of die aanhangwagen.

  4. Voor de toepassing van de hoofdstukken III tot en met V van deze wet worden vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid mede als rechtspersoon aangemerkt.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-01-2025 Historisch 19-06-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-06-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 20-05-2022 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 24-04-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-12-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 15-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-09-2020.

Tekst van deze versie

  1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. a

      Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

    2. b

      wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

    3. c

      motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning;

    4. d

      aanhangwagen: voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig. In het bepaalde krachtens deze wet kan onder aanhangwagen tevens worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen;

    5. e

      bromfiets:

      1. motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3 of een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d;

      2. motorrijtuig op drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, uitgerust met:

        1. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3,

        2. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of

        3. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; dan wel

      3. motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h en een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen, uitgerust met:

        1. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm3,

        2. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of

        3. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW;

      4. een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b.

      In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid;

    6. ea

      fietsen met trapondersteuning: fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;

    7. f

      typegoedkeuring: goedkeuring van tot een bepaald type behorende voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;

    8. g

      kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid;

    9. h

      kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 dan wel een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid;

    10. i

      kentekenregister: register, bedoeld in artikel 42;

    11. j

      keuringsbewijs: keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72;

    12. k

      keuringsrapport: keuringsbewijs of een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs;

    13. l

      rijbewijs: rijbewijs, bedoeld in artikel 107;

    14. m

      rijbewijzenregister: register, bedoeld in artikel 126;

    15. n

      bestuurder van een motorrijtuig: degene die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen;

    16. o

      houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen: degene die het voertuig:

      1. op grond van een overeenkomst van huurkoop onder zich heeft,

      2. in vruchtgebruik heeft, of

      3. anderszins, anders dan als eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft;

    17. p

      vervallen;

    18. q

      Dienst Wegverkeer: de in artikel 4a bedoelde dienst;

    19. r

      het CBR: het in artikel 4z bedoelde bureau;

    20. s

      goedkeuring van een productieproces: ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleende goedkeuring van een productieproces van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;

    21. t

      fabrikant: persoon of instantie die tegenover een goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van een typegoedkeurings- of toestemmingsprocedure en instaat voor de overeenstemming van de productie met de verleende goedkeuring of toestemming;

    22. u

      schadevoertuig: voertuig dat ten gevolge van een beschadiging niet langer deugdelijk van bouw en inrichting is;

    23. v

      alcoholslot: het geheel van ademalcoholtester, startonderbreker en registratie-eenheid, dat in een motorrijtuig wordt ingebouwd, waardoor het motorrijtuig waarin het is ingebouwd alleen kan worden gestart nadat in de ademalcoholtester is geblazen en indien het daarin gemeten en weergegeven ademalcoholgehalte ligt onder de voor de betrokkene ingevolge artikel 8, vierde lid, onderdeel b, geldende, wettelijke alcohollimiet;

    24. w

      alcoholslotprogramma: het samenstel van de verplichting tot inbouw van een alcoholslot en de daarbij behorende registratie-eenheid in een door betrokkene gebruikt motorrijtuig, het periodiek laten uitlezen van de registratie-eenheid en het volgen van een begeleidingsprogramma;

    25. x

      alcoholslotregister: het register als bedoeld in artikel 129a;

    26. y

      bewegwijzering: verkeerstekens die worden geplaatst of verwijderd teneinde weggebruikers in staat te stellen hun afstand tot of route naar een bestemming te bepalen;

    27. z

      begeleiden: het actief coachen, het geven van suggesties ter verbetering van het rijgedrag, het wijzen op fouten en onzorgvuldigheden in het rijgedrag van de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald totdat die bestuurder de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;

    28. za

      begeleider: op de begeleiderspas vermelde persoon die is gezeten op de zitplaats naast de bestuurder die de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die overeenkomstig artikel 111a, eerste lid, zijn rijbewijs B heeft verkregen begeleidt;

    29. zb

      begeleiderspas: pas die aan een persoon is afgegeven die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald en waarop de naam van zijn begeleiders is vermeld.

  2. Indien de eigenaar van een motorrijtuig of een aanhangwagen niet tevens bezitter is, treedt de bezitter voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de eigenaar in de plaats.

  3. Degene aan wie een kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig of een aanhangwagen wordt, tenzij anders blijkt, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet beschouwd als eigenaar of houder van dat motorrijtuig of die aanhangwagen.

  4. Voor de toepassing van de hoofdstukken III tot en met V van deze wet worden vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid mede als rechtspersoon aangemerkt.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 29-09-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wegenverkeerswet 1994