-
In verband met de tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister wordt een kentekencard en een kentekenbewijs deel II afgegeven en een tenaamstellingscode verstrekt. De Dienst Wegverkeer houdt het kentekenbewijs deel II in bewaring.
-
Het kentekenbewijs deel II wordt aan de eigenaar of houder van een voertuig uitgereikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig.
-
In afwijking van het eerste lid wordt geen kentekenbewijs deel II afgegeven voor voertuigen waarvoor een kenteken is opgegeven als bedoeld in artikel 3 of artikel 4, eerste of tweede lid of derde lid, onderdeel b of c.
-
In afwijking van het tweede lid wordt geen deel II uitgereikt aan de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, indien uit het kentekenregister blijkt dat het recht op uitreiking van het kentekenbewijs deel II is voorbehouden aan de houder, respectievelijk de eigenaar.
-
De afgifte van een kentekenbewijs geschiedt niet elektronisch.
-
In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen kan worden afgeweken van het vijfde lid, indien de aanvraag van een kentekenbewijs betrekking heeft op een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
Kentekenreglement Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 3 Registratie van kentekens
Hoofdstuk 4 Inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 25a
- Artikel 25b
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 28a
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 40a
- Artikel 40b
- Artikel 40c
- Artikel 40d
- Artikel 40e
Hoofdstuk 5 Handelaarskentekenbewijzen
Hoofdstuk 5a Erkenningsregeling tenaamstelling
Hoofdstuk 6 Erkenningsregeling bedrijfsvoorraad
Hoofdstuk 6a Erkenningsregeling exportdienstverlening
Hoofdstuk 7 Schorsing
Hoofdstuk 8 Strafbepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 9A Overgangsbepalingen in verband met de implementatie van richtlijn nr. 1999/37/eg
Hoofdstuk 9b Overgangsbepalingen in verband met de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van de wijze van tenaamstelling van kentekenbewijzen en enkele andere wijzigingen van uiteenlopende aard
Hoofdstuk 9c Overgangsbepalingen conversieperiode invoering kentekenplicht bijzondere bromfietsen
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Voor voertuigen waarvoor een van de in artikel 17, derde lid, bedoelde kentekens is opgegeven, verstrekt de Dienst Wegverkeer geen tenaamstellingscode.
Artikel 19
-
Het in artikel 48, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die inschrijving en tenaamstelling verzoekt, in Nederland woonachtig, respectievelijk gevestigd moet zijn, is niet van toepassing op aanvragen gericht op opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
-
Het in artikel 50, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste, dat de aanvrager van een tenaamstelling persoonlijk dient te verschijnen bij een erkend bedrijf tenaamstelling of bij de Dienst Wegverkeer, is niet van toepassing op de aanvraag gericht op de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
Artikel 20
-
De tenaamstelling van een voertuig wordt geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt dat de aanvrager ten aanzien van een of meer voertuigen die op zijn naam in het kentekenregister zijn of waren ingeschreven, niet voldoet aan:
de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of
de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
-
De in het eerste lid bedoelde weigering vindt slechts plaats indien onherroepelijk vaststaat dat de aanvrager tenminste vijf maal niet aan een of meer van de in dat lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
-
De tenaamstelling van een voertuig wordt tevens geweigerd indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, in het kentekenregister blijkt dat het voertuig in beslag is genomen.
Artikel 21
Overeenkomstig artikel 48, zesde lid, van de wet kan een voertuig worden ingeschreven zonder tenaamstelling, indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld, dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en inschrijving naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is.
Artikel 22
-
De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op de voor het voertuig afgegeven kentekencard en op het kentekenbewijs deel II voor zover dit door de Dienst Wegverkeer is afgegeven.
-
De verplichting tot het ter inzage geven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet geldt vanaf het moment waarop het door de Dienst Wegverkeer is uitgereikt. Voor de kentekencard geldt de verplichting tot het ter inzage geven in ieder geval vanaf 14 dagen na de tenaamstelling van het voertuig.
-
Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Artikel 23
-
Gedurende de tijd dat de tenaamstelling van een voertuig is geschorst ingevolge artikel 67 van de wet, mag:
op de dag waarop het voertuig, naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport als bedoeld in artikel 75 van de wet dan wel naar aanleiding van de aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden;
met een voertuig van 15 jaar of ouder op de weg worden gereden indien er naar het oordeel van Onze Minister van Financiën sprake is van een bijzondere gelegenheid en wordt voldaan aan de in het kader daarvan door die minister gestelde voorschriften en beperkingen.
-
Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21 mag worden gereden gedurende een periode van drie maanden na de dag waarop het voertuig is ingeschreven.
Artikel 24
-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, wordt gevraagd stelt het desbetreffende voertuig voor een onderzoek ter beschikking van de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet binnen een bij die regeling te bepalen periode meerdere keren voor hetzelfde voertuig plaatsvindt.
Artikel 25
-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en legt een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste tenaamstelling wordt gevraagd en dat reeds is ingeschreven op grond van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verzoekt om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
De Dienst Wegverkeer gaat over tot inschrijving en tenaamstelling, respectievelijk tenaamstelling van het voertuig van degene die aan de verplichtingen van het eerste respectievelijk het tweede lid heeft voldaan en geeft aan de aanvrager een kentekencard af en verstrekt aan hem een tenaamstellingscode.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, geeft de Dienst Wegverkeer aan de aanvrager tevens een tenaamstellingsverslag af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
-
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard ten behoeve van de overdracht van een voertuig op bij ministeriele regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
-
In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
-
Het eerste en het derde tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd voor een voertuig dat reeds eerder was ingeschreven en tenaamgesteld en blijkens het kentekenregister:
voorgoed buiten gebruik is gesteld;
voorgoed buiten Nederland is gebracht;
definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg; of
een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.
Artikel 25a
-
Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, wordt gedaan met betrekking tot een voertuig in bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan de aanvraag, gericht tot de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 25, tweede en derde lid, is dit artikel van toepassing.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriele regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
een ondertekende machtiging welke vermeldt:
- 1°
naam en adres van de aanvrager;
- 2°
een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
- 3°
naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
- 4°
naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
- 5°
het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 1°
-
Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens.
-
De Dienst Wegverkeer geeft indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met het vierde lid is voldaan een kentekencard en een tenaamstellingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.
-
De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op de aanvraag aan, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
Artikel 25b
-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd en waarvoor reeds eerder een kentekenbewijs is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, overlegt het deel I van dat kentekenbewijs en, voor zover dit is afgegeven, tevens het deel II.
-
Inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het deel II van het kentekenbewijs, voor zover dat deel is afgegeven, ontbreekt.
-
In uitzonderlijke gevallen kan door de Dienst Wegverkeer in afwijking van het tweede lid een voertuig worden ingeschreven en te naam gesteld, op voorwaarde dat van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging is verkregen dat de aanvrager het recht heeft om het voertuig in een andere lidstaat in te schrijven.
-
De Dienst Wegverkeer bewaart de ingenomen kentekenbewijzen dan wel de ingenomen delen daarvan, gedurende zes maanden en stelt de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden na de datum van inname daarvan op de hoogte. Op verzoek stuurt de Dienst Wegverkeer de ingenomen kentekenbewijzen terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven.
Artikel 26
-
Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor de inschrijving gold verplicht terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode terstond mee te delen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden.
-
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij eigenaar of houder van het voertuig is geworden bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
-
Degene die het vrijwaringsbewijs en het tenaamstellingsverslag heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond tezamen met de oude kentekencard te doen toekomen aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn.
-
In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
-
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het voertuig op naam van deze houder, respectievelijk eigenaar als tenaamgestelde in het kentekenregister wordt ingeschreven.
-
De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
Artikel 27
-
In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld, zijn in afwijking van artikel 26, het tweede tot en met achtste lid van toepassing.
-
Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode mee te delen.
-
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad verzoekt terstond nadat het de kentekencard heeft ontvangen en de tenaamstellingscode is meegedeeld bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad onder vermelding van de gegevens op het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode.
-
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
-
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en
aan degene die is opgehouden de eigenaar of houder van het voertuig te zijn het vrijwaringsbewijs alsmede de oude kentekencard terstond ter hand te stellen.
