Politiewet 2012

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 42

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
  1. Er zijn een of meer landelijke eenheden. Zij zijn belast met een of meer van de volgende taken:

    1. de landelijke en specialistische uitvoering van politietaken, in samenwerking met de regionale eenheden, de Koninklijke marechaussee en de in artikel 10, tweede lid, bedoelde personen;

    2. het verzamelen, registreren, bewerken, beheren, analyseren en verstrekken van informatie en het verrichten van andere ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de taakuitvoering van de onder a genoemde organen en personen, en de andere bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betrokken organen, alsmede de internationale uitwisseling van informatie en de landelijke voorlichting aan particulieren;

    3. het waken over de veiligheid van leden van het koninklijk huis en andere door Onze Minister aangewezen personen.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.

  3. De dagelijkse leiding van een landelijke eenheid berust bij de politiechef.

  4. De politiechef van een landelijke eenheid wordt bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. Over de benoeming wordt het College van procureurs-generaal in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen.

12-06-2026 Huidig 23-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 18-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Er zijn een of meer landelijke eenheden. Zij zijn belast met een of meer van de volgende taken:

    1. de landelijke en specialistische uitvoering van politietaken, in samenwerking met de regionale eenheden, de Koninklijke marechaussee en de in artikel 10, tweede lid, bedoelde personen;

    2. het verzamelen, registreren, bewerken, beheren, analyseren en verstrekken van informatie en het verrichten van andere ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de taakuitvoering van de onder a genoemde organen en personen, en de andere bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betrokken organen, alsmede de internationale uitwisseling van informatie en de landelijke voorlichting aan particulieren;

    3. het waken over de veiligheid van leden van het koninklijk huis en andere door Onze Minister aangewezen personen.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.

  3. De dagelijkse leiding van een landelijke eenheid berust bij de politiechef.

  4. De politiechef van een landelijke eenheid wordt bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. Over de benoeming wordt het College van procureurs-generaal in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Politiewet 2012