-
De rechter kan de vordering slechts toewijzen
indien de huurder zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt;
indien de verhuurder zijn vordering grondt op een beding als omschreven in lid 2 en aan de eisen van dat lid is voldaan, tenzij de verhuurder geen belang meer heeft bij de ontruiming;
indien de verhuurder aannemelijk maakt dat hij het verhuurde zo dringend nodig heeft voor eigen gebruik, vervreemding van de gehuurde woonruimte niet daaronder begrepen, dat van hem, de belangen van beide partijen en van onderhuurders naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt verlengd, en tevens blijkt dat de huurder, met uitzondering van de huurder, bedoeld in de artikelen 274c tot en met 274e, andere passende woonruimte kan verkrijgen;
indien de huurder niet toestemt in een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot dezelfde woonruimte, voor zover dit aanbod niet een wijziging inhoudt van de huurprijs of, in het geval dat onderafdeling 2 op de opgezegde huurovereenkomst van toepassing is, van de servicekosten;
indien de verhuurder een krachtens het geldende omgevingsplan aan het verhuurde toegedeelde functie wil verwezenlijken;
indien de huurovereenkomst een onzelfstandige woning betreft, die deel uitmaakt van de woning waarin de verhuurder zijn hoofdverblijf heeft, en de verhuurder aannemelijk maakt dat zijn belangen bij beëindiging van de huur zwaarder wegen dan die van de huurder bij voortzetting daarvan;
indien de huurovereenkomst een zelfstandige woning betreft in een gebouw waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet is verleend met een termijn van maximaal vijftien jaren en de huurovereenkomst is opgezegd tegen de dag waarop die omgevingsvergunning komt te vervallen. In de schriftelijke huurovereenkomst moet melding zijn gemaakt van de omgevingsvergunning, bedoeld in de eerste volzin, en van het tijdvak waarvoor die is verleend;
indien de verhuurder, die een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en niet meer dan één woning verhuurt, tot verkoop van de woning wil overgaan welke hij direct voorafgaand aan de ingangsdatum van de huurovereenkomst gedurende een periode van ten minste twee jaar als eigenaar heeft bewoond;
indien de huurder die op grond van artikel 54d van de Woningwet als oudste bewoner de huur heeft voortgezet de leeftijd van achtentwintig jaren heeft bereikt of, indien deze overleden is, zou hebben bereikt, en tevens blijkt dat de huurder en eventuele medehuurders als bedoeld in het achtste lid van dat artikel andere passende woonruimte kan of kunnen verkrijgen.
-
In het geval dat uitdrukkelijk van de huurder en telkens van een opvolgend huurder is bedongen dat de gehuurde woonruimte na afloop van de bij dat beding overeengekomen termijn moet worden ontruimd, kan de verhuurder overeenkomstig lid 1 aanhef en onder b, op dat beding de in dat lid bedoelde vordering gronden:
indien de verhuurder de woning zelf wil betrekken, of
indien de verhuurder jegens wie een vorige huurder het recht heeft verkregen de woning opnieuw te betrekken, deze huurder daartoe gelegenheid wil geven.
De bij het beding bepaalde termijn kan met wederzijds goedvinden worden verlengd voordat de met de huurder oorspronkelijk overeengekomen termijn is verstreken.
-
Onder eigen gebruik in de zin van lid 1 onder c, wordt mede begrepen renovatie van woonruimte die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is.
-
Bij de beoordeling van de vraag of andere woonruimte voor de huurder passend is, houdt de rechter geen rekening met de bijdragen van het Rijk, die de huurder ter tegemoetkoming in de kosten, verbonden aan het genot van de woning, kan verkrijgen.
-
Een vordering, gegrond op eigen gebruik in de zin van lid 1 onder c is niet toewijsbaar
ten aanzien van woonruimte waarop hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 van toepassing is, zolang de verhuurder geen huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van die wet overlegt behoudens het geval dat het eigen gebruik in iets anders bestaat dan bewoning;
indien de verhuurder de rechtsopvolger van de vorige verhuurder is en de opzegging is geschied binnen drie jaar nadat de rechtsopvolging schriftelijk ter kennis van de huurder is gebracht.
-
In de gevallen bedoeld in lid 1 onder a en d kan de rechter, voordat hij de vordering toewijst, aan de huurder een termijn van ten hoogste een maand toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen of het aanbod te aanvaarden.
