Burgerlijk Wetboek Boek 4

Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging

Artikel 90

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
  1. Inkorting van een gift geschiedt door een verklaring aan de begiftigde. Deze is verplicht de waarde van het ingekorte gedeelte van de gift aan de legitimaris te vergoeden, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is.

  2. Een gift kan niet worden ingekort voor zover zij in mindering van de legitieme portie van een mede-legitimaris komt.

  3. De bevoegdheid van een legitimaris tot inkorting van een gift vervalt na verloop van een hem daarvoor door de begiftigde gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater.

01-07-2025 Huidig 01-05-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-05-2023.

Tekst van deze versie

  1. Inkorting van een gift geschiedt door een verklaring aan de begiftigde. Deze is verplicht de waarde van het ingekorte gedeelte van de gift aan de legitimaris te vergoeden, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is.

  2. Een gift kan niet worden ingekort voor zover zij in mindering van de legitieme portie van een mede-legitimaris komt.

  3. De bevoegdheid van een legitimaris tot inkorting van een gift vervalt na verloop van een hem daarvoor door de begiftigde gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 4