-
De korpschef stelt het door Onze Minister vastgestelde deel van de sterkte en middelen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, tweede volzin, feitelijk ter beschikking aan de Politieacademie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 74, eerste lid, en 75, eerste lid.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld aan de sterkte en middelen die aan de Politieacademie feitelijk ter beschikking worden gesteld en regels gesteld omtrent de door de directeur van de Politieacademie te stellen behoefte aan sterkte en middelen.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
§ 2.1 De taak van de politie en de politietaken van de Koninklijke marechaussee
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Afdeling 3.1 Beleids- en beheersbevoegdheden en kwaliteitszorg op rijksniveau
Afdeling 3.2 De inrichting van de politie
Afdeling 3.3 De regionale eenheden
Afdeling 3.3a Bovenlokale afstemming
Afdeling 3.4 De landelijke eenheden
Afdeling 3.5 Rechtspositie en screening
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 96
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.