Burgerlijk Wetboek Boek 3

Inhoud
Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Rechtshandelingen
Titel 3 Volmacht
Titel 4 Verkrijging en verlies van goederen
Titel 5 Bezit en houderschap
Titel 6 Bewind
Titel 7 Gemeenschap
Titel 8 Vruchtgebruik
Titel 9 Rechten van pand en hypotheek
Titel 10 Verhaalsrecht op goederen
Titel 11 Rechtsvorderingen

Artikel 284

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
  1. Een vordering tot voldoening van kosten, tot behoud van een goed gemaakt, is bevoorrecht op het goed dat aldus is behouden.

  2. De schuldeiser kan de vordering op het goed verhalen, zonder dat hem rechten van derden op dit goed kunnen worden tegengeworpen, tenzij deze rechten na het maken van de kosten tot behoud zijn verkregen. Een na het maken van die kosten overeenkomstig artikel 237 gevestigd pandrecht kan slechts aan de schuldeiser worden tegengeworpen, indien de zaak of het toonderpapier in de macht van de pandhouder of een derde is gebracht. Een na het maken van die kosten overeenkomstig artikel 90 verkregen recht kan slechts aan de schuldeiser worden tegengeworpen, indien tevens aan de eisen van lid 2 van dat artikel is voldaan.

  3. Het voorrecht heeft voorrang boven alle andere voorrechten, tenzij de vorderingen waaraan deze andere voorrechten zijn verbonden, na het maken van de kosten tot behoud zijn ontstaan.

01-07-2025 Huidig 08-11-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 25-06-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een vordering tot voldoening van kosten, tot behoud van een goed gemaakt, is bevoorrecht op het goed dat aldus is behouden.

  2. De schuldeiser kan de vordering op het goed verhalen, zonder dat hem rechten van derden op dit goed kunnen worden tegengeworpen, tenzij deze rechten na het maken van de kosten tot behoud zijn verkregen. Een na het maken van die kosten overeenkomstig artikel 237 gevestigd pandrecht kan slechts aan de schuldeiser worden tegengeworpen, indien de zaak of het toonderpapier in de macht van de pandhouder of een derde is gebracht. Een na het maken van die kosten overeenkomstig artikel 90 verkregen recht kan slechts aan de schuldeiser worden tegengeworpen, indien tevens aan de eisen van lid 2 van dat artikel is voldaan.

  3. Het voorrecht heeft voorrang boven alle andere voorrechten, tenzij de vorderingen waaraan deze andere voorrechten zijn verbonden, na het maken van de kosten tot behoud zijn ontstaan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 3