Grondwet Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 14-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Grondrechten
Hoofdstuk 2 Regering
Hoofdstuk 3 Staten-Generaal
Hoofdstuk 4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur
Hoofdstuk 6 Rechtspraak
Hoofdstuk 7 Provincies, gemeenten, Caribische openbare lichamen, waterschappen en andere openbare lichamen
Hoofdstuk 8 Herziening van de Grondwet
Additionele artikelen

Additionele artikelen

Artikel IV

Wijzigt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel V

3. Nadat de Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, is samengekomen, overwegen de Staten-Generaal in verenigde vergadering in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien zij gedurende de zittingsduur van de in de eerste volzin bedoelde Tweede Kamer geen besluit nemen over het voorstel, vervalt dit van rechtswege.

  1. Artikel 137 van de Grondwet zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijft van kracht ten aanzien van een voorstel tot verandering in de Grondwet waarvan de wet die verklaart dat zij in overweging zal worden genomen, is bekendgemaakt vóór de datum waarop de Tweede Kamer is gekozen die zitting heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

  2. Indien een wijziging van artikel 137 van de Grondwet in werking is getreden die ertoe strekt dat de Staten-Generaal in verenigde vergadering een voorstel tot verandering in de Grondwet in tweede lezing overwegen, komt het derde lid van artikel 137 van de Grondwet te luiden:

  3. Dit additionele artikel vervalt op een bij wet te bepalen tijdstip, nadat de behandeling van voorstellen tot verandering in de Grondwet als bedoeld in het eerste en het tweede lid is afgerond.

Artikel IX

Artikel 16 is niet van toepassing ten aanzien van feiten, strafbaar gesteld krachtens het Besluit Buitengewoon Strafrecht.

Artikel XIX

Het formulier van afkondiging, vastgesteld bij artikel 81 en de formulieren van verzending en kennisgeving, vastgesteld bij de artikelen 123, 124, 127, 128 en 130 van de Grondwet naar de tekst van 1972, blijven van kracht totdat daarvoor een regeling is getroffen.

  1. Artikel

    81 Het formulier van afkondiging der wetten is het volgende: "Wij" enz. "Koning der Nederlanden", enz. "Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: "Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat" enz. (De beweegredenen der wet). "Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze" enz. (De inhoud der wet). "Gegeven". enz. Ingeval een Koningin regeert of het Koninklijk gezag door een Regent of door de Raad van State wordt waargenomen, wordt de daardoor nodige wijziging in dit formulier gebracht.

  2. Artikel

    130 De Koning doet de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk kennis dragen, of hij een voorstel van wet, door hen aangenomen, al dan niet goedkeurt. Die kennisgeving geschiedt met een der volgende formulieren: "De Koning bewilligt in het voorstel." of: "De Koning houdt het voorstel in overweging."

← terug naar Grondwet