De leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Grondrechten
Hoofdstuk 2 Regering
Hoofdstuk 3 Staten-Generaal
§ 1 Inrichting en samenstelling
Hoofdstuk 4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur
§ 1 Wetten en andere voorschriften
Hoofdstuk 6 Rechtspraak
Hoofdstuk 7 Provincies, gemeenten, Caribische openbare lichamen, waterschappen en andere openbare lichamen
Hoofdstuk 8 Herziening van de Grondwet
Additionele artikelen
- Artikel I
- Artikel II
- Artikel III
- Artikel IV
- Artikel V
- Artikel VI
- Artikel VII
- Artikel VIII
- Artikel IX
- Artikel X
- Artikel XI
- Artikel XII
- Artikel XIII
- Artikel XIV
- Artikel XV
- Artikel XVI
- Artikel XVII
- Artikel XVIII
- Artikel XIX
- Artikel XX
- Artikel XXI
- Artikel XXII
- Artikel XXIII
- Artikel XXIV
- Artikel XXV
- Artikel XXVI
- Artikel XXVII
- Artikel XXVIII
- Artikel XXIX
- Artikel XXX
Artikel 71
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 18-08-2022.
Tekst van deze versie
De leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.