-
Er zijn een of meer bijzondere bijstandseenheden bestaande uit personeel van de politie, de Koninklijke marechaussee of andere onderdelen van de krijgsmacht. Deze bijzondere bijstandseenheden worden belast met bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Defensie aangewezen bijzondere onderdelen van de politietaak.
-
Behoeft de politie, de rijksrecherche of de Koninklijke marechaussee bijstand van een bijzondere bijstandseenheid als bedoeld in het eerste lid, dan richt het gezag als bedoeld in artikel 12, eerste lid of artikel 14, tweede lid, door tussenkomst van het College van procureurs-generaal, een verzoek daartoe aan Onze Minister.
-
Indien bijstand door een bijzondere bijstandseenheid als bedoeld in het eerste lid nodig is, bepaalt Onze Minister of en op welke wijze die bijzondere bijstandseenheid wordt ingezet. Onze Minister stelt Onze Minister van Defensie onverwijld in kennis van de inzet.
-
Behoeft de politie of de Koninklijke marechaussee bijstand van een bijzondere bijstandseenheid als bedoeld in het eerste lid voor de uitoefening van een onderdeel van de politietaak dat op grond van de wet rechtstreeks onder verantwoordelijkheid van Onze Minister wordt uitgevoerd, dan bepaalt Onze Minister of en op welke wijze de bijzondere bijstandseenheid wordt ingezet. Onze Minister kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan het personeel, bedoeld in het eerste lid, dat de bijstand verleent. Onze Minister stelt Onze Minister van Defensie onverwijld in kennis van de inzet.
-
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het tweede, derde en vierde lid, alsmede de organisatie van de bijzondere bijstandseenheden.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld over de bewapening, de uitrusting en de bekwaamheid van het personeel van de bijzondere bijstandseenheden.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
§ 2.1 De taak van de politie en de politietaken van de Koninklijke marechaussee
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Afdeling 3.1 Beleids- en beheersbevoegdheden en kwaliteitszorg op rijksniveau
Afdeling 3.2 De inrichting van de politie
Afdeling 3.3 De regionale eenheden
Afdeling 3.3a Bovenlokale afstemming
Afdeling 3.4 De landelijke eenheden
Afdeling 3.5 Rechtspositie en screening
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 59
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.