Grondwet

Inhoud
Hoofdstuk 1 Grondrechten
Hoofdstuk 2 Regering
Hoofdstuk 3 Staten-Generaal
Hoofdstuk 4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur
Hoofdstuk 6 Rechtspraak
Hoofdstuk 7 Provincies, gemeenten, Caribische openbare lichamen, waterschappen en andere openbare lichamen
Hoofdstuk 8 Herziening van de Grondwet
Additionele artikelen

Artikel 37

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 22-02-2023.
  1. Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door een regent:

    1. zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt;

    2. indien een nog niet geboren kind tot het koningschap geroepen kan zijn;

    3. indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen;

    4. indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd;

    5. zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt.

  2. De regent wordt benoemd bij de wet. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  3. In de gevallen, genoemd in het eerste lid onder c en d, is de nakomeling van de Koning die zijn vermoedelijke opvolger is, van rechtswege regent indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

  4. De regent zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. De wet geeft nadere regels omtrent het regentschap en kan voorzien in de opvolging en de vervanging daarin. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  5. Op de regent zijn de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.

22-02-2023 Huidig 01-11-2022 Historisch 30-08-2022 Historisch 18-08-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 18-08-2022.

Tekst van deze versie

  1. Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door een regent:

    1. zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt;

    2. indien een nog niet geboren kind tot het koningschap geroepen kan zijn;

    3. indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen;

    4. indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd;

    5. zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt.

  2. De regent wordt benoemd bij de wet. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  3. In de gevallen, genoemd in het eerste lid onder c en d, is de nakomeling van de Koning die zijn vermoedelijke opvolger is, van rechtswege regent indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

  4. De regent zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. De wet geeft nadere regels omtrent het regentschap en kan voorzien in de opvolging en de vervanging daarin. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

  5. Op de regent zijn de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Grondwet