-
De volgende handelingen van de korpschef behoeven de instemming van Onze Minister:
het sluiten van overeenkomsten die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan;
het doen van investeringen die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan;
het oprichten of mede oprichten van rechtspersonen dan wel het deelnemen daarin.
-
De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Het is de korpschef verboden:
leningen aan te gaan anders dan bij Onze Minister van Financiën;
overeenkomsten aan te gaan waarbij hij zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De uitvoering van de politietaak
§ 2.1 De taak van de politie en de politietaken van de Koninklijke marechaussee
Hoofdstuk 3 Het beleid ten aanzien van de politie en de organisatie van de politie
Afdeling 3.1 Beleids- en beheersbevoegdheden en kwaliteitszorg op rijksniveau
Afdeling 3.2 De inrichting van de politie
Afdeling 3.3 De regionale eenheden
Afdeling 3.3a Bovenlokale afstemming
Afdeling 3.4 De landelijke eenheden
Afdeling 3.5 Rechtspositie en screening
Hoofdstuk 4 De rijksrecherche
Hoofdstuk 5 Bijstand
Hoofdstuk 6 Toezicht
Hoofdstuk 7 De behandeling van klachten
Hoofdstuk 8 De Politieacademie en de politieonderwijsraad
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 29
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.