-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en legt een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
-
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste tenaamstelling wordt gevraagd en dat reeds is ingeschreven op grond van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verzoekt om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
-
De Dienst Wegverkeer gaat over tot inschrijving en tenaamstelling, respectievelijk tenaamstelling van het voertuig van degene die aan de verplichtingen van het eerste respectievelijk het tweede lid heeft voldaan en geeft aan de aanvrager een kentekencard af en verstrekt aan hem een tenaamstellingscode.
-
Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, geeft de Dienst Wegverkeer aan de aanvrager tevens een tenaamstellingsverslag af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
-
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard ten behoeve van de overdracht van een voertuig op bij ministeriele regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
-
In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
-
Het eerste en het derde tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd voor een voertuig dat reeds eerder was ingeschreven en tenaamgesteld en blijkens het kentekenregister:
voorgoed buiten gebruik is gesteld;
voorgoed buiten Nederland is gebracht;
definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg; of
een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 3 Registratie van kentekens
Hoofdstuk 4 Inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 25a
- Artikel 25b
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 28a
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 40a
- Artikel 40b
- Artikel 40c
- Artikel 40d
- Artikel 40e
Hoofdstuk 5 Handelaarskentekenbewijzen
Hoofdstuk 5a Erkenningsregeling tenaamstelling
Hoofdstuk 6 Erkenningsregeling bedrijfsvoorraad
Hoofdstuk 6a Erkenningsregeling exportdienstverlening
Hoofdstuk 7 Schorsing
Hoofdstuk 8 Strafbepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 9A Overgangsbepalingen in verband met de implementatie van richtlijn nr. 1999/37/eg
Hoofdstuk 9b Overgangsbepalingen in verband met de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van de wijze van tenaamstelling van kentekenbewijzen en enkele andere wijzigingen van uiteenlopende aard
Hoofdstuk 9c Overgangsbepalingen conversieperiode invoering kentekenplicht bijzondere bromfietsen
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen
Artikel 25
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.