Besluit algemene rechtspositie politie Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 26-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

Hoofdstuk XI

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 99

  1. Een ambtenaar die op grond van afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 naar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Politiewet 1993 aanspraken had op grond van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, de Rechtstoestandsregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of van officier der rijkspolitie, of artikel VII van het Besluit van 24 juni 1992, houdende wijziging van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Bezoldigingsreglement politie 1958, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1984 en het Besluit overleg en medezeggenschap politie in verband met het tot stand brengen van een eenvormige rechtspositie voor alle politieambtenaren, behoudt deze aanspraken.

  2. Een ambtenaar die tot 1 januari 2017 werkzaam was bij het LSOP en met ingang van die datum werkzaam is bij de politie, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de LSOP-wet aanspraken op grond van het Ambtenarenreglement LSOP had, behoudt deze aanspraken.

  3. Een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die op grond van afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 naar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Politiewet 1993 aanspraken had op grond van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie, behoudt deze aanspraken.

Artikel 99a

Op de ambtenaar die op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijven de bepalingen uit het Besluit algemene rechtspositie politie waarin sprake is van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing, zoals deze luidden op 28 december 2005.

Artikel 99i

  1. Individuele of persoonsgebonden rechten, toegekend bij besluit van het bevoegd gezag, blijven bij overgang naar een functie naar aanleiding van de invoering van het LFNP in stand.

  2. De ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak behoudt zijn aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak indien hij naar aanleiding van de invoering van het LFNP, overgaat naar een administratief technische functie.

Artikel 99k

  1. De artikelen 55y en 55o, zoals die luidden direct voorafgaand aan 1 juni 2016, blijven van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van de reorganisatie Politiewet 2012 of enige andere voor 1 juni 2016 gestarte reorganisatie herplaatsingskandidaat wordt of is geworden.

  2. De artikelen 55aa en 55aaa, zoals die luidden direct voorafgaand aan 1 juni 2016, blijven van toepassing op de ambtenaar die voor 1 januari 2018 een verzoek als bedoeld in die artikelen heeft ingediend, ten gevolge waarvan op de vrijkomende formatieplaats een herplaatsingskandidaat als bedoeld in het eerste lid kan worden herplaatst.

  3. De artikelen 55y en 55o, zoals die luiden met ingang van 1 juni 2016, zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid.

  4. De artikelen 55aa en 55aaa, zoals die luiden met ingang van 1 juni 2016, zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 99m

De vermelding van de aanstelling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, de inzetbaarheid, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, of het vakgebied, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, tweede volzin, wordt de ambtenaar die uiterlijk op 30 juni 2018 is aangesteld eerst medegedeeld, indien sprake is van een wijziging van een ander in artikel 10, eerste lid, bedoeld gegeven, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.

Artikel 99n

Aanspraken die een vrijwillige ambtenaar had op grond van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie worden geacht te zijn gegrond op het Besluit rechtspositie vrijwillige politie zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoeging van rechtspositionele bepalingen omtrent politievrijwilligers en de intrekking van het Besluit rechtspositie vrijwillige ambtenaren van politie.

Artikel 100

  1. De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming.

  2. De artikelen 30 tot en met 30e zijn gedurende het eerste leerjaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet van toepassing op de aspirant, tenzij de aspirant voorafgaand aan dat leerjaar al aanspraak had op levensfase-uren.

  3. De artikelen 28a en 28b zijn niet van toepassing op de aspirant die vanaf 1 januari 2021 begint met een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding.

  4. De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en met eenentwintigste lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding en de vrijwillige ambtenaar in opleiding niet van toepassing.

  5. De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 30 tot en met 30e, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing.

  6. De artikelen 2a, 2b, 10, eerste lid, onderdelen h, i, en k, hoofdstukken III, met uitzondering van artikel 13b, IV, IV.a, V, Va, VI, artikelen 49c, 50, derde lid, 55, hoofdstuk VII.b, artikelen 61 tot en met 65, 70, derde lid, 75, 85, 88a, 88d, 89, eerste en zevende lid, 90, zevende en negende lid, 91, 92, derde lid, 94, eerste lid, onderdeel h en derde tot en met vijftiende lid, 95, tweede en derde lid, 97, 98 en 99a tot en met 99m zijn niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar.

Artikel 101

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen genoemd in dit besluit, met uitzondering van die, genoemd in artikel 51, tweede en derde lid.

Artikel 102

Het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958, het Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel 1958, het Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964, en de Rechtspositieregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of officier der rijkspolitie worden ingetrokken.

Artikel 102a

Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste en vierde lid en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.

Artikel 103

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Artikel 104

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit algemene rechtspositie politie.

← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie