Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel

Inhoud

Artikel 25a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 04-07-2026.
  1. Degene die behoort tot groep 1 of 2, heeft voor de aldaar met toestemming van de minister metterwoon verblijvende gezinsledenaanspraak op een collectieve zorgverzekering, tenzij het gezinslid:

    1. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of

    2. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.

  2. De omvang van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, alsmede de procedures met betrekking tot realisering van de aanspraak daar op zijn neergelegd in de door de minister met de aanbieder van de collectieve zorgverzekering overeengekomen voorwaarden.

  3. Degene die behoort tot groep 1 of 2 en van wie de gezinsleden gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, heeft voor deze gezinsleden tevens aanspraak op vergoeding van de gemaakte buitenlandse kosten van de voor hen verzekerde zorg, voor dat deel van de kosten dat het niveau van de verzekerde zorg in Nederland overstijgt, en voor zover niet uit andere hoofde aanspraak bestaat.

  4. Indien gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering is een premie verschuldigd van € 158,50 per maand per gezinslid, vanaf het moment dat het gezinslid de leeftijd van 18 jaar bereikt. De hoogte van dit bedrag zal jaarlijks door de minister worden vastgesteld.

  5. Indien gebruik gemaakt wordt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering dan geldt per verzekerde een verplicht eigen risico, als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Zorgverzekeringswet. Het verplicht eigen risico wordt maandelijks verrekend met de declaratie die de verzekerde bij de aanbieder van de collectieve zorgverzekering heeft ingediend.

  6. De aanspraken opgenomen in het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn ook van toepassing op de burgerlijke ambtenaar behorend tot groep 1, 2 of 3.

  7. Realisering van de aanspraak opgenomen in het derde lid wordt uitgevoerd door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

04-07-2026 Huidig 03-07-2026 Historisch 01-06-2026 Historisch 01-05-2026 Historisch 17-04-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 26-02-2026 Historisch 12-02-2026 Historisch 01-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. Degene die behoort tot groep 1 of 2, heeft voor de aldaar met toestemming van de minister metterwoon verblijvende gezinsledenaanspraak op een collectieve zorgverzekering, tenzij het gezinslid:

    1. buiten Nederland arbeid verricht en de inkomsten uit deze arbeid meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of

    2. een uitkering ontvangt op grond van een buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid.

  2. De omvang van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, alsmede de procedures met betrekking tot realisering van de aanspraak daar op zijn neergelegd in de door de minister met de aanbieder van de collectieve zorgverzekering overeengekomen voorwaarden.

  3. Degene die behoort tot groep 1 of 2 en van wie de gezinsleden gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, bedoeld in het eerste lid, heeft voor deze gezinsleden tevens aanspraak op vergoeding van de gemaakte buitenlandse kosten van de voor hen verzekerde zorg, voor dat deel van de kosten dat het niveau van de verzekerde zorg in Nederland overstijgt, en voor zover niet uit andere hoofde aanspraak bestaat.

  4. Indien gebruik wordt gemaakt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering is een premie verschuldigd van € 158,50 per maand per gezinslid, vanaf het moment dat het gezinslid de leeftijd van 18 jaar bereikt. De hoogte van dit bedrag zal jaarlijks door de minister worden vastgesteld.

  5. Indien gebruik gemaakt wordt van de in het eerste lid bedoelde collectieve zorgverzekering dan geldt per verzekerde een verplicht eigen risico, als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Zorgverzekeringswet. Het verplicht eigen risico wordt maandelijks verrekend met de declaratie die de verzekerde bij de aanbieder van de collectieve zorgverzekering heeft ingediend.

  6. De aanspraken opgenomen in het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn ook van toepassing op de burgerlijke ambtenaar behorend tot groep 1, 2 of 3.

  7. Realisering van de aanspraak opgenomen in het derde lid wordt uitgevoerd door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel