Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren Actueel

Inhoud

Hoofdstuk 3

Raad voor dierenaangelegenheden

Artikel 3.1

  1. De Raad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste 49 andere leden.

  2. De leden brengen hun kennis en ervaring op persoonlijke titel in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

  3. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar.

  4. Na afloop van de benoemingsperiode, bedoeld in het derde lid, kunnen de leden eenmaal worden herbenoemd voor de in dat lid bedoelde termijn.

  5. De leden kunnen door Onze Minister:

    1. op hun verzoek worden ontslagen;

    2. in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om zwaarwegende reden worden geschorst en ontslagen.

Artikel 3.2

  1. Onze Minister benoemt de secretaris en de adjunct-secretaris van de Raad.

  2. De secretaris en de adjunct-secretaris zijn niet tevens lid van de Raad.

  3. Voor de uitoefening van hun taak zijn de secretaris en de adjunct-secretaris uitsluitend verantwoording schuldig aan de Raad.

Artikel 3.3

  1. De voorzitter roept de Raad bijeen:

    1. zo dikwijls als hij dit nodig acht, maar in ieder geval twee keer per jaar;

    2. indien ten minste vijf leden een daartoe strekkend, schriftelijk en met redenen omkleed verzoek bij de voorzitter hebben ingediend.

  2. Na een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, roept de voorzitter de Raad bijeen binnen één maand nadat het verzoek door de voorzitter is ontvangen.

Artikel 3.4

  1. De Raad voert op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging overleg over de in artikel 10.8 van de wet bedoelde vraagstukken.

  2. De voorzitter kan met het oog op een overleg over een bepaald onderwerp uit de leden van de Raad een forum samenstellen en anderen dan leden van de Raad uitnodigen voor deelname aan dat overleg.

  3. De Raad stelt een verslag op van een gevoerd overleg.

  4. Het verslag wordt ter kennis gebracht van Onze Minister. Indien het verslag mede het belang van de volksgezondheid raakt, wordt dit ook ter kennis gebracht aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 3.5

  1. De Raad stelt zijn werkwijze nader vast in een reglement.

  2. Het reglement, bedoeld in het eerste lid, wordt na vaststelling toegezonden aan Onze Minister.

Artikel 3.6

De Raad stelt jaarlijks voor zijn werkzaamheden in het komende begrotingsjaar een ontwerpbegroting op en legt deze voor 1 april voor aan Onze Minister.

Artikel 3.7

De Raad doet jaarlijks voor 1 april schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden aan Onze Minister.

← terug naar Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren