Politiewet 2012

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
§ 5.1 Bijstand aan de politie
§ 5.2 Bijstand aan de rijksrecherche
§ 5.3 Bijstand aan de Koninklijke marechaussee
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 8 (Vordering ter inzage identiteitsbewijs)

Actueel
  1. Een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de politietaak.

  2. Gelijke bevoegdheid komt toe aan een buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak.

  3. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de militair van de Koninklijke marechaussee, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn politietaak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en aan de militair van de Koninklijke marechaussee of van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent.

Uitleg

Bevoegdheid tot het vragen van een identiteitsbewijs door politie en andere opsporingsambtenaren

Dit artikel regelt wie er bevoegd is om iemand te vragen zijn of haar identiteitsbewijs te laten zien. Het gaat hierbij om ambtenaren die belast zijn met politietaken, zoals politieagenten, buitengewoon opsporingsambtenaren en militairen van de Koninklijke marechaussee.

Doel

Het doel is om deze ambtenaren de mogelijkheid te geven om te controleren wie iemand is, wanneer dat nodig is voor hun werk. Dit helpt bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

Voorwaarden
  • De ambtenaar moet zijn aangesteld voor een politietaak of een vergelijkbare opsporingstaak.
  • De vordering tot inzage van het identiteitsbewijs moet redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van die taak.
Toepassing in de praktijk

In de praktijk betekent dit dat een politieagent of een andere genoemde ambtenaar je kan vragen om je identiteitsbewijs te laten zien als dat nodig is om zijn of haar werk goed te kunnen doen. Bijvoorbeeld bij een controle op straat of bij het onderzoeken van een incident. Er geldt een draagplicht, geen toonplicht.

De uitleg is een samengevatte en vereenvoudigde tekst. Die kan fouten bevatten. Je kan via de functies in de social-sectie reageren als dit niet goed of volledig is. Dan passen we dat aan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Annotaties

Bij: "personen"
Dus niet alleen van verdachten.
Er is geen sprake van een staandehouding. Daarvoor zou er immers een verdachte moeten zijn zoals staat in artikel 52 Sv.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Politiewet 2012