Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 3a

Voorzieningen zorg- en ziektekosten buitenland

Artikel 25

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. Groep 1, Wereld: de defensieambtenaar, geplaatst buiten Nederland en aldaar wonend, niet zijnde een plaatsing op grond van hoofdstuk 3 in een Verordeningsland;

  2. Groep 2, Diplomatieke posten: de defensieambtenaar geplaatst buiten Nederland op grond van hoofdstuk 3 en aldaar wonend;

  3. Groep 3,Verordeningslanden: de defensieambtenaar geplaatst buiten Nederland in een Verordeningsland en aldaar wonend, niet zijnde een plaatsing op grond van hoofdstuk 3;

  4. Groep 4, Grensgangers: de defensieambtenaar geplaatst in Nederland en wonend in België of Duitsland.

Artikel 25a

  1. Degene die behoort tot groep 1 of 2, heeft voor de aldaar met toestemming van de minister metterwoon verblijvende gezinsledenaanspraak op een collectieve zorgverzekering, tenzij het gezinslid:

    1. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of

    2. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.

  2. De omvang van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, alsmede de procedures met betrekking tot realisering van de aanspraak daar op zijn neergelegd in de door de minister met de aanbieder van de collectieve zorgverzekering overeengekomen voorwaarden.

  3. Degene die behoort tot groep 1 of 2 en van wie de gezinsleden gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, heeft voor deze gezinsleden tevens aanspraak op vergoeding van de gemaakte buitenlandse kosten van de voor hen verzekerde zorg, voor dat deel van de kosten dat het niveau van de verzekerde zorg in Nederland overstijgt, en voor zover niet uit andere hoofde aanspraak bestaat.

  4. Indien gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering is een premie verschuldigd van € 158,50 per maand per gezinslid, vanaf het moment dat het gezinslid de leeftijd van 18 jaar bereikt. De hoogte van dit bedrag zal jaarlijks door de minister worden vastgesteld.

  5. Indien gebruik gemaakt wordt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering dan geldt per verzekerde een verplicht eigen risico, als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Zorgverzekeringswet. Het verplicht eigen risico wordt maandelijks verrekend met de declaratie die de verzekerde bij de aanbieder van de collectieve zorgverzekering heeft ingediend.

  6. De aanspraken opgenomen in het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn ook van toepassing op de burgerlijke ambtenaar behorend tot groep 1, 2 of 3.

  7. Realisering van de aanspraak opgenomen in het derde lid wordt uitgevoerd door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 25b

  1. Degene die behoort tot groep 3, heeft voor de aldaar met toestemming van de minister metterwoon verblijvende gezinsleden aanspraak op een zorgkostenvoorziening. Degene die behoort tot groep 4, maakt eveneens aanspraak op een zorgkostenvoorziening voor de metterwoon verblijvende gezinsleden.

  2. De in het eerste lid opgenomen aanspraken zijn van toepassing, tenzij het gezinslid:

    1. in dienstbetrekking of als zelfstandige werkt; of

    2. een werkloosheidsuitkering ontvangt.

  3. De omvang van de zorgkostenvoorziening, bedoeld in het eerste lid, alsmede de procedures met betrekking tot realisering van de aanspraak daar op zijn neergelegd in de voorwaarden, zoals geformuleerd door de aanbieder van de zorgkostenvoorziening en waarmee de minister heeft ingestemd.

  4. Degene die behoort tot groep 3 of 4 en van wie de gezinsleden gebruik maken van de zorgkostenvoorziening, bedoeld in het eerste lid, heeft voor deze gezinsleden tevens aanspraak op vergoeding van de gemaakte buitenlandse kosten van de voor hen verzekerde zorg, voor dat deel van de kosten dat het niveau van de verzekerde zorg in Nederland overstijgt, en voor zover niet uit andere hoofde aanspraak bestaat.

  5. Indien gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid bedoelde zorgkostenvoorziening is een premievervangende bijdrage verschuldigd van € 158,50 per maand per gezinslid vanaf het moment dat het gezinslid de leeftijd van 18 jaar bereikt. De hoogte van dit bedrag zal jaarlijks door de minister worden vastgesteld.

  6. Indien gebruik gemaakt wordt van de in het eerste lid bedoelde zorgkostenvoorziening dan geldt per verzekerde een verplicht eigen risico, als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Zorgverzekeringswet. Het verplicht eigen risico wordt jaarlijks achteraf ingehouden op het salaris van de defensieambtenaar.

  7. Realisering van de aanspraken opgenomen in het eerste en vierde lid worden uitgevoerd door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 25c

Degene die behoort tot groep 3, heeft voor de aldaar met toestemming van de minister metterwoon verblijvende gezinsleden aanspraak op vergoeding van de kosten voor vrijwillige verzekering voor de Algemene ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet, indien de door het gezinslid aangevraagde verzekering is goedgekeurd door de Sociale Verzekeringsbank, tenzij het gezinslid:

  1. in dienstbetrekking of als zelfstandige werkt; of

  2. een werkloosheidsuitkering ontvangt.

Artikel 25d

Dit hoofdstuk vindt uitsluitend toepassing in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.

← terug naar Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel