1. De directeur van de Politieacademie stelt een bestuursreglement vast.

  2. In het bestuursreglement worden ten minste vastgelegd:

    1. de wijze waarop de directeur van de Politieacademie de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden afstemt met de raad van advies van de Politieacademie;

    2. een nadere regeling van de organisatorische inrichting van de Politieacademie;

    3. de samenstelling en de werkwijze van de leiding van organisatorische onderdelen van de Politieacademie;

    4. de taken en bevoegdheden die zijn opgedragen aan de leiding van het desbetreffende onderdeel.