-
Een vordering gegrond op lid 1 onder h is alleen toewijsbaar indien:
de verhuurder zijn vordering niet eerder heeft gegrond op dat onderdeel;
de verhuurder niet eerder dan drie maanden voor het eind van de in onderdeel d bedoelde termijn een huwelijk of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met de persoon met wie hij een gezamenlijke huishouding voert;
sedert de ingangsdatum van de huurovereenkomst niet meer dan twee jaren zijn verstreken;
uitdrukkelijk in de huurovereenkomst is bedongen dat de verhuurder de huurovereenkomst na afloop van de bij dat beding overeengekomen termijn kan opzeggen ten behoeve van verkoop.
Inhoud
Boek 7 Bijzondere overeenkomsten
Titel 1 Koop en ruil
Afdeling 1 Koop: Algemene bepalingen
Afdeling 2 Verplichtingen van de verkoper
Afdeling 3 Bijzondere gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen van de verkoper
Afdeling 4 Verplichtingen van de koper
Afdeling 5 Bijzondere gevolgen van verzuim van de koper
Afdeling 6 Bijzondere gevallen van ontbinding
Afdeling 7 Schadevergoeding
Afdeling 8 Recht van reclame
Afdeling 9 Koop op proef
Afdeling 10 Koop van vermogensrechten
Titel 1aa Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten tussen handelaren en consumenten
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Verplichtingen van de handelaar
Afdeling 3 Bijzondere gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen van de handelaar
Afdeling 4 Verplichtingen van de consument
Afdeling 5 Slotbepaling
Titel 1a Overeenkomsten betreffende het gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, bijstand en uitwisseling
Titel 2 Financiëlezekerheidsovereenkomsten
Titel 2a Consumentenkredietovereenkomsten
Afdeling 1 Bepalingen ter uitvoering van richtlijn nr. 2008/48/EG van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten
Onderafdeling 1 Algemene bepalingen
Onderafdeling 2 Informatieverstrekking en handelingen voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Onderafdeling 3 Informatie en rechten betreffende kredietovereenkomsten
Onderafdeling 4 Jaarlijks kostenpercentage
Onderafdeling 5 Kredietgevers en kredietbemiddelaars
Onderafdeling 6 Slotbepalingen
Afdeling 2 Overige bepalingen betreffende consumentenkredietovereenkomsten
Titel 2b Goederenkrediet
Afdeling 1 Goederenkrediet betreffende roerende zaken, niet-registergoederen
Afdeling 2 Huurkoop onroerende zaken
Onderafdeling 1 Algemene bepalingen
Onderafdeling 2 Huurkoop van woonruimte
Afdeling 3 Consumentenkredietovereenkomsten betreffende voor bewoning bestemde onroerende zaken
Onderafdeling 1 Algemene bepalingen
Onderafdeling 2 Informatieverstrekking en handelingen voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Onderafdeling 3 Jaarlijks kostenpercentage
Onderafdeling 4 Informatie en rechten betreffende kredietovereenkomsten
Onderafdeling 5 Slotbepalingen
Titel 2c Geldlening
Titel 2d Overeenkomst van pandbelening
Titel 3 Schenking
Titel 4 Huur
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Verplichtingen van de verhuurder
Afdeling 3 De verplichtingen van de huurder
Afdeling 4 De overgang van de huur bij overdracht van de verhuurde zaken en het eindigen van de huur
Afdeling 5 Huur van woonruimte
Onderafdeling 1 Algemeen
Onderafdeling 2 Huurprijzen en andere vergoedingen
Onderafdeling 3 Medehuur en voortzetting van de huur
Titel 5 Pacht
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Vorm van de pachtovereenkomst
Afdeling 3 Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 4 Duur van de pachtovereenkomst
Afdeling 5 Pachtprijs
Afdeling 6 Verplichtingen van de verpachter
Afdeling 7 Verplichtingen van de pachter
Afdeling 8 Overgang van de pacht bij overdracht van de verpachte zaken
Afdeling 9 Pachtoverneming
Afdeling 10 Het eindigen van de pachtovereenkomst
Afdeling 11 Het voorkeursrecht van de pachter
Afdeling 12 Bijzondere pachtovereenkomsten
Paragraaf 1 Verpachting door openbare lichamen
Paragraaf 2 Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 3 Pacht van geringe oppervlakten
