Politiewet 2012

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 81

HISTORISCH
  1. Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk of de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet anders is bepaald, worden bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 47, eerste lid, voor de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger regels gesteld over de in dat lid bedoelde onderwerpen.

  2. Artikel 47, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. Voor zover uit de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet anders voortvloeit, is artikel 47, vierde lid, van overeenkomstige toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

  3. De artikelen 44a, 47a, 47b, 47c en de paragrafen 3.5.2 en 3.5.3 van deze wet alsmede artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 zijn van overeenkomstige toepassing op de Politieacademie, met dien verstande dat:

    1. voor de toepassing van artikel 47c en de paragrafen 3.5.2 en 3.5.3 onder bevoegd gezag wordt verstaan: Onze Minister, en

    2. voor de toepassing van artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 onder overheidswerkgever wordt verstaan: de Staat.

  4. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, worden regels gesteld omtrent de titulaire rang van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

  5. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 22, worden regels gesteld omtrent de kleding van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

12-06-2026 Huidig 23-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 18-02-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2023.

Tekst van deze versie

  1. Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk of de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet anders is bepaald, worden bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 47, eerste lid, voor de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger regels gesteld over de in dat lid bedoelde onderwerpen.

  2. Artikel 47, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. Voor zover uit de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet anders voortvloeit, is artikel 47, vierde lid, van overeenkomstige toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

  3. De artikelen 44a, 47a, 47b, 47c en de paragrafen 3.5.2 en 3.5.3 van deze wet alsmede artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 zijn van overeenkomstige toepassing op de Politieacademie, met dien verstande dat:

    1. voor de toepassing van artikel 47c en de paragrafen 3.5.2 en 3.5.3 onder bevoegd gezag wordt verstaan: Onze Minister, en

    2. voor de toepassing van artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017 onder overheidswerkgever wordt verstaan: de Staat.

  4. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, worden regels gesteld omtrent de titulaire rang van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

  5. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 22, worden regels gesteld omtrent de kleding van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Politiewet 2012