Wijzigingen in deze wet

Schepenwet op 01-07-2026

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Schepenwet

Vergelijking tussen 01-01-2020 en 01-07-2026

47 gewijzigde artikelen

Artikel 1

Gewijzigd

Voor de toepassing van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

buitengaatsbemanning: brengen,kapitein vooren zoveralle hetpersonen betreftdie hetzich verlatenals vanofficier of gezel aan boord bevinden of zich als zodanig hebben verbonden;

boetecategorie: categorie die voor een overtreding of misdrijf ten hoogste kan worden opgelegd, als bedoeld in:

artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Aruba;

artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Curaçao;

artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Nederland, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Nederland; of

artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Sint Maarten;

buitengaats brengen: voor zover het betreft het verlaten van

het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;

het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;

de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba: het verlaten van een der havenshaven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

Aruba, Curaçao of Sint Maarten: het verlaten van een der havenshaven in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten;

andere gebieden dan vermeld onder a, b en c: het brengen van een schip aan de buitenzijde van de lijn zoals deze door de overheid ter plaatse voor het buitengaats brengen is vastgesteld, dan wel volgens plaatselijke gewoonte wordt aangenomen.aangenomen;

het ondernemen van eene reis: het buitengaats brengen van een schip;eigenaar:

Onzenatuurlijk Minister:persoon Onzeof Ministerrechtspersoon die als eigenaar van Verkeerhet enschip Waterstaat;staat geregistreerd;

schepelingen:natuurlijk allen,persoon of rechtspersoon die zichhet alsschip scheepsofficierenin gebruik heeft genomen en daarmee verantwoordelijkheid voor het gebruik van het schip heeft overgenomen van de eigenaar, bedoeld in onderdeel a, van het schip, hieronder mede begrepen de rompbevrachter; of scheepsgezellen aan boord bevinden of zich als zoodanig hebben verbonden;

kapitein:indien elkhet gezagvoerdereen vissersvaartuig betreft: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar, bedoeld in onderdeel a of b, de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van eenhet schipvissersvaartuig ofheeft die dezen vervangt;overgedragen;

passagiers:kapitein: allegezagvoerder personenvan aaneen boord, met uitzondering van:schip;

1°deKoninkrijk: kapiteinKoninkrijk ender de schepelingen;Nederlanden;

2°andereofficier: personen,lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van heteen schip ineen dienstfunctie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of tewerkgesteldradio-operator zijn;vervult;

3°kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijdondernemen van een jaarreis: nogbuitengaats nietbrengen hebbenvan bereikt.een schip

passagiersschip:Onze elkMinister: schip,Onze datMinister doorvan denInfrastructuur eigenaaren bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert;Waterstaat;

vissersvaartuig:passagier: elkpersoon vaartuig,aan datboord, gebezigdmet wordtuitzondering voor het vangen van vis, walvissen, zeehonden, walrussen of andere levende rijkdommen van de zee.van:

Voorde kapitein en de toepassingoverige leden van dezede rijkswet wordt onder "schip" begrepen een vaartuig, een sleepschip, een dok en elk ander dergelijk drijvend voorwerp, hetwelk over zee naar zijne bestemming wordt gesleept.bemanning;

Voorandere depersonen toepassingdie, vanin dezewelke rijkswethoedanigheid wordt,ook, ookaan watboord deten strafbepalingen betreft, onder "eigenaar" verstaan de persoon die het beheer over het schip heeft, hetzij hij eigenaar of boekhouder van de rederijbehoeve van het schip is, hetzij hem het schip in gebruikdienst isof gegeven.tewerkgesteld zijn;

kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijd van een jaar nog niet hebben bereikt;

pleziervaartuig: schip dat uitsluitend bestemd is of gebruikt wordt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, voor zover geen vergoeding wordt betaald voor het vervoer van passagiers;

schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;

verscheper: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als verscheper wordt genoemd op de zeevrachtbrief, het vervoersdocument of elektronisch vervoersbestand of een vergelijkbaar multimodaal vervoersdocument en in wiens naam of namens wie een overeenkomst van goederenvervoer als bedoeld in artikel 370 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, is afgesloten met een vervoerder;

vissersvaartuig: schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;

zeeschip: schip die blijkens zijn constructie bestemd is om in zee te drijven en drijft of heeft gedreven.

Nieuwe tekst
  1. Voor de toepassing van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. bemanning: kapitein en alle personen die zich als officier of gezel aan boord bevinden of zich als zodanig hebben verbonden;

    2. boetecategorie: categorie die voor een overtreding of misdrijf ten hoogste kan worden opgelegd, als bedoeld in:

      1. artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

      2. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Aruba;

      3. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Curaçao;

      4. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Nederland, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Nederland; of

      5. artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, indien de overtreding of het misdrijf zich heeft voorgedaan in Sint Maarten;

    3. buitengaats brengen: voor zover het betreft het verlaten van

      1. het Europese deel van het Nederlandse gebied en het Duitse gebied, gelegen aan de landzijde van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn: het brengen van een schip aan de buitenzijde van deze lijn;

      2. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba: het verlaten van een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

      3. Aruba, Curaçao of Sint Maarten: het verlaten van een haven in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten;

      4. andere gebieden dan vermeld onder a, b en c: het brengen van een schip aan de buitenzijde van de lijn zoals deze door de overheid ter plaatse voor het buitengaats brengen is vastgesteld, dan wel volgens plaatselijke gewoonte wordt aangenomen;

    4. eigenaar:

      1. natuurlijk persoon of rechtspersoon die als eigenaar van het schip staat geregistreerd;

      2. natuurlijk persoon of rechtspersoon die het schip in gebruik heeft genomen en daarmee verantwoordelijkheid voor het gebruik van het schip heeft overgenomen van de eigenaar, bedoeld in onderdeel a, van het schip, hieronder mede begrepen de rompbevrachter; of

      3. indien het een vissersvaartuig betreft: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar, bedoeld in onderdeel a of b, de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersvaartuig heeft overgedragen;

    5. kapitein: gezagvoerder van een schip;

    6. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;

    7. officier: lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult;

    8. ondernemen van een reis: buitengaats brengen van een schip

    9. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

    10. passagier: persoon aan boord, met uitzondering van:

      1. de kapitein en de overige leden van de bemanning;

      2. andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn;

      3. kinderen, die op de dag van inscheping de leeftijd van een jaar nog niet hebben bereikt;

    11. pleziervaartuig: schip dat uitsluitend bestemd is of gebruikt wordt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, voor zover geen vergoeding wordt betaald voor het vervoer van passagiers;

    12. schip: elke zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;

    13. verscheper: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als verscheper wordt genoemd op de zeevrachtbrief, het vervoersdocument of elektronisch vervoersbestand of een vergelijkbaar multimodaal vervoersdocument en in wiens naam of namens wie een overeenkomst van goederenvervoer als bedoeld in artikel 370 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, is afgesloten met een vervoerder;

    14. vissersvaartuig: schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;

    15. zeeschip: schip die blijkens zijn constructie bestemd is om in zee te drijven en drijft of heeft gedreven.

Artikel 2

Gewijzigd

DeBehoudende bepalingenhet vanbepaalde in het vijfde lid, zijn deze rijkswet zijnen daarop berustende bepalingen van toepassing op dezeeschepen indie Nederland thuis behoorende schepen, welke bestemdgerechtigd zijn dande welvlag gebezigdvan wordenhet om eene reisKoninkrijk te ondernemen,voeren, met uitzondering van:

Nederlandse oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die de vlag van het Koninkrijk voeren en in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;

reddingvaartuigen;

reddingvaartuigen;

onoverdekte visschersvaartuigen,vissersvaartuigen, welkedie in dende regel niet buiten het zicht van de Nederlandsche kust worden gebracht;

pleiziervaartuigen, welke uitsluitend als zodanig worden gebezigd, voorzover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren;pleziervaartuigen;

schepen, welke varen onder vreemde vlag en welke niet vallen onder de omschrijving, voorkomende in het derde lid van dit artikel onder II; en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

schepen, welkedie slechts bij uitzondering, hetzij over kortenkorte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitenbuitengaats deworden in artikel 1 genoemde lijn varen;gebracht;

schepen, welkedie hetzij hierin teeen landeland van het Koninkrijk voor buitenlandschebuitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en welkedie over zee naar hunnehun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

schepen, welke uitsluitend voor het houden van eeneneen proeftochtproefvaart eeneeen reis ondernemen.

DeDeze rijkswet en daarop berustende bepalingen van deze rijkswet zijn mede van toepassing op bijschepen Landsverordeningals bedoeld in artikel 2 van Aruba,de vanVaartuigenwet Curaçao,1930 onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varendeBES, met eenuitzondering zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.van:

Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt een schip geacht in Nederland thuis te behooren in de twee na te noemen gevallen:reddingvaartuigen;

Iindienonoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het kantoor,zicht waarvoorvan hetde vaart,kust inworden Nederland is gevestigd;gebracht;

IIindien het in Nederland wordt uitgerust en zijne bemanning voor ten minste de helft uit Nederlanders of Rijksingezetenen bestaat.pleziervaartuigen;

Meten, betrekkingbehoudens tothet de bemanningen van schepenbepaalde in openbareartikel dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.2bis:

schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;

schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.

De bepalingen van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van één of meer krachtens deze rijkswet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd.

In uitzonderlijke gevallen kan hetgeen bij of krachtens deze rijkswet is geregeld, bij algemene maatregel van rijksbestuur van toepassing worden verklaard op categorieën schepen die krachtens het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de toepassing van deze rijkswet zijn uitgezonderd.

Met betrekking tot de bemanning van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.

Nieuwe tekst
  1. Behoudende het bepaalde in het vijfde lid, zijn deze rijkswet en daarop berustende bepalingen van toepassing op zeeschepen die gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, met uitzondering van:

    1. oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die de vlag van het Koninkrijk voeren en in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;

    2. reddingvaartuigen;

    3. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;

    4. pleziervaartuigen;

    en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

    1. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;

    2. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.

  2. Deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES, met uitzondering van:

    1. reddingvaartuigen;

    2. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de kust worden gebracht;

    3. pleziervaartuigen;

    en, behoudens het bepaalde in artikel 2bis:

    1. schepen, die slechts bij uitzondering, hetzij over korte afstand, hetzij gesleept zonder de bemanning, buitengaats worden gebracht;

    2. schepen, die hetzij in een land van het Koninkrijk voor buitenlandse rekening zijn gebouwd, hetzij naar het buitenland zijn verkocht, en die over zee naar hun bestemmingsplaats moeten worden gebracht;

    3. schepen, welke uitsluitend voor het houden van een proefvaart een reis ondernemen.

  3. De bepalingen van deze rijkswet en daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.

  4. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van één of meer krachtens deze rijkswet gegeven regels en voorschriften worden uitgezonderd.

  5. In uitzonderlijke gevallen kan hetgeen bij of krachtens deze rijkswet is geregeld, bij algemene maatregel van rijksbestuur van toepassing worden verklaard op categorieën schepen die krachtens het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de toepassing van deze rijkswet zijn uitgezonderd.

  6. Met betrekking tot de bemanning van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.

Artikel 2bis

Gewijzigd

KapiteinsEen kapitein van schepen,een schip, bedoeld onder één van de uitzonderingen fopgenomen tot en met h vanin artikel 2, eerste lid, ondernemenonderdelen e tot en met hung, of artikel 2, tweede lid, onderdelen d tot en met f, draagt er zorg voor dat met zijn schip geen reis ondernomen wordt zonder vergunning vanafgegeven door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode.

Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode.

In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een weigering van een vergunning schriftelijk en gemotiveerd gegeven. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan tegen de weigering van een vergunning bezwaar worden gemaakt bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met het weigeren van een vergunning gelijkgesteld het schriftelijk weigeren een vergunning te verlenen alsmede het niet tijdig verlenen van een vergunning. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een besluit omtrent het verlenen van een vergunning genomen binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip, indien geen geldige vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden getoond.

Nieuwe tekst
  1. Een kapitein van een schip, bedoeld onder één van de uitzonderingen opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdelen e tot en met g, of artikel 2, tweede lid, onderdelen d tot en met f, draagt er zorg voor dat met zijn schip geen reis ondernomen wordt zonder vergunning afgegeven door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

  2. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode.

  3. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een weigering van een vergunning schriftelijk en gemotiveerd gegeven. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan tegen de weigering van een vergunning bezwaar worden gemaakt bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met het weigeren van een vergunning gelijkgesteld het schriftelijk weigeren een vergunning te verlenen alsmede het niet tijdig verlenen van een vergunning. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een besluit omtrent het verlenen van een vergunning genomen binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

  4. Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip, indien geen geldige vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden getoond.

Artikel 3

Gewijzigd

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt de geldigheidsduur van de certificaten vastgesteld.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat voor schepen van een bepaalde categorie geen certificaten als bedoeld in het eerste lid benodigd zijn.

Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip dat bestemd is om buitengaats te worden gebracht, wanneer daarvoor op eerste aanvraag geen geldig certificaat is getoond, waaruit de deugdelijkheid van het schip blijkt.

Nieuwe tekst
  1. Er wordt geen reis ondernomen, tenzij de voor het schip benodigde certificaten zijn afgegeven, welke nog geldig zijn op het ogenblik van vertrek.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld welke certificaten benodigd zijn. Aan certificaten kunnen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt de geldigheidsduur van de certificaten vastgesteld.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat voor schepen van een bepaalde categorie geen certificaten als bedoeld in het eerste lid benodigd zijn.

  5. Een ambtenaar, belast inzake douane, verleent geen expeditie voor een schip dat bestemd is om buitengaats te worden gebracht, wanneer daarvoor op eerste aanvraag geen geldig certificaat is getoond, waaruit de deugdelijkheid van het schip blijkt.

Artikel 3a

Gewijzigd

Een certificaat wordt alleen afgegeven indien het schip en de bedrijfsvoering over het schip, zowel aan boord als aan de wal, voldoen aan de eisen, daartoe bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld.

De vaststelling van de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan voor bepaalde bij of krachtens de maatregel aangewezen onderwerpen geschieden door het van toepassing verklaren van de regels, ter zake gegeven door bij of krachtens de maatregel aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen. Indien een aanwijzing plaatsvindt krachtens de maatregel wordt het besluit tot aanwijzing bekendgemaakt in de Staatscourant, in dehet LandscourantAfkondigingsblad van Aruba, in dehet CuraçaosePublicatieblad Courantvan Curaçao en in dehet LandscourantAfkondigingsblad van Sint Maarten.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke onderzoeken schepen, ter verkrijging van een certificaat of tijdens de geldigheidsduur daarvan, zijn onderworpen om vast te stellen of zij voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

Nieuwe tekst
  1. Een certificaat wordt alleen afgegeven indien het schip en de bedrijfsvoering over het schip, zowel aan boord als aan de wal, voldoen aan de eisen, daartoe bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld.

  2. De vaststelling van de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan voor bepaalde bij of krachtens de maatregel aangewezen onderwerpen geschieden door het van toepassing verklaren van de regels, ter zake gegeven door bij of krachtens de maatregel aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen. Indien een aanwijzing plaatsvindt krachtens de maatregel wordt het besluit tot aanwijzing bekendgemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke onderzoeken schepen, ter verkrijging van een certificaat of tijdens de geldigheidsduur daarvan, zijn onderworpen om vast te stellen of zij voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gegeven met betrekking tot de aanvraag voor het verkrijgen van een certificaat en de daarbij over te leggen bescheiden.

Artikel 4

Gewijzigd

De kapitein is verplicht, alvorens met zijn schip eeneeen reis te ondernemen, ervoor te zorgen dat:

het schip volkomen zeewaardig is en alle daarvoor in aanmerking komende openingen binnenbinnenboord en buiten boordbuitenboord afdoende zijn gesloten;

aan boord de noodigebenodigde redding-reddings- en veiligheidsmiddelen, alsmede heel-veiligheidsmiddelen en verbandmiddelenmedische uitrusting met een bijbehorende handleidingen en eene desbetreffende handleiding,aanwijzingen, aanwezig zijn, in verband met den dienst, waarin het schip wordt gebruikt, den aard en den duur der voorgenomen reis en het aantal opvarenden en de noodige aanwijzingen betrekkelijk een doelmatig gebruik van de reddingmiddelen zijn aangebracht;zijn;

aan boord de noodigebenodigde zeekaarten,zeevaartkundige zeilaanwijzingenkaarten, zeevaartkundige publicaties en instrumenten aanwezigbeschikbaar zijn voor de kapitein en deze behoorlijk zijn bijgehouden of op tijd zijn nagezien en gesteld;bijgesteld;

alle hulpmiddelen,hulpmiddelen noodigdie nodig zijn om te kunnen voldoen aan de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen,aanvaringen op zee, aan boord zijn en in deugdelijkendeugdelijke staat verkeeren, de lantaarns in overeenstemming met deze bepalingen kunnen worden geplaatst,verkeren, en in het algemeen de uitrusting van het schipscheepsuitrusting aan de eischeneisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoet;

de lensinrichting in orde en van voldoende capaciteit is;

de lensinrichting in orde en van voldoende capaciteit is;

de aanwezige electrischeelektrische inrichtingen voldoen aan de vastgestelde voorschriften;

de radioinstallatiesradio-installaties bedrijfsklaar zijn;

de belading, de stuwage en hetde ballasten van het schip aan de eischeneisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoen;

het schip zodanig is geladen, dat het geen geringer vrijboord heeft dan blijkensvolgens de afgegeven certificaten is toegestaan;

het schip behoorlijkzodanig is bemand isdat redelijkerwijs alle werkzaamheden aan boord, met voorinachtneming zijnevan taakgeldende berekend personeel, dat lichamelijk geschikt is voor de hem opgedragen werkzaamheden, eenwet- en anderregelgeving, inkunnen verbandworden metuitgevoerd, mede gelet op de veiligheid van het schip;

de voorgeschreven stabiliteitsgegevens aan boord zijn;

de met betrekking tot oorlog of oorlogsgevaar gegeven voorschriften in acht zijn genomen;

de met betrekking tot het vervoer van lading gegeven voorschriften in acht zijn genomen.genomen;

indienniet hetmeer schippassagiers eenzijn passagiersschipingescheept dan bij of krachtens deze wet is toegestaan, de alarmrol bekend is gemaakt, de voorgeschreven alarmrollen zijn gehouden en op duidelijke wijze de nodige aanwijzingen zijn aangebracht betreffende de plaatsen waar de reddingmiddelen zijn opgeborgen of geplaatst, hoe deze plaatsen zijn te bereiken en hoe de reddingmiddelen moeten worden gebruikt.

niet meer passagiers zijn ingescheept dan blijkens het de afgegeven certificaten geoorloofd is, de alarmrol bekend is gemaakt, de voorgeschreven appèls zijn gehouden en op duidelijke wijze de nodige aanwijzingen zijn aangebracht betreffende de plaatsen, waar de reddingmiddelen zijn opgeborgen of geplaatst, hoe deze plaatsen zijn te bereiken en hoe de reddingmiddelen moeten worden gebruikt.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke eisen ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid moet worden voldaan.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke eisen ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid moet worden voldaan.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot normen voor bemanning en andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn inzake opleiding, diplomering, wachtdienst en medische geschiktheid.

Nieuwe tekst
  1. De kapitein is verplicht, alvorens met zijn schip een reis te ondernemen, ervoor te zorgen dat:

    1. het schip volkomen zeewaardig is en alle daarvoor in aanmerking komende openingen binnenboord en buitenboord afdoende zijn gesloten;

    2. aan boord de benodigde reddings- en veiligheidsmiddelen en medische uitrusting met een bijbehorende handleidingen en aanwijzingen, aanwezig zijn;

    3. aan boord de benodigde zeevaartkundige kaarten, zeevaartkundige publicaties en instrumenten beschikbaar zijn voor de kapitein en deze behoorlijk zijn bijgehouden of op tijd zijn nagezien en bijgesteld;

    4. alle hulpmiddelen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, aan boord zijn en in deugdelijke staat verkeren, en in het algemeen de scheepsuitrusting aan de eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoet;

    5. de lensinrichting in orde en van voldoende capaciteit is;

    6. de aanwezige elektrische inrichtingen voldoen aan de vastgestelde voorschriften;

    7. de radio-installaties bedrijfsklaar zijn;

    8. de belading, de stuwage en de ballasten van het schip aan de eisen van zeewaardigheid en veiligheid voldoen;

    9. het schip zodanig is geladen, dat het geen geringer vrijboord heeft dan volgens de afgegeven certificaten is toegestaan;

    10. het schip zodanig is bemand dat redelijkerwijs alle werkzaamheden aan boord, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving, kunnen worden uitgevoerd, mede gelet op de veiligheid van het schip;

    11. de voorgeschreven stabiliteitsgegevens aan boord zijn;

    12. de met betrekking tot oorlog of oorlogsgevaar gegeven voorschriften in acht zijn genomen;

    13. de met betrekking tot het vervoer van lading gegeven voorschriften in acht zijn genomen;

    14. niet meer passagiers zijn ingescheept dan bij of krachtens deze wet is toegestaan, de alarmrol bekend is gemaakt, de voorgeschreven alarmrollen zijn gehouden en op duidelijke wijze de nodige aanwijzingen zijn aangebracht betreffende de plaatsen waar de reddingmiddelen zijn opgeborgen of geplaatst, hoe deze plaatsen zijn te bereiken en hoe de reddingmiddelen moeten worden gebruikt.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke eisen ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid moet worden voldaan.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot normen voor bemanning en andere personen die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn inzake opleiding, diplomering, wachtdienst en medische geschiktheid.

Artikel 5

Gewijzigd

Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie vrijstelling verlenen van één of meer van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, mits zulks zonder gevaar voor deze categorie schepen of hun opvarenden mogelijk is. Een vrijstellingsregeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in dehet CuraçaosePublicatieblad Courantvan Curaçao en in dehet LandscourantAfkondigingsblad van Sint Maarten.

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is bevoegd om in bijzondere gevallen voor een individueel schip, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen. Een ontheffing kan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden gewijzigd of ingetrokken.

Nieuwe tekst
  1. Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie vrijstelling verlenen van één of meer van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, mits zulks zonder gevaar voor deze categorie schepen of hun opvarenden mogelijk is. Een vrijstellingsregeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.

  2. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is bevoegd om in bijzondere gevallen voor een individueel schip, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen. Een ontheffing kan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 7

Gewijzigd

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat certificaten onder daarbij aangewezen omstandigheden bovendien vervallen, wanneer de eigenaar het schip aan zijn oorspronkelijke bestemming onttrekt.

CertificatenEen kunnencertificaat kan door denhet bevoegden ambtenaarHoofd van de scheepvaartinspectieScheepvaartinspectie worden ingetrokken, wanneer het schip schade heeft beloopengeleden, ofeen eene herstellinggebrek niet naar behoorenbehoren is geschiedhersteld of wanneerindien andere redenen daartoe uitaanleiding anderen hoofde termen aanwezig zijn.geven. In Aruba, Curaçao of Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt de intrekking van een certificaat schriftelijk en gemotiveerd bekendgemaakt aan de eigenaar.

Nieuwe tekst
  1. Certificaten vervallen, wanneer:

    1. het tijdvak, waarvoor zij gelden, is verstreken;

    2. de tijdens de geldigheidsduur daarvan verplicht gestelde onderzoeken niet of niet tijdig hebben plaatsgevonden, behoudens in bij algemene maatregel van rijksbestuur omschreven bijzondere gevallen;

    3. het schip ophoudt te behooren tot de categorie van schepen, waarop deze rijkswet van toepassing is;

    4. het schip wordt verbouwd of de aan boord zijnde inrichtingen op ingrijpende wijze worden gewijzigd;

    5. het schip van naam verandert of een ander letterteeken of nummer krijgt. In dat geval worden op aanvrage nieuwe certificaten afgegeven voor het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak, waarvoor de vervallen certificaten zouden hebben gegolden.

  2. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat certificaten onder daarbij aangewezen omstandigheden bovendien vervallen, wanneer de eigenaar het schip aan zijn oorspronkelijke bestemming onttrekt.

  3. Een certificaat kan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden ingetrokken, wanneer het schip schade heeft geleden, een gebrek niet naar behoren is hersteld of indien andere redenen daartoe aanleiding geven. In Aruba, Curaçao of Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt de intrekking van een certificaat schriftelijk en gemotiveerd bekendgemaakt aan de eigenaar.

Artikel 8

Gewijzigd

De beide exemplaren van vervallen ofEen ingetrokken certificatencertificaat moetenwordt door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden ingezondengezonden door tussenkomst van de ambtenaren der Scheepvaartinspectie, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast of de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.

Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven of toegezonden.

Nieuwe tekst
  1. Een ingetrokken certificaat wordt door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie gezonden door tussenkomst van de ambtenaren der Scheepvaartinspectie, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast of de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.

  2. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven of toegezonden.

Artikel 9

Gewijzigd

De kapitein is verplicht om:

het roercommando en de voortstuwingscommando’s in rechtstreekschen zin te bezigen en te doen bezigen;

gedurende de reis alles wat tot de uitrusting van het schip behoort in deugdelijken staat en voor onmiddellijk gebruik gereed te houden, voor zoover zulks is voorgeschreven de openingen binnen en buiten boord gesloten te houden, de voorgeschreven appèlsalarmrollen en oefeningen te houden en ook overigens aan alle krachtens het vierde lid van dit artikel en de artikelen 3a, eerste lid, 4 en 11, tweede lid,4 gestelde eisen en voorschriften te voldoen;

indien gedurende de reis aan het schip, de machinerieën of de uitrusting gebreken blijken, zooveel mogelijk deze gebreken te doen herstellen;

maatregelen te nemen ter voorkoming van misbruik van het internationale noodsein en van het gebruik van seinen, welke met een internationaal noodsein kunnen worden verward;

hulp te verleenenverlenen aan een ieder die op zee in levensgevaar is of in nood verkeerendeverkeert, schepenvoor enzover vliegtuigeneen dergelijke handelswijze redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, en bij het vragen van hulp zich te gedragen naar de daaromtrent gegevengeldende voorschriften;

zorg te dragen dat de voorschriften voor de radiowacht, alsmede die betreffende het waarschuwen omtrent de gevaren ter zee, worden nageleefd;

naar gelang der zaak in het scheepsdagboek of in het machinedagboek te doen opteekenen, wat ter voldoening aan de onder b tot en met g opgelegde verplichtingen is geschied;

zorg te dragen dat de benodigde certificaten te allen tijde aan boord aanwezigbeschikbaar zijn en dat schepelingende bemanning deze of afschriften daarvan steeds kunnen inzien;

zorg te dragen, dat de met betrekking tot oorlog of oorlogsgevaar gegeven voorschriften worden nageleefd;

zorg te dragen, dat de met betrekking tot het vervoer van lading gegeven voorschriften worden nageleefd.

De kapitein is verplicht voor het behoorlijk bijhouden van de dagboeken zorg te dragen. Hij zal op eerste vordering inzage geven aan en afschrift laten nemen door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, terwijl hij voorts verplicht is steeds op eerste aanvrage inzage van de dagboeken te geven aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaren. Hij is bovendien verplicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij binnenkomst in eende Nederlandseeerstvolgende haven of een haven van Aruba, Curaçao of Sint Maarten aan Scheepvaartinspectie kennis te geven van de op de afgelopen reis voorgekomen averijen en ongevallen; het overleggen der dagboeken, onder verwijzing naar de aantekening omtrent de averij of het ongeval, wordt als zodanige kennisgeving beschouwd.

In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c, is de kapitein voorts verplicht om bij het aandoen van de eerste haven in het ontbrekende te voorzien, voor zoover dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en van de opvarenden te verzekeren.

Nieuwe tekst
  1. De kapitein is verplicht om:

    1. het roercommando en de voortstuwingscommando’s in rechtstreekschen zin te bezigen en te doen bezigen;

    2. gedurende de reis alles wat tot de uitrusting van het schip behoort in deugdelijken staat en voor onmiddellijk gebruik gereed te houden, voor zoover zulks is voorgeschreven de openingen binnen en buiten boord gesloten te houden, de voorgeschreven alarmrollen en oefeningen te houden en ook overigens aan alle krachtens het vierde lid van dit artikel en de artikelen 3a, eerste lid, en 4 gestelde eisen en voorschriften te voldoen;

    3. indien gedurende de reis aan het schip, de machinerieën of de uitrusting gebreken blijken, zooveel mogelijk deze gebreken te doen herstellen;

    4. den diepgang van het schip telkens na het innemen van lading en van brandstoffen op te nemen en zorg te dragen, dat het schip geen geringer vrijboord krijgt dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan;

    5. maatregelen te nemen ter voorkoming van misbruik van het internationale noodsein en van het gebruik van seinen, welke met een internationaal noodsein kunnen worden verward;

    6. hulp te verlenen aan een ieder die op zee in levensgevaar is of in nood verkeert, voor zover een dergelijke handelswijze redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, en bij het vragen van hulp zich te gedragen naar de daaromtrent geldende voorschriften;

    7. zorg te dragen dat de voorschriften voor de radiowacht, alsmede die betreffende het waarschuwen omtrent de gevaren ter zee, worden nageleefd;

    8. naar gelang der zaak in het scheepsdagboek of in het machinedagboek te doen opteekenen, wat ter voldoening aan de onder b tot en met g opgelegde verplichtingen is geschied;

    9. zorg te dragen dat de benodigde certificaten te allen tijde beschikbaar zijn en dat de bemanning deze of afschriften daarvan steeds kunnen inzien;

    10. zorg te dragen, dat de met betrekking tot oorlog of oorlogsgevaar gegeven voorschriften worden nageleefd;

    11. zorg te dragen, dat de met betrekking tot het vervoer van lading gegeven voorschriften worden nageleefd.

  2. De kapitein is verplicht voor het behoorlijk bijhouden van de dagboeken zorg te dragen. Hij zal op eerste vordering inzage geven aan en afschrift laten nemen door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, terwijl hij voorts verplicht is steeds op eerste aanvrage inzage van de dagboeken te geven aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaren. Hij is bovendien verplicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij binnenkomst in de eerstvolgende haven aan Scheepvaartinspectie kennis te geven van de op de afgelopen reis voorgekomen averijen en ongevallen; het overleggen der dagboeken, onder verwijzing naar de aantekening omtrent de averij of het ongeval, wordt als zodanige kennisgeving beschouwd.

  3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c, is de kapitein voorts verplicht om bij het aandoen van de eerste haven in het ontbrekende te voorzien, voor zoover dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en van de opvarenden te verzekeren.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de in de voorgaande leden van dit artikel genoemde verplichtingen.

Artikel 9a

Nieuw

De eigenaar zorgt ervoor dat voldoende middelen en voldoende ondersteuning vanaf de wal beschikbaar zijn om de kapitein op diens schip in staat te stellen te voldoen aan hetgeen is gesteld bij of krachtens deze wet.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen, onder meer ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot verplichtingen, verantwoordelijkheden of voorschriften aangaande de bedrijfsvoering op schepen.

Nieuwe tekst
  1. De eigenaar zorgt ervoor dat voldoende middelen en voldoende ondersteuning vanaf de wal beschikbaar zijn om de kapitein op diens schip in staat te stellen te voldoen aan hetgeen is gesteld bij of krachtens deze wet.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen, onder meer ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot verplichtingen, verantwoordelijkheden of voorschriften aangaande de bedrijfsvoering op schepen.

Artikel 10

Gewijzigd

De werkkring en de bevoegdheden van de in het vorige lid bedoelde ambtenaren worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld; voor wat betreft de ambtenaren, belast met het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, worden dienaangaande zonodig bij Landsverordening aanvullende regelingen getroffen.

De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de scheepvaartinspectie,Scheepvaartinspectie, uitgezonderd het krachtens het tweede lid aangewezen hoofd, opgedragen taken ofonderscheidenlijk toegekende bevoegdheden worden in Nederland en ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, of schepen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.ambtenaren.

De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de scheepvaartinspectieScheepvaartinspectie opgedragen taken ofonderscheidenlijk toegekende bevoegdheden kunnen in Nederland ten aanzien van de in artikel 2, tweedeeerste lid, bedoelde schepen,schepen die op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, ook worden verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de ambtenaren die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze rijkswet.

Nieuwe tekst
  1. Alle schepen blijven aan een voortdurend toezicht van Regeeringswege onderworpen.

  2. Onder de bevelen van Onzen Minister wordt dit toezicht opgedragen aan door Onze Minister aangewezen ambtenaren, alsmede voorzover betreft het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, aan door of vanwege de Gouverneur te benoemen ambtenaren, van welke een bij koninklijk besluit als hoofd van de scheepvaartinspectie wordt aangewezen. Ook kunnen bij koninklijk besluit voor bepaalde werkzaamheden ambtenaren van andere diensttakken ter beschikking van den dienst der scheepvaartinspectie worden gesteld.

  3. De werkkring en de bevoegdheden van de in het vorige lid bedoelde ambtenaren worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld; voor wat betreft de ambtenaren, belast met het toezicht in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, worden dienaangaande zonodig bij Landsverordening aanvullende regelingen getroffen.

  4. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, uitgezonderd het krachtens het tweede lid aangewezen hoofd, opgedragen taken onderscheidenlijk toegekende bevoegdheden worden in Nederland en ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, of schepen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  5. De bij of krachtens deze rijkswet aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie opgedragen taken onderscheidenlijk toegekende bevoegdheden kunnen ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde schepen die op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren, ook worden verricht onderscheidenlijk uitgeoefend door de ambtenaren die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze rijkswet.

Artikel 12a

Nieuw

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een onderzoek instellen naar voorvallen van betekenis, overkomen aan schepen, teneinde na te gaan of hieruit lessen kunnen worden getrokken of dat het wenselijk is regels te stellen ter voorkoming van voorvallen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de wijze waarop een onderzoek naar een in het eerste lid bedoeld voorval wordt ingesteld.

Nieuwe tekst
  1. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een onderzoek instellen naar voorvallen van betekenis, overkomen aan schepen, teneinde na te gaan of hieruit lessen kunnen worden getrokken of dat het wenselijk is regels te stellen ter voorkoming van voorvallen.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de wijze waarop een onderzoek naar een in het eerste lid bedoeld voorval wordt ingesteld.

Artikel 15

Gewijzigd

MeentIndien naar het oordeel van een ambtenaar dervan scheepvaartinspectie,de datScheepvaartinspectie niet is of zal worden voldaan aan allede bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 44, of 11, tweede lid,9 bepaalde eisen en voorschriften, danworden bericht hij dit zoo spoedig mogelijk aan dende eigenaar en aan dende kapitein vandaarvan datonverwijld schipop ende gelijktijdighoogte aangesteld, zijnenmet onmiddellijken chef, onder mededeeling aan ieder hunnervermelding van hetgeende naargeconstateerde zijne meening ontbreekt.tekortkomingen.

Op verlangen van denDe eigenaar of van den kapitein berichtkan hijaan dezende ambtenaar verzoeken om aan te geven op welke wijze naar zijnezijn meeningmening in het ontbrekende kan worden voorzien.

BlijktIndien hemde tengeconstateerde slotte, dattekortkomingen niet in voldoende mate aan zijne aanwijzingen gevolg is gegeven, dan geeft hij van zijn gevoelenhersteld, onderstelt de ambtenaar met vermelding van redenen aan dende eigenaar en aan dende kapitein endaarvan aanop dende in het eerste lid bedoelden chef kennis.hoogte.

Nieuwe tekst
  1. Indien naar het oordeel van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie niet is of zal worden voldaan aan de bij of krachtens artikelen 3a, eerste lid, 4, of 9 bepaalde eisen en voorschriften, worden de eigenaar en de kapitein daarvan onverwijld op de hoogte gesteld, met vermelding van de geconstateerde tekortkomingen.

  2. De eigenaar of kapitein kan aan de ambtenaar verzoeken om aan te geven op welke wijze naar zijn mening in het ontbrekende kan worden voorzien.

  3. Indien de geconstateerde tekortkomingen niet in voldoende mate zijn hersteld, stelt de ambtenaar met vermelding van redenen de eigenaar en de kapitein daarvan op de hoogte.

Artikel 16

Gewijzigd

Indien aan eenenEen ambtenaar der scheepvaartinspectie blijkt, dat een schip niet voorzien is van de noodige geldige certificaten,Scheepvaartinspectie is hijbevoegd gerechtigd heteen schip aan te houden.houden voor onderzoek, indien:

Indien eende ambtenaar van de Scheepvaartinspectie gegronde redenen heeft voor twijfelconstateert of een schip,gerechtvaardigd niettegenstaandevermoeden daarvoorheeft de nodige geldige certificaten zijn afgegeven, voldoende zeewaardig is, dan wel of aan alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 11, tweede lid, bepaalde eisen en voorschriften, is of zal worden voldaan, is hij gerechtigddat het schip voorniet onderzoekvoldoet aan tede houden.eisen, gesteld krachtens artikel 3a, voor de verkrijging van die certificaten;

Evenzeerdeambtenaar isconstateert dedat ambtenaarof gerechtigdgegronde totredenen aanhoudingheeft vanom eenaan schipte wanneernemen de eigenaar,dat de kapitein in strijd met bij of krachtens de ledenartikelen der4 bemanningof niet9 debepaalde dooreisen deen ambtenaarvoorschriften gevorderdehandelt medewerkingdan bijwel dezal uitoefening van zijn bevoegdheden verlenen.handelen.

DeEen ambtenaar geeft van de aanhoudingScheepvaartinspectie onverwijld,is onderbevoegd opgaafeen van redenen, kennisschip aan zijnte onmiddellijkehouden, chef, die daarvan terstond mededeling doet aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.indien:

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie beslist zo spoedig mogelijk of al dan niet een onderzoek zal worden ingesteld; in het laatste geval heft hij de aanhouding op en geeft hij van de opheffing onverwijld kennis aan de ambtenaar, die het schip heeftniet aangehouden.is In Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt deze beslissing door een aldaar daartoe aangewezen ambtenaarvoorzien van dealle Scheepvaartinspectiekrachtens genomen.artikel 3 benodigde geldige certificaten of documenten;

Indienuit schepelingenhet tenin aanzienhet vaneerste hunlid schipbedoelde redenenonderzoek menenblijkt tedat hebbenniet vooris twijfelvoldaan overaan de zeewaardigheideisen ofgesteld dekrachtens voldoendeartikel uitrusting van het schip, zijn zij gerechtigd zich te wenden tot de Scheepvaartinspectie.3a;

Indienwordt Onze Ministergehandeld in gevalstrijd vanmet oorlogsgevaarhetgeen vanbepaald oordeelbij is,of datkrachtens deartikelen vaart4 teen groote gevaren oplevert, kan hij een schip door een ambtenaar van de scheepvaartinspectie doen aanhouden.9;

Zodrade er geen reden iseigenaar, de aanhouding langer te laten voortduren en de mogelijk op grond van artikel 72, onder a, verschuldigde kosten zijn voldaankapitein of de voldoeningoverige daarvanleden voldoendevan zekerbemanning is gesteld, wordtniet de aanhoudingdoor opgeheven.de ambtenaar gevorderde medewerking verlenen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

InIndien Nederlandeen bemanningslid ten aanzien van diens schip redenen meent te hebben voor twijfel over de zeewaardigheid dan wel of aan alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 9, bepaalde eisen en voorschriften, is afdelingof 5.3zal worden voldaan, is hij gerechtigd zich te wenden tot het Hoofd van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde bevoegdheid.Scheepvaartinspectie.

Indien Onze Minister in geval van oorlogsgevaar van oordeel is dat de vaart te grote gevaren oplevert, kan hij een schip door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie laten aanhouden.

In Nederland beslist het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zo spoedig mogelijk of in geval van het eerste lid al dan niet een onderzoek wordt ingesteld. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten beslist een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of al dan niet een onderzoek wordt ingesteld.

In Nederland is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde bevoegdheid.

Nieuwe tekst
  1. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is bevoegd een schip aan te houden voor onderzoek, indien:

    1. de ambtenaar constateert of een gerechtvaardigd vermoeden heeft dat het schip niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens artikel 3a, voor de verkrijging van die certificaten;

    2. deambtenaar constateert dat of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de kapitein in strijd met bij of krachtens de artikelen 4 of 9 bepaalde eisen en voorschriften handelt dan wel zal handelen.

  2. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is bevoegd een schip aan te houden, indien:

    1. het schip niet is voorzien van alle krachtens artikel 3 benodigde geldige certificaten of documenten;

    2. uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat niet is voldaan aan de eisen gesteld krachtens artikel 3a;

    3. wordt gehandeld in strijd met hetgeen bepaald bij of krachtens artikelen 4 en 9;

    4. de eigenaar, de kapitein of de overige leden van bemanning niet de door de ambtenaar gevorderde medewerking verlenen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

  3. Indien een bemanningslid ten aanzien van diens schip redenen meent te hebben voor twijfel over de zeewaardigheid dan wel of aan alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 9, bepaalde eisen en voorschriften, is of zal worden voldaan, is hij gerechtigd zich te wenden tot het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

  4. Indien Onze Minister in geval van oorlogsgevaar van oordeel is dat de vaart te grote gevaren oplevert, kan hij een schip door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie laten aanhouden.

  5. In Nederland beslist het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zo spoedig mogelijk of in geval van het eerste lid al dan niet een onderzoek wordt ingesteld. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten beslist een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of al dan niet een onderzoek wordt ingesteld.

  6. In Nederland is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde bevoegdheid.

Artikel 17

Gewijzigd

In Nederland geldt de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het besluit tot aanhouding, met uitzondering van artikel 3:41, eerste lid. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt het besluit tot aanhouding schriftelijk genomen en gemotiveerd. Het besluit wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en aan de kapitein. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die de aanhouding heeft verricht, deelt elke beslissing tot aanhouding of tot opheffing daarvan mede aan de betrokken ambtenaar, belast met de in- of uitklaring.

NaHet ontvangstbesluit tot aanhouding wordt bekendgemaakt door uitreiking aan de kapitein. Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de bekendmaking van een berichtbesluit tot aanhouding door uitreiking van aanhouding,dit alsbesluit inaan de naar het eersteoordeel lid bedoeld, verleenenvan de daarambtenaar genoemde belastingambtenaren geene expeditie, alvorens hun zal zijn bericht, datvan de aanhoudingScheepvaartinspectie isdaarvoor opgeheven.meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door kennisgeving van het besluit aan de kapitein.

De inambtenaar hetvan eerstede lidScheepvaartinspectie bedoeldedie belastingambtenarende verleenenaanhouding geeneheeft verricht, deelt elke beslissing tot aanhouding of tot opheffing daarvan onverwijld mede aan de betrokken ambtenaar, belast inzake douane. Na ontvangst van een bericht tot aanhouding verleent de betrokken ambtenaar, belast inzake douane, geen expeditie voortotdat eende schip, dat bestemdaanhouding is om buitengaats te worden gebracht, wanneer daarvoor op eerste aanvraag geen geldig certificaat waaruit de deugdelijkheid van het schip blijkt of geene geldige vergunning, als bedoeld in artikel 2bis, wordt getoond.opgeheven.

De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie stelt de havenbeheerder en de naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komende diensten onverwijld in kennis van de aanhouding en van de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid.

De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie stelt de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onverwijld schriftelijk in kennis van de aanhouding en de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid.

Nieuwe tekst
  1. In Nederland geldt de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het besluit tot aanhouding, met uitzondering van artikel 3:41, eerste lid. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt het besluit tot aanhouding schriftelijk genomen en gemotiveerd.

  2. Het besluit tot aanhouding wordt bekendgemaakt door uitreiking aan de kapitein. Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de bekendmaking van een besluit tot aanhouding door uitreiking van dit besluit aan de naar het oordeel van de ambtenaar van de Scheepvaartinspectie daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door kennisgeving van het besluit aan de kapitein.

  3. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die de aanhouding heeft verricht, deelt elke beslissing tot aanhouding of tot opheffing daarvan onverwijld mede aan de betrokken ambtenaar, belast inzake douane. Na ontvangst van een bericht tot aanhouding verleent de betrokken ambtenaar, belast inzake douane, geen expeditie totdat de aanhouding is opgeheven.

  4. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie stelt de havenbeheerder en de naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komende diensten onverwijld in kennis van de aanhouding en van de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid.

  5. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie stelt de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onverwijld schriftelijk in kennis van de aanhouding en de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid.

Artikel 17a

Nieuw

De kapitein van een aangehouden schip is verplicht zijn schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op de door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in overeenstemming met de havenbeheerder aan te wijzen plaats.

Zolang de aanhouding voortduurt, is het de kapitein verboden het schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.

In verband met de veiligheid van een aangehouden schip of de haven kan een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip tijdelijk naar een locatie buiten de haven te verplaatsen, onder voorwaarde dat de kapitein van het aangehouden schip radiocontact behoudt met de havenbeheerder.

Zonder deze toestemming weigeren alle betrokken ambtenaren hun medewerking bij het verplaatsen en het in- of uitklaren van het schip.

Indien een schip in een buitenlandse haven door een bevoegde autoriteit is aangehouden ingevolge de bepalingen van het SOLAS-verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag of besluit van volkenrechtelijke organisatie ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld, is het de kapitein verboden met dat schip de haven te verlaten.

Nieuwe tekst
  1. De kapitein van een aangehouden schip is verplicht zijn schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op de door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in overeenstemming met de havenbeheerder aan te wijzen plaats.

  2. Zolang de aanhouding voortduurt, is het de kapitein verboden het schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.

  3. In verband met de veiligheid van een aangehouden schip of de haven kan een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip tijdelijk naar een locatie buiten de haven te verplaatsen, onder voorwaarde dat de kapitein van het aangehouden schip radiocontact behoudt met de havenbeheerder.

  4. Zonder deze toestemming weigeren alle betrokken ambtenaren hun medewerking bij het verplaatsen en het in- of uitklaren van het schip.

  5. Indien een schip in een buitenlandse haven door een bevoegde autoriteit is aangehouden ingevolge de bepalingen van het SOLAS-verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag of besluit van volkenrechtelijke organisatie ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld, is het de kapitein verboden met dat schip de haven te verlaten.

Artikel 17b

Nieuw

De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zijn bevoegd ter uitvoering en handhaving van de aanhouding de nodige maatregelen te nemen en de nodige aanwijzingen te geven.

Nieuwe tekst

De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zijn bevoegd ter uitvoering en handhaving van de aanhouding de nodige maatregelen te nemen en de nodige aanwijzingen te geven.

Artikel 17c

Nieuw

Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie heft de aanhouding, niet zijnde een aanhouding als bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, op indien:

er geen onderzoek als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, wordt ingesteld; of

de redenen, genoemd in artikel 16, tweede lid, niet of niet langer van toepassing zijn; en indien

de eigenaar de vergoeding voor de mogelijk op grond van artikel 72 verschuldigde kosten heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten.

Op de opheffing van een aanhouding is artikel 17 van overeenkomstige toepassing.

Nieuwe tekst
  1. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie heft de aanhouding, niet zijnde een aanhouding als bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, op indien:

    1. er geen onderzoek als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, wordt ingesteld; of

    2. de redenen, genoemd in artikel 16, tweede lid, niet of niet langer van toepassing zijn; en indien

    3. de eigenaar de vergoeding voor de mogelijk op grond van artikel 72 verschuldigde kosten heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten.

  2. Op de opheffing van een aanhouding is artikel 17 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19

Gewijzigd

In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, daartegen beroep instellen bij de voorzitter van de Commissie van Onderzoek in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten,.

Het beroep wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk, telegrafisch of per telefaxschriftelijk ingediend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, en de gronden van het beroep.

Alvorens een beslissing op het beroep te nemen raadpleegt de voorzitter van de Commissie van Onderzoek de ter zake meest geschikte leden van de Commissie, die noch rechtstreeks, noch zijdelings belang bij de beslissing hebben.

Nieuwe tekst
  1. In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, daartegen beroep instellen bij de voorzitter van de Commissie van Onderzoek in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten,.

  2. Het beroep wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk ingediend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, en de gronden van het beroep.

  3. Alvorens een beslissing op het beroep te nemen raadpleegt de voorzitter van de Commissie van Onderzoek de ter zake meest geschikte leden van de Commissie, die noch rechtstreeks, noch zijdelings belang bij de beslissing hebben.

  4. De voorzitter kan bepalen dat het beroep de werking schorst van het besluit waartegen het is gericht.

  5. De voorzitter maakt zijn beslissing op het beroep schriftelijk bekend door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. De beslissing berust op een deugdelijke motivering. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van de beslissing.

Artikel 20

Gewijzigd

In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba verzoeken dit besluit in heroverweging te nemen.

Het verzoek wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk, telegrafisch of per telefaxschriftelijk aanhangig gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, en de gronden waarop het bezwaar rust.

Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de bezwaarschriftprocedure in hoofdstuk II van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

Nieuwe tekst
  1. In afwijking van artikel 18 kan degene die door een besluit van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba rechtstreeks in zijn belang is getroffen, met uitzondering van een besluit tot het aanhouden van een schip op grond van artikel 16, vierde lid, het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba verzoeken dit besluit in heroverweging te nemen.

  2. Het verzoek wordt binnen zes weken na het besluit schriftelijk aanhangig gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij het hoofd van de Scheepvaartinspectie in Aruba en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, en de gronden waarop het bezwaar rust.

  3. Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de bezwaarschriftprocedure in hoofdstuk II van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

  4. De indiener van het bezwaarschrift kan aan het Gerecht in Eerste Aanleg verzoeken het besluit waartegen het bezwaar zich richt, te schorsen op grond dat de uitvoering daarvan voor de indiener een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering te dienen belang.

  5. Degene die door de beslissing van het hoofd van de Scheepvaartinspectie op het bezwaarschrift rechtstreeks in zijn belang is getroffen, kan daartegen beroep instellen bij het Gerecht in Eerste Aanleg. Dit beroep wordt behandeld volgens de beroepschriftprocedure in hoofdstuk III van de Landsverordening administratieve rechtspraak.

Artikel 23

Gewijzigd

De Raad bestaat uit een voorzitter en twee gewone leden. De gewone leden zijn een zeeofficier of oud-zeeofficier en een kapitein of oud-kapitein ter koopvaardij. De voorzitter moet op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

Verder worden benoemd de nodige buitengewone leden, van wie drie ondernemers of oud-ondernemers in de zeescheepvaart en drie kapiteins of oud-kapiteins, onderscheidenlijk van de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij, een registerloods of oud-registerloods, een werktuigkundige, een electrotechnicus, drie scheepsbouwkundigen, onderscheidenlijk bekend met den bouw van schepen voor de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij en een machinist of oud-machinist.oud-machinist of een functie gelijkwaardig aan machinist. De ondernemers en kapiteins van de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij nemen onderscheidenlijk zitting naar gelang het te behandelen geval behoort tot de groote vaart, de kleine vaart of de zeevisscherij. De overige buitengewone leden nemen zitting wanneer de voorzitter of de Raad van oordeel is, dat hunne tegenwoordigheid door den aard van het te behandelen geval wenschelijk wordt gemaakt. Ook de zitting nemende buitengewone leden nemen aan de stemmingen deel.

Voorts worden benoemd de noodige plaatsvervangende voorzitters en de noodige plaatsvervangende leden, die invallen bij ontstentenis van gewone of buitengewone leden. De plaatsvervangende voorzitters moeten op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

Nieuwe tekst
  1. De Raad voor de scheepvaart is gevestigd te Amsterdam, maar is bevoegd bij uitzondering in andere gemeenten hier te lande te vergaderen.

  2. De Raad bestaat uit een voorzitter en twee gewone leden. De gewone leden zijn een zeeofficier of oud-zeeofficier en een kapitein of oud-kapitein ter koopvaardij. De voorzitter moet op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

  3. Verder worden benoemd de nodige buitengewone leden, van wie drie ondernemers of oud-ondernemers in de zeescheepvaart en drie kapiteins of oud-kapiteins, onderscheidenlijk van de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij, een registerloods of oud-registerloods, een werktuigkundige, een electrotechnicus, drie scheepsbouwkundigen, onderscheidenlijk bekend met den bouw van schepen voor de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij en een machinist of oud-machinist of een functie gelijkwaardig aan machinist. De ondernemers en kapiteins van de groote vaart, de kleine vaart en de zeevisscherij nemen onderscheidenlijk zitting naar gelang het te behandelen geval behoort tot de groote vaart, de kleine vaart of de zeevisscherij. De overige buitengewone leden nemen zitting wanneer de voorzitter of de Raad van oordeel is, dat hunne tegenwoordigheid door den aard van het te behandelen geval wenschelijk wordt gemaakt. Ook de zitting nemende buitengewone leden nemen aan de stemmingen deel.

