Bij de berekening van de legitieme porties worden de volgende door de erflater gedane giften in aanmerking genomen:

  1. giften die kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld;

  2. giften die de erflater gedurende zijn leven te allen tijde had kunnen herroepen of die hij bij de gift voor inkorting vatbaar heeft verklaard;

  3. giften van een voordeel, bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten;

  4. giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is;

  5. andere giften, voor zover de prestatie binnen vijf jaren voor zijn overlijden is geschied.