1. Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

    1. kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;

    2. kosten van ontwikkeling;

    3. kosten van verwerving ter zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom;

    4. kosten van goodwill die van derden is verkregen;

    5. vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.

  2. Voor zover de rechtspersoon de kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve aanhouden.