Besluit algemene rechtspositie politie

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

Artikel 13a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 18-04-2026.
  1. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet en onverminderd artikel 30e, tweede lid, wordt op aanvraag van de ambtenaar

    1. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd;

    2. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.

  2. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar de gemiddelde arbeidstijd per week voor een lager percentage verminderd dan genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het aantal uren waarmee de arbeidstijd wordt verminderd ten minste 2 uren per week bedraagt.

  3. De ingevolge het eerste en tweede lid verminderde arbeidstijd wordt rekenkundig afgerond.

  4. De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, worden aangemerkt als verlof.

  5. Over de uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, wordt 50% ingehouden van het door de ambtenaar over die uren genoten salaris.

  6. Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld.

  7. Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten door beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

  8. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.

  9. Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.

  10. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

18-04-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-11-2025 Historisch 23-09-2025 Historisch 13-05-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 14-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 22-06-2024 Historisch 11-05-2024 Historisch 20-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 15-09-2022 Historisch 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 26-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-12-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 23-12-2020 Historisch 05-09-2020 Historisch 01-09-2020 Historisch 13-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2025.

Tekst van deze versie

  1. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet en onverminderd artikel 30e, tweede lid, wordt op aanvraag van de ambtenaar

    1. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd;

    2. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.

  2. Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar de gemiddelde arbeidstijd per week voor een lager percentage verminderd dan genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het aantal uren waarmee de arbeidstijd wordt verminderd ten minste 2 uren per week bedraagt.

  3. De ingevolge het eerste en tweede lid verminderde arbeidstijd wordt rekenkundig afgerond.

  4. De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, worden aangemerkt als verlof.

  5. Over de uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, wordt 50% ingehouden van het door de ambtenaar over die uren genoten salaris.

  6. Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld.

  7. Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten door beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

  8. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.

  9. Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.

  10. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie