Politiewet 2012 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 15-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
§ 5.1 Bijstand aan de politie
§ 5.2 Bijstand aan de rijksrecherche
§ 5.3 Bijstand aan de Koninklijke marechaussee
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Hoofdstuk 9

Slotbepalingen

Artikel 103

  1. Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, met uitzondering van hoofdstuk 8.

  2. In afwijking van het eerste lid zendt Onze Minister binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk in de regionale eenheid in de arrondissementen, bedoeld in de artikelen 5a en 11 van de Wet op de rechterlijke indeling.

Artikel 104

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 105

Deze wet wordt aangehaald als: Politiewet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

← terug naar Politiewet 2012