  4. Voorts worden benoemd de noodige plaatsvervangende voorzitters en de noodige plaatsvervangende leden, die invallen bij ontstentenis van gewone of buitengewone leden. De plaatsvervangende voorzitters moeten op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

  5. Aan den Raad worden een secretaris en een plaatsvervangende secretaris verbonden. De secretaris en de plaatsvervangende secretaris moeten op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

  6. De in het tweede, derde, vierde en vijfde lid bedoelde personen worden door Ons benoemd, telkens voor den tijd van ten hoogste vier jaren.

  7. Voor de toepassing van dit artikel wordt een directeur of oud-directeur van eene scheepvaartmaatschappij als ondernemer of oud-ondernemer in de zeescheepvaart aangemerkt.

  8. Bij koninklijk besluit worden de werkkring en de bevoegdheden van de voorzitter, van de gewone en buitengewone leden, van de secretaris en van hun plaatsvervangers vastgesteld en worden de geldelijke schadeloosstellingen van de voorzitter, van de gewone en buitengewone leden en van hun plaatsvervangers geregeld, benevens de bezoldiging van de secretaris en de geldelijke schadeloosstelling van zijn plaatsvervanger.

  9. Eveneens worden door Ons de werkkring en de bevoegdheden geregeld van het hoofd van de scheepvaartinspectie en van andere ambtenaren van de scheepvaartinspectie, in verband met hunnen arbeid bij den Raad voor de scheepvaart.

Artikel 26

Gewijzigd

De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de gewone en de buitengewone leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn verplicht het geheim der raadkamer te bewaren.

Voor het nemen van beslissingen moet de Raad ten minste uit drie leden, den voorzitter of plaatsvervangenden voorzitter inbegrepen, bestaan. Ingeval van staking van stemmen, wordt, wanneer het geldt eene beslissing, als in de artikelen 36 en 48 bedoeld, geacht ten voordeele van dende betrokken kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonistofficier te zijn beslist; in alle andere gevallen is in geval van staking van stemmen de stem van den voorzitter beslissend.

Nieuwe tekst
  1. De zittingen van den Raad worden in het openbaar gehouden tenzij de Raad, om in de uitspraak te vermelden redenen, mocht besluiten de behandeling van eene zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren te doen plaats hebben.

  2. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de gewone en de buitengewone leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn verplicht het geheim der raadkamer te bewaren.

  3. Voor het nemen van beslissingen moet de Raad ten minste uit drie leden, den voorzitter of plaatsvervangenden voorzitter inbegrepen, bestaan. Ingeval van staking van stemmen, wordt, wanneer het geldt eene beslissing, als in de artikelen 36 en 48 bedoeld, geacht ten voordeele van de betrokken kapitein of officier te zijn beslist; in alle andere gevallen is in geval van staking van stemmen de stem van den voorzitter beslissend.

Artikel 26bis

Gewijzigd

Samenstelling en werkwijze van de Commissies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden bij Landsverordening vastgesteld.

De Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, hebben ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, overeenkomstige bevoegdheden en overeenkomstige taken als bij deze wet aan de Raad voor de Scheepvaart zijn toegekend, met uitzondering evenwel van de bevoegdheid tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonistofficier op te treden.

Voorzover het betreft schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, is het bepaalde bij de artikelen 24, 25, 26 eerste en tweede lid, 32 eerste lid en 64 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.

Nieuwe tekst
  1. In Curaçao wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Willemstad en benoemd bij landsbesluit van Curaçao.

  2. In Aruba wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Oranjestad en benoemd bij landsbesluit van Aruba.

  3. In Sint Maarten wordt ingesteld een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Philipsburg en benoemd bij landsbesluit van Sint Maarten.

  4. Samenstelling en werkwijze van de Commissies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden bij Landsverordening vastgesteld.

  5. De Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, hebben ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, overeenkomstige bevoegdheden en overeenkomstige taken als bij deze wet aan de Raad voor de Scheepvaart zijn toegekend, met uitzondering evenwel van de bevoegdheid tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein, of officier op te treden.

  6. Voorzover het betreft schepen, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, is het bepaalde bij de artikelen 24, 25, 26 eerste en tweede lid, 32 eerste lid en 64 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 26a

Gewijzigd

Er⚠ Dit artikel is een Algemene Commissie tot Voorkoming van Arbeidsongevallen Zeevarenden, in deze paragraaf te noemen: de Commissie.vervallen.Vervallen

De Commissie heeft tot taak Onze Minister te adviseren betreffende het nemen van maatregelen ter voorkoming van arbeidsongevallen bij zeevarenden. De Commissie kan uit eigener beweging voorstellen terzake doen.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 26b

Gewijzigd

De⚠ ledenDit vanartikel deis Commissie worden door Onze Minister benoemd.vervallen.Vervallen

De Commissie bestaat uit ambtelijke en niet-ambtelijke leden.

De ambtelijke leden worden benoemd uit de departementen van Verkeer en Waterstaat, van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen.

De benoeming van de ambtenaren uit de departementen van Sociale Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen geschiedt in overeenstemming met de betrokken Ministers.

De niet-ambtelijke leden worden benoemd uit en op voordracht van naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

Tevens benoemt Onze Minister voor ieder der leden een plaatsvervanger. Hierbij is het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

De benoeming der leden en plaatsvervangende leden geschiedt voor de tijd van ten hoogste twee jaren. De aftredende leden en plaatsvervangende leden zijn terstond herbenoembaar.

Aan een lid of plaatsvervangend lid wordt door Onze Minister tussentijds ontslag verleend:

bij verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden;

op eigen verzoek.

Het secretariaat van de Commissie berust bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 26c

Gewijzigd

De⚠ CommissieDit kanartikel werkgroepenis bestaande uit leden van de Commissie, instellen en deskundigen uitnodigen tot het deelnemen aan de beraadslagingen van de Commissie of van een werkgroep.vervallen.Vervallen

Een vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam kan deelnemen aan alle beraadslagingen van de Commissie en zonodig aan die van een werkgroep.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 26d

Gewijzigd

De⚠ CommissieDit steltartikel regelsis omtrent haar werkwijze.vervallen.Vervallen

Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister alvorens van kracht te worden.

De Commissie kan nadere regels vaststellen omtrent de door haar werkgroepen te volgen werkwijze.

Nieuwe tekst
⚠ Dit artikel is vervallen.

Vervallen

Artikel 26e

Gewijzigd

Aan boord van elk schip met vijf bemanningsleden of meer is een veiligheidscommissie.

Onze Minister kan schepen of categorieën van schepen uitzonderen van het bepaalde in het vorige lid.

Nieuwe tekst
  1. Aan boord van elk schip met vijf bemanningsleden of meer is een veiligheidscommissie.

  2. Onze Minister kan schepen of categorieën van schepen uitzonderen van het bepaalde in het vorige lid.

  3. De veiligheidscommissie heeft tot taak de kapitein te adviseren betreffende het nemen van maatregelen ter voorkoming van arbeidsongevallen aan boord.

Artikel 30

Gewijzigd

De artikelen 7,11, derde lid, 12, derde lid, 13, 17, eerste en tweede lid, 8,24, 8a25, , 9, 1011, 13, 14, 15, tweede27 en derde lid, 16, tweede en derde lid, 17, 19, 23, eerste lid, en 2528 van de Wet op de Parlementaireparlementaire Enquêteenquête 2008 zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.

Dezen komen dezelfde bevoegdheden toe als bij die artikelen aan de aldaar bedoelde commissie van onderzoek zijn toegekend.

Nieuwe tekst
  1. De artikelen 11, derde lid, 12, derde lid, 13, 17, eerste en tweede lid, 24, 25, 27 en 28 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.

  2. Dezen komen dezelfde bevoegdheden toe als bij die artikelen aan de aldaar bedoelde commissie van onderzoek zijn toegekend.

  3. Nochtans zal in het geval, geregeld bij artikel 13 der in het eerste lid genoemde wet, het bevel van medebrenging mede door den voorzitter van den Raad kunnen worden verleend.

  4. Ten aanzien van de Commissies van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis, eerste, tweede en derde lid, en de aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden overeenkomstige regelen bij Landsverordening gesteld.

Artikel 32

Gewijzigd

De Scheepvaartinspectie en de Raad kunnen overlegging vorderen binnen eenen bepaalden termijn van scheepsdagboeken, machinedagboeken, scheepsverklaringen, monsterrollen, strafregisters en van alle andere voor het onderzoek vereischte bescheiden, zoowel van de kapiteins der schepen, bij de scheepsramp betrokken geweest, als van ieder ander, die de stukken onder zijne berusting heeft. De personen tot wie een vordering wordt gericht tot overlegging van de genoemde bescheiden, zijn verplicht deze stukken binnen de gestelde termijn over te leggen in de staat waarin zij zich ten tijde van de vordering bevinden.

Nieuwe tekst

De Scheepvaartinspectie en de Raad kunnen overlegging vorderen binnen eenen bepaalden termijn van scheepsdagboeken, machinedagboeken, scheepsverklaringen, monsterrollen, strafregisters en van alle andere voor het onderzoek vereischte bescheiden, zoowel van de kapiteins der schepen, bij de scheepsramp betrokken geweest, als van ieder ander, die de stukken onder zijne berusting heeft. De personen tot wie een vordering wordt gericht tot overlegging van de genoemde bescheiden, zijn verplicht deze stukken binnen de gestelde termijn over te leggen in de staat waarin zij zich ten tijde van de vordering bevinden.

Artikel 33

Gewijzigd

De kapitein, de stuurlieden en de machinisten of een functie gelijkwaardig aan machinisten van een schip, hetwelk door eene ramp is getroffen of eene ramp heeft veroorzaakt, en voorts ieder, die meent over de oorzaken van de ramp licht te kunnen verspreiden, kunnen verzoeken, zoowel dat zij zelven gehoord worden, als ook bepaaldelijk door hen aangewezen personen, van wie evenzeer het geven van ter zake dienende inlichtingen kan worden verwacht.

Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.

Nieuwe tekst
  1. De kapitein, de stuurlieden en de machinisten of een functie gelijkwaardig aan machinisten van een schip, hetwelk door eene ramp is getroffen of eene ramp heeft veroorzaakt, en voorts ieder, die meent over de oorzaken van de ramp licht te kunnen verspreiden, kunnen verzoeken, zoowel dat zij zelven gehoord worden, als ook bepaaldelijk door hen aangewezen personen, van wie evenzeer het geven van ter zake dienende inlichtingen kan worden verwacht.

  2. Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.

  3. De verzoekers mogen tot de verschenen getuigen vragen doen richten, met dien verstande, dat aan den leider van het onderzoek de beslissing blijft, of eene vraag al dan niet zal worden gesteld.

Artikel 34

Gewijzigd

Indien tijdens het voorloopig onderzoek nopens eene scheepsramp omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie de vraag doen rijzen, of de kapitein of één of meer stuurlieden, machinisten, radiotelegrafisten of radiotelefonistenofficieren ongeschikt zijn om hunne beroepsplichten te vervullen, verbindt hij aan zijn voorstel om een onderzoek naar de scheepsramp te doen instellen, de voordracht om dien kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist te hooren.

Ook indien geene scheepsramp heeft plaats gehad kan in bijzondere omstandigheden het hoofd van de scheepvaartinspectie aan den Raad voor de scheepvaart voorstellen een onderzoek in te stellen naar de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer stuurlieden, machinisten, radiotelegrafisten of radiotelefonisten.officieren.

Beslist de commissie uit den Raad of de Raad, dat de kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonistéén of meer officieren ter zake zal worden gehoord, dan wordt den betrokkene een afschrift der beslissing beteekend. Voorts wordt gehandeld overeenkomstig het vierde lid van artikel 29.

Indien echter eerst tijdens het onderzoek, door den Raad gehouden, omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie of bij den Raad de vraag doen rijzen, of de ramp is veroorzaakt door de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer stuurlieden, machinisten, radiotelegrafisten of radiotelefonisten,officieren, dan kan de Raad op voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie of uit eigen beweging besluiten, dat ook over deze vraag het onderzoek zal loopen.

Is de betrokkene ter zitting aanwezig, dan deelt de voorzitter hem de beslissing van den Raad mede. Aan den betrokkene kan op zijn verzoek een uitstel voor de verdere behandeling van de zaak worden verleend.

Is de betrokkene niet ter zitting aanwezig, dan wordt de verdere behandeling der zaak geschorst tot een nader door den voorzitter te bepalen dag en uur en wordt de betrokkene onder beteekening van ’s Raads beslissing tegen die zitting opgeroepen.

De betrokkene heeft het recht zich bij de behandeling zijner zaak door eenen raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door eenen bijzonder voor dit doel gemachtigde, behoudens de verplichting van den betrokkene om in persoon te verschijnen, wanneer de Raad dit vordert. De betrokkene en zijn raadsman, of zijn gemachtigde, hebben het recht de stukken van het voorloopig onderzoek vóór de behandeling dervan de zaak ter secretarie van den Raad voor de scheepvaart in te zien.ontvangen.

De Raad kan in de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene tevens onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonistéén of meer officieren op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Nieuwe tekst
  1. Indien tijdens het voorloopig onderzoek nopens eene scheepsramp omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie de vraag doen rijzen, of de kapitein of één of meer officieren ongeschikt zijn om hunne beroepsplichten te vervullen, verbindt hij aan zijn voorstel om een onderzoek naar de scheepsramp te doen instellen, de voordracht om dien kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist te hooren.

  2. Ook indien geene scheepsramp heeft plaats gehad kan in bijzondere omstandigheden het hoofd van de scheepvaartinspectie aan den Raad voor de scheepvaart voorstellen een onderzoek in te stellen naar de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer officieren.

  3. Beslist de commissie uit den Raad of de Raad, dat de kapitein of één of meer officieren ter zake zal worden gehoord, dan wordt den betrokkene een afschrift der beslissing beteekend. Voorts wordt gehandeld overeenkomstig het vierde lid van artikel 29.

  4. Indien echter eerst tijdens het onderzoek, door den Raad gehouden, omstandigheden aan het licht komen, welke bij het hoofd van de scheepvaartinspectie of bij den Raad de vraag doen rijzen, of de ramp is veroorzaakt door de ongeschiktheid van den kapitein of van één of meer officieren, dan kan de Raad op voorstel van het hoofd van de scheepvaartinspectie of uit eigen beweging besluiten, dat ook over deze vraag het onderzoek zal loopen.

  5. Is de betrokkene ter zitting aanwezig, dan deelt de voorzitter hem de beslissing van den Raad mede. Aan den betrokkene kan op zijn verzoek een uitstel voor de verdere behandeling van de zaak worden verleend.

  6. Is de betrokkene niet ter zitting aanwezig, dan wordt de verdere behandeling der zaak geschorst tot een nader door den voorzitter te bepalen dag en uur en wordt de betrokkene onder beteekening van ’s Raads beslissing tegen die zitting opgeroepen.

  7. De betrokkene heeft het recht zich bij de behandeling zijner zaak door eenen raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door eenen bijzonder voor dit doel gemachtigde, behoudens de verplichting van den betrokkene om in persoon te verschijnen, wanneer de Raad dit vordert. De betrokkene en zijn raadsman, of zijn gemachtigde, hebben het recht de stukken van het voorloopig onderzoek vóór de behandeling van de zaak te ontvangen.

  8. De Raad kan in de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene tevens onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein of één of meer officieren op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Artikel 36

Gewijzigd

De Raad kan, hetzij op vordering van het hoofd van de scheepvaartinspectie, hetzij dien hoofdambtenaar gehoord, bij eene met redenen omkleede beslissing den kapitein of één of meer stuurlieden, machinisten, radiotelegrafisten of radiotelefonistenofficieren onbevoegd verklaren om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen, indien hij den betrokkene ongeschikt acht om zijne beroepsplichten te vervullen.

De onbevoegdverklaring gaat in op den dag van de beteekening van de uitspraak.

Nieuwe tekst
  1. De Raad kan, hetzij op vordering van het hoofd van de scheepvaartinspectie, hetzij dien hoofdambtenaar gehoord, bij eene met redenen omkleede beslissing den kapitein of één of meer officieren onbevoegd verklaren om als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafist of radiotelefonist op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen, indien hij den betrokkene ongeschikt acht om zijne beroepsplichten te vervullen.

  2. De onbevoegdverklaring gaat in op den dag van de beteekening van de uitspraak.

Artikel 39

Gewijzigd

De onbevoegdverklaarde is verplicht de in Nederlandhet betreffende land van het Koninkrijk geldige diploma’s of daaraan gelijkwaardige documenten van zijn vroegere bevoegdheid of - indien hij in het bezit is van een door een Nederlandsebevoegde autoriteit in dat land afgegeven verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in het Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst 1978, met Bijlage (Trb. 1981, 144) - deze verklaring onmiddellijk na de betekening van de uitspraak af te geven aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

Wordt iemand onbevoegd verklaard om als kapitein maar niet tevens om als stuurman op te treden, dan zal hem, zo hij in het bezit is van een diploma of een verklaring als bedoeld in het eerste lid, desverlangd door Onze Minister, onderscheidenlijk de tot afgifte van de verklaring bevoegde autoriteit een diploma onderscheidenlijk een verklaring worden uitgereikt met de beperking dat de bevoegdheid om als kapitein op te treden is uitgesloten.

Nieuwe tekst
  1. De onbevoegdverklaarde is verplicht de in het betreffende land van het Koninkrijk geldige diploma’s of daaraan gelijkwaardige documenten van zijn vroegere bevoegdheid of - indien hij in het bezit is van een door een bevoegde autoriteit in dat land afgegeven verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in het Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst 1978, met Bijlage (Trb. 1981, 144) - deze verklaring onmiddellijk na de betekening van de uitspraak af te geven aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

  2. Wordt iemand onbevoegd verklaard om als kapitein maar niet tevens om als stuurman op te treden, dan zal hem, zo hij in het bezit is van een diploma of een verklaring als bedoeld in het eerste lid, desverlangd door Onze Minister, onderscheidenlijk de tot afgifte van de verklaring bevoegde autoriteit een diploma onderscheidenlijk een verklaring worden uitgereikt met de beperking dat de bevoegdheid om als kapitein op te treden is uitgesloten.

Artikel 48

Gewijzigd

De kapitein, die zichonder andere ten opzichte van zijnde scheepvaartonderneming,eigenaar, de bevrachters,verschepers, de schepelingen,bemanning, de passagiers of andere opvarenden op eenigerleienige wijze heeft misdragen,gehandeld in strijd met wettelijke bepalingen of voorschriften, kan, onafhankelijk van de burgerlijke en de strafvordering, door den Raad voor de scheepvaart, na ingesteld onderzoek, disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, als kapitein op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen.

Desgelijks kan de kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonisteen officier door den Raad voor de scheepvaart disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, in een of meer dezer betrekkingen op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen, een en ander wanneer de Raad bij het in hoofdstuk IV bedoelde onderzoek tot de overtuiging komt, dat aan zijne schuld eene scheepsramp is te wijten.

De Raad kan bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein, stuurman, machinist, radiotelegrafistkapitein of radiotelefonistofficier op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Nieuwe tekst
  1. De kapitein, die onder andere ten opzichte van de eigenaar, de verschepers, de bemanning, de passagiers of andere opvarenden op enige wijze heeft gehandeld in strijd met wettelijke bepalingen of voorschriften, kan, onafhankelijk van de burgerlijke en de strafvordering, door den Raad voor de scheepvaart, na ingesteld onderzoek, disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, als kapitein op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen.

  2. Desgelijks kan de kapitein of een officier door den Raad voor de scheepvaart disciplinair worden gestraft door het uitspreken van eene berisping of door ontneming van de bevoegdheid om gedurende eenen bepaalden tijd, twee jaren niet te boven gaande, in een of meer dezer betrekkingen op een schip, als bedoeld in artikel 2, te varen, een en ander wanneer de Raad bij het in hoofdstuk IV bedoelde onderzoek tot de overtuiging komt, dat aan zijne schuld eene scheepsramp is te wijten.

  3. De Raad kan bij eene met redenen omkleede beslissing den betrokkene onbevoegd verklaren om gedurende het onderzoek als kapitein of officier op een schip, als bedoeld in artikel 2, dienst te doen.

Artikel 49

Gewijzigd

Het onderzoek ter zake van de in artikel 48, eerste lid, bedoelde misdragingen heeft, zoo daartoe naar het oordeel van eene commissie uit den Raad,Raad voor de Scheepvaart, bestaande uit den voorzitter en twee door dezen opgeroepen leden, termen bestaan, plaats, indien eene aanklacht is ingediend door of op last van het hoofd van de scheepvaartinspectie, door den eigenaar, door een of meer van de assuradeuren, van de bevrachters,verschepers, van de schepelingen,bemanning, van de passagiers of van andere opvarenden.

