Ingetrokken worden:
de ministeriële regeling van 28 augustus 1974, nr. 983972/978688 (Stationering van opvarenden van Nederlandse onderzeeboten die onder FOSM opereren);
de Tijdelijke maatregel financiële voorzieningen Verenigde Staten van Amerika en Canada;
de ministeriële regeling van 27 juni 1986, nr. PB86/1510/2897 (Voorzieningen voor in het buitenland geplaatst burgerpersoneel);
de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen zeemacht, onderscheidenlijk de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen land- en luchtmacht;
de Regeling aanvullende voorzieningen Goose Bay;
de ministeriële regeling van 5 september 1984, nr. PP84/001/4382 (Aanvullende maandelijkse tegemoetkoming AFCENT);
het DBZ Voorzieningenstelsel Defensie (DBZV-DEF);
de Regeling faciliteiten genees- en tandheelkundige verstrekkingen buitenland;
de Regeling Voorzieningen UNTSO-waarnemers en
de ministeriële regeling van 25 februari 1982, nummer PP82/002/781 (Regeling Voorlopige voorzieningen Sinaï).