-
De vordering is niet opeisbaar voordat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.
-
Voor zover nodig in afwijking van lid 1 is de vordering, indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13, opeisbaar indien:
de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
de echtgenoot is overleden.
Voorzover de vordering ten laste komt van een legaat aan een ander dan de echtgenoot, leidt de eerste zin niet tot een later tijdstip van opeisbaarheid dan voortvloeit uit lid 1.
-
Zolang goederen der nalatenschap kunnen worden belast met een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30, is de vordering niet opeisbaar. Bij de toepassing van de eerste zin blijft artikel 31 lid 4, eerste zin, buiten beschouwing.
-
Zolang een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30 bestaat, is de vordering niet opeisbaar, voor zover de echtgenoot daarvoor is verbonden. In geval van faillissement van de echtgenoot of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen wordt de vordering opeisbaar, voor zover de echtgenoot daarvoor is verbonden.
-
Voor zover voor de vordering anderen dan de echtgenoot zijn verbonden, kan, zolang een vruchtgebruik krachtens artikel 29 of artikel 30 bestaat, van elk van die anderen slechts het gedeelte van de vordering worden opgeëist dat overeenkomt met het gedeelte dat zijn aandeel in de niet met vruchtgebruik belaste goederen van de nalatenschap uitmaakt van de goederen van de nalatenschap.
-
Is de vordering, bedoeld in artikel 80 lid 1, opeisbaar geworden doordat ten aanzien van de echtgenoot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan is de vordering, voor zover zij onvoldaan is gebleven, door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet wederom niet opeisbaar. Artikel 358 lid 1 van de Faillissementswet vindt ten aanzien van de vordering geen toepassing.
Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Afdeling 1 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen
Afdeling 2 Andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Afdeling 1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Afdeling 2 Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten
Afdeling 3 Legitieme portie
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De omvang van de legitieme portie
Paragraaf 3 Het geldend maken van de legitieme portie
Afdeling 4 Vorm van uiterste willen
Afdeling 5 Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Afdeling 1 Erfstellingen
Afdeling 2 Legaten
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
Afdeling 3 Testamentaire lasten
Afdeling 4 Stichtingen
Afdeling 5 Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde
Afdeling 6 Executeurs
Afdeling 7 Testamentair bewind
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De bewindvoerder
Paragraaf 3 De gevolgen van het bewind
Paragraaf 4 Einde van het bewind
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten
Afdeling 3 Vereffening van de nalatenschap
Afdeling 4 Verdeling van de nalatenschap
Artikel 81
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.