-
Buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen.
-
Hij aan wie anders dan op rechterlijk bevel zijn vrijheid is ontnomen, kan aan de rechter zijn invrijheidstelling verzoeken. Hij wordt in dat geval door de rechter gehoord binnen een bij de wet te bepalen termijn. De rechter gelast de onmiddellijke invrijheidstelling, indien hij de vrijheidsontneming onrechtmatig oordeelt.
-
De berechting van hem aan wie met het oog daarop zijn vrijheid is ontnomen, vindt binnen een redelijke termijn plaats.
-
Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, kan worden beperkt in de uitoefening van grondrechten voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Grondrechten
Hoofdstuk 2 Regering
Hoofdstuk 3 Staten-Generaal
§ 1 Inrichting en samenstelling
Hoofdstuk 4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur
§ 1 Wetten en andere voorschriften
Hoofdstuk 6 Rechtspraak
Hoofdstuk 7 Provincies, gemeenten, Caribische openbare lichamen, waterschappen en andere openbare lichamen
Hoofdstuk 8 Herziening van de Grondwet
Artikel 15
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.