De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, lid 1 van de politiewet 2012, artikel 7, lid 3 van de politiewet 2012, artikel 7, lid 4 van de politiewet 2012 (vervoersfouillering) omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en de geweldsmiddelen korte wapenstok en pepperspray.