Burgerlijk Wetboek Boek 4

Inhoud
Boek 4 Erfrecht
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Erfopvolging bij versterf
Titel 3 Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten
Titel 4 Uiterste willen
Titel 5 Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen
Titel 6 Gevolgen van de erfopvolging

Artikel 149

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
  1. De taak van een executeur eindigt:

    1. wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid;

    2. door tijdverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd;

    3. door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen;

    4. wanneer de nalatenschap overeenkomstig de derde afdeling van de zesde titel moet worden vereffend;

    5. in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen;

    6. door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.

  2. Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de executeur schorsen.

  3. Een gewezen executeur blijft verplicht te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de nalatenschap kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is, dit heeft aanvaard.

  4. Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens faillissement of ondercuratelestelling dan rust de in het vorige lid bedoelde verplichting op de curator, indien deze van de executele kennis draagt; eindigt de hoedanigheid van executeur door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onderbewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder. Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens dood, dan zijn de erfgenamen verplicht, indien zij van de executele kennis dragen, het overlijden van de executeur mede te delen aan de erfgenamen van degene die hem heeft benoemd.

01-07-2025 Huidig 01-05-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-05-2023.

Tekst van deze versie

  1. De taak van een executeur eindigt:

    1. wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid;

    2. door tijdverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd;

    3. door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen;

    4. wanneer de nalatenschap overeenkomstig de derde afdeling van de zesde titel moet worden vereffend;

    5. in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen;

    6. door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.

  2. Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de executeur schorsen.

  3. Een gewezen executeur blijft verplicht te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de nalatenschap kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is, dit heeft aanvaard.

  4. Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens faillissement of ondercuratelestelling dan rust de in het vorige lid bedoelde verplichting op de curator, indien deze van de executele kennis draagt; eindigt de hoedanigheid van executeur door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onderbewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder. Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens dood, dan zijn de erfgenamen verplicht, indien zij van de executele kennis dragen, het overlijden van de executeur mede te delen aan de erfgenamen van degene die hem heeft benoemd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 4