-
Wanneer een erflater iets heeft vermaakt aan een stichting die hij in een bij notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking heeft in het leven geroepen, is de stichting erfgenaam of legataris, naar gelang het haar vermaakte aan een erfstelling of aan een legaat beantwoordt.
-
Heeft hij bij een in andere vorm gemaakte uiterste wil verklaard een stichting in het leven te roepen, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een aan de gezamenlijke erfgenamen opgelegde last om die stichting op te richten.
-
Degene op wie een last om een stichting op te richten rust, kan daartoe op vordering van het openbaar ministerie worden veroordeeld door de rechtbank van het sterfhuis of, indien de erflater zijn laatste woonplaats niet in Nederland had, door de rechtbank Den Haag. De rechter kan bepalen dat het vonnis dezelfde rechtskracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van hem die tot de rechtshandeling gehouden is, of dat een door de rechter aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten.
Burgerlijk Wetboek Boek 4 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Afdeling 1 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen
Afdeling 2 Andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Afdeling 1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Afdeling 2 Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten
Afdeling 3 Legitieme portie
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De omvang van de legitieme portie
Paragraaf 3 Het geldend maken van de legitieme portie
Afdeling 4 Vorm van uiterste willen
Afdeling 5 Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Afdeling 1 Erfstellingen
Afdeling 2 Legaten
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
Afdeling 3 Testamentaire lasten
Afdeling 4 Stichtingen
Afdeling 5 Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde
Afdeling 6 Executeurs
Afdeling 7 Testamentair bewind
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De bewindvoerder
Paragraaf 3 De gevolgen van het bewind
Paragraaf 4 Einde van het bewind
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten
Afdeling 3 Vereffening van de nalatenschap
Afdeling 4 Verdeling van de nalatenschap
Afdeling 4
Stichtingen