Burgerlijk Wetboek Boek 2

Inhoud
Boek 2 Rechtspersonen
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Verenigingen
Titel 3 Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
Titel 4 Naamloze vennootschappen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 De aandelen
Afdeling 3 Het vermogen van de naamloze vennootschap
Afdeling 4 De algemene vergadering
Afdeling 5 Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Afdeling 6 De raad van commissarissen bij de grote naamloze vennootschap
Afdeling 7 Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen
Afdeling 8 Transacties met verbonden partijen
Titel 5 Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Afdeling 2 De aandelen
Afdeling 3 Het vermogen van de vennootschap
Afdeling 4 De algemene vergadering
Afdeling 5 Het bestuur van de vennootschap en het toezicht op het bestuur
Afdeling 6 De raad van commissarissen bij de grote besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 7 Evenwichtige verdeling van de zetels over vrouwen en mannen
Afdeling 8 Het beroep
Titel 6 Stichtingen
Titel 7 Fusie en splitsing
Afdeling 1 Algemene bepaling
Afdeling 2 Algemene bepalingen omtrent fusies
Afdeling 3 Bijzondere bepalingen voor fusies van naamloze en besloten vennootschappen
Afdeling 3A Bijzondere bepalingen voor grensoverschrijdende fusies
Afdeling 4 Algemene bepalingen omtrent splitsingen
Afdeling 5 Bijzondere bepalingen voor splitsingen waarbij een naamloze of besloten vennootschap wordt gesplitst of wordt opgericht
Afdeling 6 Bijzondere bepalingen voor grensoverschrijdende splitsingen
Titel 7a Bijzondere bepalingen voor grensoverschrijdende omzettingen
Titel 8 Geschillenregeling en het recht van enquête
Titel 9 De jaarrekening en het bestuursverslag
Afdeling 1 Algemene bepaling
Afdeling 2 Algemene bepalingen omtrent de jaarrekening
Afdeling 3 Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
Afdeling 4 Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening en de toelichting daarop
Afdeling 5 Bijzondere voorschriften omtrent de toelichting
Afdeling 6 Voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
Afdeling 7 Bestuursverslag en afzonderlijke jaarlijkse verslagen en verklaringen
Afdeling 8 Overige gegevens
Afdeling 9 Deskundigenonderzoek
Afdeling 10 Openbaarmaking
Afdeling 11 Vrijstellingen op grond van de omvang van het bedrijf van de rechtspersoon
Afdeling 12 Bepalingen omtrent rechtspersonen van onderscheiden aard
Afdeling 13 Geconsolideerde jaarrekening
Afdeling 14 Bepalingen voor banken
Afdeling 15 Bepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
§ 3 Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening en de toelichting daarop
§ 2a Het overzicht van de samenstelling van het totaalresultaat
§ 4 Bijzondere voorschriften omtrent de toelichting
§ 5 Bijzondere voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
§ 6 Bijzondere bepalingen voor de geconsolideerde jaarrekening
Afdeling 16 Rechtspleging

Artikel 208

HISTORISCH
  1. De algemene vergadering kan besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.

  2. Een besluit tot intrekking kan slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling. In andere gevallen kan slechts tot intrekking worden besloten met instemming van de betrokken aandeelhouders.

  3. Vermindering van het nominale bedrag van aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle aandelen van een zelfde soort of aanduiding geschieden. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.

  4. Een ontheffing van de verplichting tot storting is slechts mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen. Zulk een ontheffing, alsmede een terugbetaling die geschiedt ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen, moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de uitgifte van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding of nadien met instemming van alle houders van aandelen van de desbetreffende soort of aanduiding in de statuten is bepaald dat ontheffing of terugbetaling kan geschieden uitsluitend op die aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.

  5. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het tweede, derde en vierde lid van artikel 233 zijn van overeenkomstige toepassing.

  6. Op een besluit tot vermindering van het geplaatste kapitaal met terugbetaling op aandelen zijn de leden 2 tot en met 4 van artikel 216 van overeenkomstige toepassing. Terugbetaling of ontheffing van de stortingsplicht in de zin van dit artikel is slechts toegestaan, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.

01-07-2026 Huidig 01-01-2025 Historisch 22-06-2024 Historisch 13-03-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 30-12-2023 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-05-2023 Historisch 22-02-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 03-09-2020 Historisch 08-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De algemene vergadering kan besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.

  2. Een besluit tot intrekking kan slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling. In andere gevallen kan slechts tot intrekking worden besloten met instemming van de betrokken aandeelhouders.

  3. Vermindering van het nominale bedrag van aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle aandelen van een zelfde soort of aanduiding geschieden. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.

  4. Een ontheffing van de verplichting tot storting is slechts mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen. Zulk een ontheffing, alsmede een terugbetaling die geschiedt ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen, moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de uitgifte van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding of nadien met instemming van alle houders van aandelen van de desbetreffende soort of aanduiding in de statuten is bepaald dat ontheffing of terugbetaling kan geschieden uitsluitend op die aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle betrokken aandeelhouders.

  5. De oproeping tot een vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering. Het tweede, derde en vierde lid van artikel 233 zijn van overeenkomstige toepassing.

  6. Op een besluit tot vermindering van het geplaatste kapitaal met terugbetaling op aandelen zijn de leden 2 tot en met 4 van artikel 216 van overeenkomstige toepassing. Terugbetaling of ontheffing van de stortingsplicht in de zin van dit artikel is slechts toegestaan, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Burgerlijk Wetboek Boek 2