Paragraaf 4 Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Afdeling 13 Dwingend recht
Afdeling 14 Slotbepalingen
Titel 7 Opdracht
Afdeling 1 Opdracht in het algemeen
Afdeling 2 Lastgeving
Afdeling 3 Bemiddelingsovereenkomst
Afdeling 4 Agentuurovereenkomst
Afdeling 5 De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling
- Artikel 446
- Artikel 447
- Artikel 448
- Artikel 449
- Artikel 450
- Artikel 451
- Artikel 452
- Artikel 453
- Artikel 454
- Artikel 455
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 458
- Artikel 458a
- Artikel 458b
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 462
- Artikel 463
- Artikel 464
- Artikel 465
- Artikel 466
- Artikel 467
- Artikel 468
Titel 7A Pakketreisovereenkomst en gekoppeld reisarrangement
Afdeling 1 Definities en toepassingsgebied
Afdeling 2 Informatieverplichtingen en inhoud van de pakketreisovereenkomst
Afdeling 3 Wijziging van de pakketreisovereenkomst vóór het begin van de pakketreis
Afdeling 4 Uitvoering van de pakketreis
Afdeling 5 Bescherming bij insolventie
Afdeling 6 Gekoppelde reisarrangementen
Afdeling 7 Slotbepalingen
Titel 7b Betalingstransactie
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Toestaan van betalingstransacties
Afdeling 3 Uitvoering van de betalingstransactie
Paragraaf 1 Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Paragraaf 2 Uitvoeringstermijn en valutadatum
Paragraaf 3 Aansprakelijkheid
Afdeling 4 Slotbepalingen
Titel 9 Bewaarneming
Titel 10 Arbeidsovereenkomst
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Loon
- Artikel 616
- Artikel 616a
- Artikel 616b
- Artikel 616c
- Artikel 616d
- Artikel 616e
- Artikel 616f
- Artikel 617
- Artikel 618
- Artikel 619
- Artikel 620
- Artikel 621
- Artikel 622
- Artikel 623
- Artikel 624
- Artikel 625
- Artikel 626
- Artikel 628
- Artikel 628a
- Artikel 628b
- Artikel 629
- Artikel 629a
- Artikel 630
- Artikel 631
- Artikel 632
- Artikel 633
Afdeling 3 Vakantie en verlof
Afdeling 4 Gelijke behandeling
Afdeling 5 Enkele bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst
Afdeling 6 Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever
Afdeling 7 Enkele bijzondere verplichtingen van de werknemer
Afdeling 8 Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Afdeling 9 Einde van de arbeidsovereenkomst
- Artikel 667
- Artikel 668
- Artikel 668a
- Artikel 669
- Artikel 670
- Artikel 670a
- Artikel 670b
- Artikel 671
- Artikel 671a
- Artikel 671b
- Artikel 671c
- Artikel 672
- Artikel 673
- Artikel 673b
- Artikel 673c
- Artikel 673e
- Artikel 674
- Artikel 675
- Artikel 676
- Artikel 677
- Artikel 678
- Artikel 679
- Artikel 680a
- Artikel 681
- Artikel 682
- Artikel 682a
- Artikel 683
- Artikel 684
- Artikel 686
- Artikel 686a
Afdeling 10 Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 11 Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 12 Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
Afdeling 12A Bijzondere bepalingen ter zake van de zee-arbeidsovereenkomst in de zeevisserij
Afdeling 12B De maatschapsovereenkomst in de zeevisserij
Titel 12 Aanneming van werk
Afdeling 1 Aanneming van werk in het algemeen
Afdeling 2 Bijzondere bepalingen voor de bouw van een woning in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf
Titel 14 Borgtocht
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Borgtocht, aangegaan buiten beroep of bedrijf
Afdeling 3 De gevolgen van de borgtocht tussen de hoofdschuldenaar en de borg en tussen borgen en voor de verbintenis aansprakelijke niet-schuldenaren onderling
Titel 15 Vaststellingsovereenkomst
Titel 16 Franchise
Titel 17 Verzekering
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Schadeverzekering
Afdeling 3 Sommenverzekering
§ 1 Algemene bepalingen
Titel 18 Lijfrente
Artikel 274
Actueel
2 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
04-04-2014
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
26-04-2013
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.