De aanklacht moet, om ontvankelijk te zijn, bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, bij de Raad voor de Scheepvaart of, indien het een klacht betreft van een zich in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevindende persoon, dan wel tegen de kapitein van een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, bij een aldaar aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, zijn ingekomen binnen drie maanden na de dag, waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft verkregen van het gepleegde feit, met uitbreiding van die termijn tot drie weken na de dag van aankomst van het schip ter plaatse van bestemming hier te lande, respectievelijk in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van aankomst hier te lande, respectievelijk in Aruba, Curaçao of Sint Maarten van de aangeklaagde, indien deze zonder het schip terugkeert.

Nieuwe tekst
  1. Het onderzoek ter zake van de in artikel 48, eerste lid, bedoelde misdragingen heeft, zoo daartoe naar het oordeel van eene commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, bestaande uit den voorzitter en twee door dezen opgeroepen leden, termen bestaan, plaats, indien eene aanklacht is ingediend door of op last van het hoofd van de scheepvaartinspectie, door den eigenaar, door een of meer van de assuradeuren, van de verschepers, van de bemanning, van de passagiers of van andere opvarenden.

  2. De aanklacht moet, om ontvankelijk te zijn, bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, bij de Raad voor de Scheepvaart of, indien het een klacht betreft van een zich in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevindende persoon, dan wel tegen de kapitein van een schip, varende met een zeebrief van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, bij een aldaar aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, zijn ingekomen binnen drie maanden na de dag, waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft verkregen van het gepleegde feit, met uitbreiding van die termijn tot drie weken na de dag van aankomst van het schip ter plaatse van bestemming hier te lande, respectievelijk in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van aankomst hier te lande, respectievelijk in Aruba, Curaçao of Sint Maarten van de aangeklaagde, indien deze zonder het schip terugkeert.

  3. Indien een der tot het indienen van eene aanklacht gerechtigde personen, die zich in het buitenland bevindt, grond heeft om te vermoeden verhinderd te zullen zijn, om binnen den bepaalden termijn zijne aanklacht bij het hoofd van de scheepvaartinspectie of bij den Raad in te dienen, kan hij zich binnen drie weken na den eersten dag, waarop hij daartoe in de gelegenheid kwam, onder opgave van de redenen van verhindering, tot het indienen van eene aanklacht wenden tot den bevoegden consulairen ambtenaar, door wiens tusschenkomst de aanklacht wordt ingezonden aan den Raad voor de scheepvaart.

  4. Indien een Commissie van Onderzoek als bedoeld in artikel 26bis , na een onderzoek overeenkomstig artikel 48, eerste lid, van oordeel is, dat er aanleiding bestaat tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein te varen, doet de Commissie geen uitspraak doch verwijst de zaak naar de Raad voor de Scheepvaart voor het instellen van een onderzoek. Meent de Raad voor de Scheepvaart, dat er geen aanleiding bestaat tot het uitspreken van een berisping of het ontnemen van de bevoegdheid om als kapitein te varen, dan kan de Raad de zaak ter afdoening weder in handen van de Commissie van Onderzoek stellen.

  5. Het recht van onderzoek vervalt wegens verjaring, door verloop van één jaar nadat de aanklacht bij den Raad voor de scheepvaart of de Commissie van Onderzoek is ingekomen, behoudens, dat elke daad van onderzoek de verjaring stuit, mits blijke, dat die daad ter kennis van den aangeklaagde gebracht is.

Artikel 54

Gewijzigd

Het is de kapitein verboden met een schip een reis te ondernemen of voort te zetten, indien en zolang het op grond van artikel 16, eerste, tweede of vierde lid,16 door een ambtenaar van de scheepvaartinspectie is aangehouden of zolang door de betrokkenambtenaar, ambtenarenbelast derinzake invoerrechten en accijnzendouane, geen expeditie is verleend.

Nieuwe tekst

Het is de kapitein verboden met een schip een reis te ondernemen of voort te zetten, indien en zolang het op grond van artikel 16 door een ambtenaar van de scheepvaartinspectie is aangehouden of zolang door de ambtenaar, belast inzake douane, geen expeditie is verleend.

Artikel 56

Gewijzigd

Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste, tweede en derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, 28, vierde lid, 32, eerste lid, tweede volzin, 52, 53, 54 en 55 zijn strafbare feiten.

Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 9, derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, en 52, eerste en derde lid, zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan en overigens overtredingen. Gedragingen in strijd met de artikelen 52, tweede lid, 54 en 55 zijn misdrijven. Gedragingen in strijd met de overige in het eerste lid genoemde artikelen zijn overtredingen.

Niet strafbaar is hij die aan de in artikel 53 vermelde aanvraag geen gevolg geeft, omdat hij het bedoelde document nog niet heeft kunnen verkrijgen.

Nieuwe tekst
  1. Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste, tweede en derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, 28, vierde lid, 32, eerste lid, tweede volzin, 52, 53, 54 en 55 zijn strafbare feiten.

  2. Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 9, derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, en 52, eerste en derde lid, zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan en overigens overtredingen. Gedragingen in strijd met de artikelen 52, tweede lid, 54 en 55 zijn misdrijven. Gedragingen in strijd met de overige in het eerste lid genoemde artikelen zijn overtredingen.

  3. Niet strafbaar is hij die aan de in artikel 53 vermelde aanvraag geen gevolg geeft, omdat hij het bedoelde document nog niet heeft kunnen verkrijgen.

Artikel 57

Gewijzigd

De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboetevierde wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 55 worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste € 11.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 14.000,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 25.000,– onderscheidenlijk ANG 25.000,–.boetecategorie.

De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingenGedragingen in strijd met artikel 39,55, eerste lid,worden gestraft met hechtenisgevangenisstraf van ten hoogste vierdrie maandenjaren of een geldboete van ten hoogste € 4.500, of, indien de geldboetevierde wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 5.600,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 10.000,– onderscheidenlijk ANG 10.000,–. Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste € 2.250, of, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 2.800,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 5.000,– onderscheidenlijk ANG 5.000,–.boetecategorie.

De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Nieuwe tekst
  1. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.

  2. Gedragingen in strijd met artikel 55, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.

  3. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

  4. Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Artikel 58

Gewijzigd

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste € 4.500,– of, indien de geldboetederde wordt opgelegd door de strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een geldboete van ten hoogste USD 5.600,–, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 10.000,– onderscheidenlijk ANG 10.000,–.boetecategorie.

Nieuwe tekst

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Artikel 59

Gewijzigd

⚠Door Ditof namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd aan een eigenaar die handelt in strijd met de bij of krachtens artikel is9a vervallen.Vervallengestelde verplichtingen of de in artikelen 53 en 55 gestelde verboden.

De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze niet opzettelijk is begaan, of in strijd met artikel 53 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde boetecategorie.

De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze opzettelijk is begaan of in strijd met artikel 55 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de vierde boetecategorie.

Nieuwe tekst
  1. Door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd aan een eigenaar die handelt in strijd met de bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen of de in artikelen 53 en 55 gestelde verboden.

  2. De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze niet opzettelijk is begaan, of in strijd met artikel 53 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde boetecategorie.

  3. De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze opzettelijk is begaan of in strijd met artikel 55 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de vierde boetecategorie.

Artikel 63

Gewijzigd

Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten,Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).

Nieuwe tekst
  1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

  2. De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).

  3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om al datgene, wat dienen kan tot het bewijs van het strafbaar gestelde feit, in beslag te nemen en de uitlevering daarvan, ter inbeslagneming, te vorderen.

  4. Bij het opsporen van een bij deze rijkswet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Artikel 66

Gewijzigd

⚠Ingeval Ditbij artikelof krachtens deze wet wordt verwezen naar in het kader van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten die betrekking hebben op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is vervallen.Vervallenaangemeld, kan overtreding van deze besluiten ook als strafbaar feit worden aangemerkt, indien deze besluiten in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

Nieuwe tekst

Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar in het kader van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten die betrekking hebben op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld, kan overtreding van deze besluiten ook als strafbaar feit worden aangemerkt, indien deze besluiten in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

Artikel 66a

Nieuw

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen ter uitvoering van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens deze rijkswet geregelde onderwerpen die betrekking hebben op:

de bescherming van mensenlevens op zee, die op één of meerdere landen binnen het Koninkrijk van toepassing zijn;

de veiligheid van de navigatie.

Nieuwe tekst

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen ter uitvoering van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens deze rijkswet geregelde onderwerpen die betrekking hebben op:

  1. de bescherming van mensenlevens op zee, die op één of meerdere landen binnen het Koninkrijk van toepassing zijn;

  2. de veiligheid van de navigatie.

Artikel 70

Gewijzigd

Indien een schip dat is gerechtigd de vlag van Nederlandschehet nationaliteit,Koninkrijk te voeren, dat krachtens artikel 2 van de toepassing van deze rijkswet is uitgezonderd, door eene scheepsramp wordt getroffen, wordt naar de oorzaken daarvan een onderzoek ingesteld. Deze bepaling is mede van toepassing op vaartuigen in openbare dienst van het Rijk, geene zeeschepen zijnde, en op schepen van vreemde nationaliteit, indien de scheepsramp heeft plaats gehad op of in de nabijheid van de kusten en zeegaten, dan wel in of in de nabijheid van havens van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

Bij een onderzoek, als in het eerste lid bedoeld, worden de bepalingen van Hoofdstuk IV in acht genomen, met uitzondering van die, vervat in de artikelen 34 tot en met 41.

Nieuwe tekst
  1. Indien een schip dat is gerechtigd de vlag van het Koninkrijk te voeren, dat krachtens artikel 2 van de toepassing van deze rijkswet is uitgezonderd, door eene scheepsramp wordt getroffen, wordt naar de oorzaken daarvan een onderzoek ingesteld. Deze bepaling is mede van toepassing op vaartuigen in openbare dienst van het Rijk, geene zeeschepen zijnde, en op schepen van vreemde nationaliteit, indien de scheepsramp heeft plaats gehad op of in de nabijheid van de kusten en zeegaten, dan wel in of in de nabijheid van havens van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

  2. Bij een onderzoek, als in het eerste lid bedoeld, worden de bepalingen van Hoofdstuk IV in acht genomen, met uitzondering van die, vervat in de artikelen 34 tot en met 41.

Artikel 72

Gewijzigd

Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoedingen, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door de ambtenaren van het betrokken land van het Koninkrijk zijn verricht.

Een tariefregeling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in dehet CuraçaosePublicatieblad Courantvan Curaçao en in dehet LandscourantAfkondigingsblad van Sint Maarten.

Nieuwe tekst
  1. Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoedingen, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door de ambtenaren van het betrokken land van het Koninkrijk zijn verricht.

  2. Een tariefregeling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.