-
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
de procedure is gericht tegen een melding en gestelde benadeling dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 55dj, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet bescherming klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
-
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt in verband met een melding of de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en
in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling verband houdt met een melding of het gevolg is van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
-
De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
-
Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Besluit algemene rechtspositie politie Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 26-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
- Artikel 55i
- Artikel 55ia
- Artikel 55ib
- Artikel 55j
- Artikel 55ja
- Artikel 55jb
- Artikel 55jc
- Artikel 55k
- Artikel 55l
- Artikel 55la
- Artikel 55lb
- Artikel 55m
- Artikel 55n
- Artikel 55o
- Artikel 55oa
- Artikel 55ob
- Artikel 55p
- Artikel 55q
- Artikel 55r
- Artikel 55ra
- Artikel 55s
- Artikel 55t
- Artikel 55u
- Artikel 55v
- Artikel 55w
- Artikel 55x
- Artikel 55y
- Artikel 55z
- Artikel 55aa
- Artikel 55aaa
- Artikel 55bb
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 59a
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 62a
- Artikel 62b
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 64a
- Artikel 65
- Artikel 65a
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 69a
- Artikel 69b
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 72a
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 75bis
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
§ 2.3
Artikel 55dn
-
De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, bedoeld in artikel 55dm, eerste en tweede lid, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
-
Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 55do
-
Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek.
-
Het bevoegd gezag kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
Artikel 55dp
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
Artikel 55dq
-
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 55dm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het bevoegd gezag voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 318,79 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 7.651,15, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding.
-
De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de consumentenprijsindex.