-
De waarde van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht onder bewind kan verkrijgen, komt ook bij verwerping in mindering van zijn legitieme portie, indien het bewind is ingesteld op de in de uiterste wil vermelde grond:
dat de legitimaris ongeschikt of onmachtig is in het beheer te voorzien, of
dat zonder bewind de goederen hoofdzakelijk diens schuldeisers zouden ten goede komen.
-
De legitimaris die de nalatenschap of het legaat heeft aanvaard is gedurende drie maanden na het overlijden van de erflater bevoegd de juistheid van de opgegeven grond te betwisten; alsdan moet degene die haar staande houdt haar bewijzen. Is de opgegeven grond juist, doch rechtvaardigt dit de door de erflater vastgestelde regels van het bewind niet, dan kan de rechter die regels wijzigen of zelfs ten dele opheffen.
-
Is vermelde grond onjuist, dan kan de legitimaris binnen een maand nadat de uitspraak waarbij de onjuistheid is vastgesteld, in kracht van gewijsde is gegaan, schriftelijk aan de bewindvoerder verklaren dat hij zijn legitieme in geld wenst te ontvangen. De bewindvoerder maakt daartoe het onder bewind gestelde met overeenkomstige toepassing van artikel 147 voor zover nodig te gelde; het restant van de goederen keert hij uit aan degenen aan wie deze zouden zijn toegekomen indien de legitimaris de nalatenschap of het legaat had verworpen.
-
Staan goederen onder bewind waarvan de waarde krachtens artikel 70 in mindering van de legitieme komt en vermeldt de akte waarbij het bewind is ingesteld een grond als bedoeld in lid 1, dan zijn de leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Vermeldt de akte niet een grond als bedoeld in lid 1, dan kan de legitimaris aanspraak maken op ontvangst van zijn legitieme in geld op de wijze als voorzien in lid 3, met dien verstande dat de aldaar bedoelde verklaring binnen drie maanden na het overlijden van de erflater moet worden afgelegd.
-
Bij de vaststelling van de op de legitieme portie toe te rekenen waarde wordt met het bewind slechts rekening gehouden, indien de vermelde grond onjuist is verklaard doch de legitimaris geen gebruik maakt van de hem in lid 3, eerste zin, verleende bevoegdheid.
Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Afdeling 1 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen
Afdeling 2 Andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Afdeling 1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Afdeling 2 Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten
Afdeling 3 Legitieme portie
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De omvang van de legitieme portie
Paragraaf 3 Het geldend maken van de legitieme portie
Afdeling 4 Vorm van uiterste willen
Afdeling 5 Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Afdeling 1 Erfstellingen
Afdeling 2 Legaten
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
Afdeling 3 Testamentaire lasten
Afdeling 4 Stichtingen
Afdeling 5 Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde
Afdeling 6 Executeurs
Afdeling 7 Testamentair bewind
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De bewindvoerder
Paragraaf 3 De gevolgen van het bewind
Paragraaf 4 Einde van het bewind
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten
Afdeling 3 Vereffening van de nalatenschap
Afdeling 4 Verdeling van de nalatenschap
Artikel 75
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.