-
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
-
De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
-
Het tweede lid en het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, voor zover het betreft de oude kentekencard, zijn niet van toepassing indien de kentekencard verloren is geraakt of teniet is gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij het in het derde lid bedoelde verzoek tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
verklaart dat de kentekencard verloren is geraakt of teniet is gegaan, en
bij het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
Artikel 28
-
Indien een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing.
-
Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan zowel een kentekencard als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
Artikel 28a
-
In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag om tenaamstelling gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 28 is dit artikel van toepassing.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
een ondertekende machtiging welke vermeldt:
- 1°
naam en adres van de aanvrager;
- 2°
een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
- 3°
naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
- 4°
naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
- 5°
het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 1°
-
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens vermeld in de machtiging.
-
De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af aan de aanvrager en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
Artikel 29
-
In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, is, in geval van overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs of, indien de tenaamstellingscode niet kan worden overgelegd, een verklaring van erfrecht.
-
In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer overgaan tot tenaamstelling indien naar het oordeel van deze dienst in redelijkheid niet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen kan worden voldaan.
-
De Dienst Wegverkeer geeft na de wijziging van tenaamstelling als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de eigenaar een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
Artikel 30
-
De Dienst Wegverkeer kan een voertuig te naam stellen zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
-
De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de inschrijving en tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en de kentekencard, respectievelijk het kentekenbewijs inlevert.
Artikel 31
-
Degene die als tenaamgestelde van een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon verplicht de kentekencard tezamen met de tenaamstellingscode aan de degene aan wie het voertuig wordt overgedragen ter hand te stellen.
-
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij de kentekencard en de tenaamstellingscode heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
-
De Dienst Wegverkeer geeft de oude kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan en reikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit en geeft een vrijwaringsbewijs af aan de in het tweede lid bedoelde persoon ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde persoon.
-
Degene die het kentekenbewijs deel II en het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond te doen toekomen aan de in het eerste lid bedoelde persoon.
-
Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing in geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, indien het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 32
-
In afwijking van artikel 31, zijn, ingeval het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het tweede en derde lid van toepassing.
-
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht terstond bij het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
-
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
het legitimatiebewijs te controleren;
de overdracht van het voertuig aan de in het buitenland woonachtige persoon of de in het buitenland gevestigde rechtspersoon terstond te melden aan de Dienst Wegverkeer;
een vrijwaringsbewijs aan te maken en onder zich te houden.
Artikel 33
-
Degene aan wie een kentekencard is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
-
De Dienst Wegverkeer geeft de kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan en reikt tevens tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief een kentekenbewijs deel II uit.
-
In afwijking van het eerste en tweede lid is, ingeval het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden.
Artikel 34
-
Indien een voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister, is degene op wiens naam het voertuig is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
-
Indien de melding leidt tot wijziging van een gegeven in het kentekenregister en dit gegeven op de kentekencard staat, geeft de Dienst Wegverkeer aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
-
De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
Artikel 35
Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor geen bedrag ter dekking van de in artikel 4q, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten wordt vastgesteld.
Artikel 36
-
De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd.
-
De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
-
Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.
-
De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
Artikel 37
-
Indien ingevolge artikel 440, derde lid, tweede zin, of artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, wordt beëindigd door een deurwaarder nadat het desbetreffende motorrijtuig of de desbetreffende aanhangwagen is verkocht, worden in afwijking van artikel 36 door die deurwaarder een vervangende kentekencard en een vervangende tenaamstellingscode aangevraagd.
-
De Dienst Wegverkeer zendt de vervangende kentekencard en vervangende tenaamstellingscode naar de deurwaarder die de aanvraag overeenkomstig het eerste lid heeft ingediend.
-
De vervangende kentekencard, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven in de vorm van een tijdelijk documentnummer.
Artikel 38
-
De Dienst Wegverkeer kan bepalen dat met een te naam gesteld voertuig niet op de weg mag worden gereden indien naar het oordeel van deze dienst:
het voertuig niet ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de in artikel 45a, tweede lid, van de wet bedoelde inspectie, of
het voertuig niet voldoet aan een of meer van de in artikel 51a, derde lid, onderdelen b, c, of d, van de wet bedoelde eisen
-
Het verbod om met een voertuig op de weg te rijden als bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet geldt vanaf het tijdstip waarop dit door een van de in artikel 159 van de wet bedoelde personen is aangezegd.
-
Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet dan wordt daarvan een aantekening in het kentekenregister geplaatst.
-
In afwijking van het tweede lid mag op de dag waarop het voertuig waarvoor de kentekencard is afgegeven naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden.
-
Onverminderd het in het eerste lid bepaalde mag een voertuig waarmee niet mag worden gereden op de weg staan.
Artikel 39
-
Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:
de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, van toepassing is;
de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet van toepassing is.
-
De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.
-
Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.
-
Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Artikel 40
De tenaamstelling in het register vervalt zodra:
op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 26, tweede lid, een voertuig is tenaamgesteld;
op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 27, derde lid, een voertuig is opgenomen in de bedrijfsvoorraad;
op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 28a, tweede tot en met vierde lid, of de verplichting als bedoeld in artikel 29, eerste lid, een voertuig is tenaamgesteld;
krachtens artikel 30 het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld;
een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad een melding als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b of c, heeft gedaan;
de Dienst Wegverkeer een certificaat van vernietiging als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), heeft ontvangen dat door een daartoe bevoegde verwerker, zoals bedoeld in die richtlijn, in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven, of
de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen heeft verklaard op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 40c, eerste lid.
Artikel 40a
-
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is opgegeven vervalt na twaalf maanden.
-
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, is opgegeven vervalt na twee weken.
-
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, is opgegeven, vervalt na één dag.
Artikel 40b
-
De Dienst Wegverkeer verklaart een tenaamstelling vervallen indien deze dienst van oordeel is, dat de omstandigheden bedoeld in artikel 51a, tweede lid, onderdelen a of b, van de wet zich voordoen.
-
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien voor het voertuig, waarvoor de tenaamstelling gold een nieuw kenteken is opgegeven.
-
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar het oordeel van deze dienst blijkt dat het voertuig waarvoor de tenaamstelling geldt:
voorgoed buiten gebruik is gesteld;
voorgoed buiten Nederland is gebracht;
definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of
is gaan behoren tot een der ingevolge artikel 37 van de wet van de kentekenplicht uitgezonderde categorieën van voertuigen.
-
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar oordeel van deze dienst blijkt dat:
degene op wiens naam het voertuig is ingeschreven opgehouden is eigenaar, bezitter of houder van het voertuig te zijn;
de reden waarom voor het voertuig een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of derde lid, onderdeel a, dan wel bevattende de lettergroep CD of CDJ is opgegeven is vervallen;
de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van het voertuig heeft verloren; of
degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven niet langer in Nederland woonachtig of gevestigd is.
-
In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 62, derde lid, van de wet wordt gemeld door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c.
-
In afwijking van het vijfde lid verklaart de Dienst Wegverkeer een tenaamstelling vervallen indien:
de melding geschiedt door een ander dan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, heeft verkregen;
de melding betrekking heeft op een voertuig dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van voertuigen, en
wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
-
In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien ten aanzien van de bestemming van het voertuig wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
-
In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het verlies van het bezit of het houderschap van het voertuig het gevolg is van diefstal of verduistering en hiervan aangifte is gedaan bij een van de in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.
-
De op grond van het achtste lid vervallen verklaarde tenaamstelling herleeft:
op verzoek van de eigenaar of houder van het voertuig, of
30 dagen na een kennisgeving aan de Dienst Wegverkeer van de in dat lid genoemde personen dat het voertuig niet langer wordt vermist.
Artikel 40c
-
Degene die naar zijn mening ten onrechte als tenaamgestelde in het kentekenregister is vermeld, kan de Dienst Wegverkeer verzoeken de tenaamstelling te doen vervallen. De Dienst Wegverkeer verklaart de tenaamstelling vervallen indien hiervoor naar het oordeel van deze dienst voldoende gronden aanwezig zijn.
-
De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt niet eerder dan op de dag waarop daartoe een verzoek bij deze dienst is ingediend.
-
In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer in uitzonderlijke gevallen het vervallen van de tenaamstelling eerder laten ingaan.
Artikel 40d
De Dienst Wegverkeer kan de vervallen tenaamstelling in het register herstellen indien de reden voor vervallenverklaring is komen te vervallen.
Artikel 40e
Een wijziging van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269) gaat voor de toepassing van artikel 40 en artikel 46 gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.