-
Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van de politie bij de uitoefening van de taken die zij op grond van artikel 4, derde lid, verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister, dan verstrekt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie en na overleg met het College van procureurs-generaal, door tussenkomst van de korpschef aan de betrokken politiechefs van een regionale eenheid de nodige opdrachten.
-
Artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de politiechef, voor zover die eenheid bijstand verleent aan de Koninklijke marechaussee als bedoeld in het eerste lid.
Inhoud
Artikel 64
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 08-07-2022.
Deze versie geldt vanaf 08-07-2022.
12-06-2026
Huidig
23-01-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
01-08-2024
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
08-07-2022
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van de politie bij de uitoefening van de taken die zij op grond van artikel 4, derde lid, verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister, dan verstrekt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie en na overleg met het College van procureurs-generaal, door tussenkomst van de korpschef aan de betrokken politiechefs van een regionale eenheid de nodige opdrachten.
-
Artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de politiechef, voor zover die eenheid bijstand verleent aan de Koninklijke marechaussee als bedoeld in het eerste lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.