Besluit algemene rechtspositie politie Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 26-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

§ 1

Regels omtrent goed ambtelijk handelen

Artikel 55a

  1. De melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 vindt plaats op een door het bevoegd gezag te bepalen wijze.

  2. Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen.

  3. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.

Artikel 55b

  1. De melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Ambtenarenwet 2017 vindt plaats bij een door het bevoegd gezag aangewezen functionaris.

  2. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c en d, van de Ambtenarenwet 2017.

← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie