-
Artikel 22, eerste lid, van de verordening geldt niet indien de in die bepaling bedoelde geautomatiseerde individuele besluitvorming, anders dan op basis van profilering, noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang.
-
Bij de geautomatiseerde individuele besluitvorming, bedoeld in het eerste lid, treft de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen die strekken tot bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene.
-
Indien de verwerkingsverantwoordelijke geen bestuursorgaan is, dan zijn passende maatregelen als bedoeld in het tweede lid, in ieder geval getroffen indien het recht op menselijke tussenkomst, het recht voor betrokkene om zijn standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten, zijn geborgd.
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 4
Artikel 41
-
De verwerkingsverantwoordelijke kan de verplichtingen en rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 21 en artikel 34 van de verordening, buiten toepassing laten voor zover zulks noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van:
de nationale veiligheid;
landsverdediging;
de openbare veiligheid;
de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;
andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Europese Unie of van Nederland, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Europese Unie of van Nederland, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;
de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;
de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;
een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, e en g;
de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen; of
de inning van civielrechtelijke vorderingen.
-
Bij de toepassing van het eerste lid houdt de verwerkingsverantwoordelijke rekening met in ieder geval, voor zover van toepassing:
de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking;
de categorieën van persoonsgegevens;
het toepassingsgebied van de ingevoerde beperkingen;
de waarborgen ter voorkoming van misbruik of onrechtmatige toegang of doorgifte;
de specificatie van de verwerkingsverantwoordelijke of de categorieën van verwerkingsverantwoordelijken;
de opslagperiodes en de toepasselijke waarborgen, rekening houdend met de aard, de omvang en de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking;
de risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen; en
het recht van betrokkenen om van de beperking op de hoogte te worden gesteld, tenzij dit afbreuk kan doen aan het doel van de beperking.
Artikel 42
Artikel 34 van de verordening is niet van toepassing op financiële ondernemingen als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 43
-
Deze wet, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4 en 5, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van uitsluitend academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen.
-
De navolgende hoofdstukken en artikelen van de verordening zijn niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen:
artikel 7, derde lid, en artikel 11, tweede lid:
hoofdstuk III;
hoofdstuk IV, met uitzondering van de artikelen 24, 25, 28, 29 en 32;
hoofdstuk V;
hoofdstuk VI; en
hoofdstuk VII.
-
De artikelen 9 en 10 van de verordening zijn niet van toepassing voor zover de verwerking van de in die artikelen bedoelde gegevens noodzakelijk is voor het journalistieke doel of de academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvorm.
Artikel 44
Indien een verwerking wordt verricht door instellingen of diensten voor wetenschappelijk onderzoek of statistiek, en de nodige voorzieningen zijn getroffen om te verzekeren dat de persoonsgegevens uitsluitend voor statistische of wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, kan de verwerkingsverantwoordelijke de artikelen 15, 16 en 18 van de verordening buiten toepassing laten.
Artikel 45
-
De artikelen 15, 16, 18, eerste lid, onderdeel a, en 20 van de verordening zijn niet van toepassing bij de verwerking van persoonsgegevens die deel uitmaken van:
archiefbescheiden die voor blijvende bewaring berusten bij archiefbewaarplaatsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Archiefwet 1995; of
andere archiefcollecties van blijvende waarde voor het algemeen belang die voor blijvende bewaring berusten bij andere voor het publiek toegankelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben en waarvan de activiteiten in hoofdzaak uit publieke middelen worden bekostigd, of waarvan de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, zijn territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.
-
Betrokkene heeft het recht om inzage te verkrijgen in de archiefbescheiden, tenzij verzoeken om inzage zodanig ongericht zijn dat deze in redelijkheid niet kunnen worden ingewilligd.
-
Betrokkene heeft het recht om, in geval van onjuiste persoonsgegevens, zijn eigen lezing aan de desbetreffende archiefbescheiden toe te voegen.
Artikel 46
Een nummer dat ter identificatie van een persoon bij wet is voorgeschreven, wordt bij de verwerking van persoonsgegevens slechts gebruikt ter uitvoering van de desbetreffende wet dan wel voor doeleinden bij de wet bepaald.
Artikel 47
-
De artikelen 15, 16, 18 en 19 van de verordening zijn niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers, indien bij of krachtens die wet een bijzondere procedure voor de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens is geregeld.
-
Artikel 21 van de verordening is niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers.
Artikel 47a
-
Een commissie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, dan wel een adviescollege dat is ingesteld op grond van artikel 5 of 6 van de Kaderwet adviescolleges, die voor bepaalde tijd wordt ingesteld bij koninklijk of ministerieel besluit of ministeriele regeling, kan persoonsgegevens verwerken, indien in de instellingsregeling of het instellingsbesluit is opgenomen:
de taak van algemeen belang als bedoeld in artikel 6, onderdeel e van de verordening en het doel ten behoeve waarvan de persoonsgegevens worden verwerkt;
de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerking; en
de maximale bewaartermijn.
-
In afwijking van artikel 46 kan in de instellingsregeling of het instellingsbesluit worden bepaald dat de commissie of het adviescollege ten behoeve van het in de instellingsregeling of instellingsbesluit opgenomen doel nummers die dienen ter identificatie als bedoeld in artikel 46 kan verwerken. In de instellingsregeling worden passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene vastgesteld.
-
Gelet op artikel 9, aanhef en onder g, en artikel 10 van de verordening is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verwerken door een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing indien:
de verwerking noodzakelijk is in het kader van een taak van zwaarwegend algemeen belang, die in de instellingsregeling is opgenomen;
het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt; en
er in de instellingsregeling of instellingsbesluit voldoende passende en specifieke waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkene.
-
Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid, bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard verwerkt, stelt de commissie of het adviescollege voorafgaand aan haar opheffing een verslag op over de wijze waarop deze persoonsgegevens zijn verwerkt.
-
Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid gegevens over de gezondheid verwerkt, is artikel 30, vierde lid van overeenkomstige toepassing.
-
De instellingsregeling of het instellingsbesluit waarin een commissie als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld en waarin een regeling wordt getroffen met betrekking tot de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens of strafrechtelijke persoonsgegevens, wordt onverwijld meegedeeld aan beide kamers der Staten-Generaal.