Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
Burgerlijk Wetboek Boek 3 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.
Inhoud
Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen
Titel 1 Algemene bepalingen
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Afdeling 1A Elektronisch vermogensrechtelijk rechtsverkeer
Afdeling 1B Het voeren van een administratie
Afdeling 2 Inschrijvingen betreffende registergoederen
Titel 2 Rechtshandelingen
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
Titel 3 Volmacht
Titel 4 Verkrijging en verlies van goederen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Overdracht van goederen en afstand van beperkte rechten
Afdeling 3 Verkrijging en verlies door verjaring
Titel 5 Bezit en houderschap
Titel 6 Bewind
Titel 7 Gemeenschap
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Enige bijzondere gemeenschappen
Afdeling 3 Nietige en vernietigbare verdelingen
Titel 8 Vruchtgebruik
Titel 9 Rechten van pand en hypotheek
Titel 10 Verhaalsrecht op goederen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
Afdeling 3 Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
Afdeling 4 Retentierecht
Titel 11 Rechtsvorderingen
- Artikel 296
- Artikel 297
- Artikel 298
- Artikel 299
- Artikel 300
- Artikel 301
- Artikel 302
- Artikel 303
- Artikel 304
- Artikel 305
- Artikel 305a
- Artikel 305b
- Artikel 305c
- Artikel 305ca
- Artikel 305d
- Artikel 305e
- Artikel 306
- Artikel 307
- Artikel 308
- Artikel 309
- Artikel 310
- Artikel 310a
- Artikel 310b
- Artikel 310c
- Artikel 310d
- Artikel 311
- Artikel 312
- Artikel 313
- Artikel 314
- Artikel 315
- Artikel 316
- Artikel 317
- Artikel 318
- Artikel 319
- Artikel 320
- Artikel 321
- Artikel 322
- Artikel 323
- Artikel 324
- Artikel 325
- Artikel 326
Afdeling 1
Artikel 2
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
Artikel 2a
-
Dieren zijn geen zaken.
-
Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.
Artikel 3
-
Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
-
Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
Artikel 4
-
Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak.
-
Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak.
Artikel 5
Inboedel is het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken, met uitzondering van boekerijen en verzamelingen van voorwerpen van kunst, wetenschap of geschiedkundige aard.
Artikel 6
Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten.
Artikel 7
Een afhankelijk recht is een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is, dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan.
Artikel 8
Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard.
Artikel 9
-
Natuurlijke vruchten zijn zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken worden aangemerkt.
-
Burgerlijke vruchten zijn rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt.
-
De afzonderlijke termijnen van een lijfrente gelden als vruchten van het recht op de lijfrente.
-
Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak door haar afscheiding, een burgerlijke vrucht een zelfstandig recht door haar opeisbaar worden.
Artikel 10
Registergoederen zijn goederen voor welker overdracht of vestiging inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is.
Artikel 11
Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen.
Artikel 12
Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken.
Artikel 13
-
Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
-
Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.
-
Uit de aard van een bevoegdheid kan voortvloeien dat zij niet kan worden misbruikt.
Artikel 14
Een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht.
Artikel 15
De artikelen 11-14 vinden buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.