-
Op het vruchtgebruik ingevolge de artikelen 29 en 30 zijn de leden 1, 2, 4 en 5 van artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vruchtgebruik kan niet worden ingeroepen tegen schuldeisers die zich op de daaraan onderworpen goederen verhalen ter zake van schulden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met f. De uitwinning is echter niet toegelaten, indien de echtgenoot niet met vruchtgebruik belaste goederen der nalatenschap aanwijst die voldoende verhaal bieden.
-
De mogelijkheid om aanspraak te maken op vestiging van het vruchtgebruik vervalt, indien de echtgenoot niet binnen een redelijke, hem door een belanghebbende gestelde termijn, en uiterlijk voor de toepassing van artikel 29 zes maanden en voor de toepassing van artikel 30 een jaar na het overlijden van de erflater heeft verklaard op de vestiging van het vruchtgebruik aanspraak te maken.
-
De rechtsvordering ingevolge de artikelen 29 en 30 verjaart door verloop van een jaar en drie maanden na het openvallen der nalatenschap.
-
Heeft de erflater bij uiterste wilsbeschikking aan zijn echtgenoot de bevoegdheid ontzegd om zich bij de overdracht van een goed ingevolge de artikelen 19 en 21 een vruchtgebruik voor te behouden, dan vervalt, in afwijking van lid 2, de mogelijkheid om ingevolge artikel 29 of 30 aanspraak te maken op vestiging van het vruchtgebruik op dat goed door verloop van drie maanden nadat op overdracht van het goed aanspraak is gemaakt. In dat geval verjaart de rechtsvordering tot vestiging van het vruchtgebruik door verloop van een jaar en drie maanden nadat op overdracht van het goed aanspraak is gemaakt.
Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Afdeling 1 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen
Afdeling 2 Andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Afdeling 1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
Afdeling 2 Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten
Afdeling 3 Legitieme portie
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De omvang van de legitieme portie
Paragraaf 3 Het geldend maken van de legitieme portie
Afdeling 4 Vorm van uiterste willen
Afdeling 5 Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Afdeling 1 Erfstellingen
Afdeling 2 Legaten
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
Afdeling 3 Testamentaire lasten
Afdeling 4 Stichtingen
Afdeling 5 Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde
Afdeling 6 Executeurs
Afdeling 7 Testamentair bewind
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De bewindvoerder
Paragraaf 3 De gevolgen van het bewind
Paragraaf 4 Einde van het bewind
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten
Afdeling 3 Vereffening van de nalatenschap
Afdeling 4 Verdeling van de nalatenschap
Artikel 31
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.