-
Erfgenamen zijn verplicht ten behoeve van hun mede-erfgenamen de waarde van de hun door de erflater gedane giften in te brengen, voor zover de erflater dit, hetzij bij de gift hetzij bij uiterste wilsbeschikking, heeft voorgeschreven.
-
Een bij de gift opgelegde verplichting tot inbreng kan bij uiterste wilsbeschikking worden ongedaan gemaakt.
Inhoud
Artikel 229 Burgerlijk Wetboek Boek 4 – Wettekst
Actueel
Officiële wettekst huidige versie
Je bekijkt de officiële wettekst die vandaag geldig is, sinds 01-07-2025.
Historische versies
01-07-2025
Huidig
01-05-2023
Historisch
19-09-2018
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-09-2016
Historisch
17-08-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
15-10-2005
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
01-01-2003
Historisch
Tekst van deze versie
-
Erfgenamen zijn verplicht ten behoeve van hun mede-erfgenamen de waarde van de hun door de erflater gedane giften in te brengen, voor zover de erflater dit, hetzij bij de gift hetzij bij uiterste wilsbeschikking, heeft voorgeschreven.
-
Een bij de gift opgelegde verplichting tot inbreng kan bij uiterste wilsbeschikking worden ongedaan gemaakt.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.