Besluit algemene rechtspositie politie Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 26-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie

Hoofdstuk VII

Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap

Artikel 49

De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden.

Artikel 49a

  1. Het bevoegd gezag verricht zijn taak met betrekking tot begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en de bepalingen in dit hoofdstuk.

  2. Onze Minister kan regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.

Artikel 49b

  1. Het bevoegd gezag is verplicht tijdig de maatregelen te treffen en voorschriften te geven die redelijkerwijs nodig zijn om de ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. In het kader van het vaststellen van passende arbeid is de eigen of een andere functie uit het LFNP, of een deel van één of meerdere functies uit het LFNP bepalend.

  2. Uit hoofde van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

  3. Indien vaststaat dat de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten en binnen het gezagsbereik van het bevoegd gezag geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert dat gezag de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid in een of meer functies bij een andere werkgever.

  4. De ambtenaar mag de eigen of andere passende arbeid eerst verrichten nadat de deskundige persoon of de arbodienst een op de desbetreffende ambtenaar betrekking hebbend medisch advies heeft gegeven.

Artikel 49c

De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, is verplicht:

  1. gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 49b, eerste lid;

  2. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 49b, tweede lid;

  3. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt.

Artikel 50

  1. De ambtenaar kan worden verplicht om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan:

    1. indien het bevoegd gezag gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar;

    2. indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid;

    3. ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht;

    4. voor zover dit noodzakelijk is ter voorbereiding van een beslissing naar aanleiding van de aanvraag om een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 51;

    5. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet publieke gezondheid een meldingsplicht geldt;

    6. om te beoordelen of de ambtenaar die de functie heeft van vlieger bij een landelijke eenheid lichamelijk en psychisch in staat is de functie van vlieger te blijven uitoefenen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt;

    7. om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 94, derde of vierde lid;

    8. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, zijn arbeid mag hervatten;

    9. voor zover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting;

    10. indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundige keuring is vereist als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, vijfde of zesde lid, of artikel 8, eerste lid, onderdeel c, of derde lid.

  2. Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet dan wel een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wanneer blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld, indien hem andere passende arbeid kan worden opgedragen.

  3. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij aangemerkt als ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval is hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie van toepassing.

Artikel 50a

  1. De ambtenaar kan worden verplicht een test af te leggen ter vaststelling van zijn fysieke conditie. Onze Minister stelt terzake van de test en voor welke categorieën ambtenaren dit geldt nadere regels vast.

  2. Bij ministeriële regeling zullen de gevolgen van het blijkens de afgelegde test uit het eerste lid niet beschikken over voldoende fysieke conditie voor de uitoefening van politietaken worden vastgesteld.

Artikel 51

  1. Het advies dat door de deskundige persoon of de arbodienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 50 van dit besluit, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en het bevoegd gezag bekendgemaakt.

  2. De ambtenaar kan de deskundige persoon of de arbodienst binnen vijf dagen na ontvangst van het medisch advies, schriftelijk een hernieuwd onderzoek vragen indien hij bedenkingen heeft tegen het medisch advies. Gedurende de behandeling van zijn bedenkingen, behoeft de ambtenaar aan het medisch advies geen gevolg te geven. De deskundige persoon of de arbodienst stelt het bevoegd gezag in kennis van een ingediend verzoek om een hernieuwd onderzoek.

  3. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek om een hernieuwd onderzoek, doch uiterlijk binnen vier weken, vindt het hernieuwd onderzoek door een commissie van drie artsen plaats.

  4. Op verzoek van de ambtenaar wordt zijn behandelend arts in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk zijn mening aan de commissie van drie artsen kenbaar te maken.

  5. De kosten van het hernieuwde onderzoek komen voor rekening van het bevoegd gezag. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen.

  6. Bij de bekendmaking van het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar schriftelijk gewezen op de in het tweede lid genoemde mogelijkheid, met vermelding van de termijn waarbinnen het hernieuwde onderzoek kan worden gevraagd en het orgaan waaraan het verzoek moet worden gericht.

Artikel 52

  1. De leden van de commissie bedoeld in artikel 51, derde en vierde lid, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door het bevoegd gezag. De arts die het medisch advies heeft uitgebracht waarvan herziening wordt gevraagd, heeft in de commissie geen zitting.

  2. De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan:

    1. de ambtenaar,

    2. het bevoegd gezag, en

    3. de behandelend arts, bedoeld in artikel 51, vierde lid.

Artikel 53

In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met ziekte die de ambtenaar voor zichzelf en zijn medebelanghebbenden heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling wordt voorzien en deze kosten redelijkerwijze niet te zijnen laste kunnen blijven. Het bevoegd gezag kan over de uitvoering van dit artikel regels vaststellen.

Artikel 53a

  1. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar die gezondheidsklachten heeft met het vermoeden dat deze beroepsgerelateerd zijn, meldt deze, indien zij leiden tot verzuim of schade, zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag.

  2. De melding, bedoeld in het eerste lid, geeft, onverminderd artikel 53b, vierde lid, rechtstreeks aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.

  3. Het bevoegd gezag stelt op basis van de melding, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast dat in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, tenzij het bevoegd gezag gemotiveerd besluit dat dit niet het geval is.

  4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op aspiranten en vrijwilliger-aspiranten bij wie de gezondheidsklachten in overwegende mate voortkomen uit ongeschiktheid voor de dienst als bedoeld in artikel 89, vierde lid, onder a of e, van het Barp. Hierover wordt binnen drie maanden na de melding, bedoeld in het eerste lid, besloten. Indien van ongeschiktheid voor de dienst sprake is, is er geen aanspraak op vergoeding van de schadeposten, genoemd in deze paragraaf.

  5. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar behoudt in het geval in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten.

  6. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het tweede lid eindigt na het besluit dat geen sprake is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge het derde lid.

  7. De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het vijfde lid eindigt na:

    1. het besluit dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge in artikel 53d, eerste lid;

    2. een besluit op grond van artikel 53g, vierde lid.

Artikel 53b

  1. De schadeposten, bedoeld in artikel 53a, tweede en vijfde lid, zijn:

    1. kosten van gezondheidskundige behandeling en gezondheidskundige verzorging;

    2. kosten van huishoudelijke hulp en extra kinderopvang;

    3. kosten van verlies aan zelfwerkzaamheid;

    4. smartengeld.

  2. Een vrijwillige ambtenaar heeft, naast de schadeposten, genoemd in het eerste lid, aanspraak op vergoeding van de schade door het niet verstrekken van de vergoeding, bedoeld in artikel 75bis.

  3. In geval er sprake is van schade met een dringend karakter en substantiële gevolgen voor de ambtenaar of de gewezen ambtenaar, die niet valt onder de schadeposten, bedoeld in het eerste lid, dan wel de vergoeding van die schadeposten overschrijdt, wordt door het bevoegd gezag op verzoek van de ambtenaar een voorziening getroffen.

  4. Bij ministeriële regeling worden de uitgangspunten bij en berekening van de vergoeding van de in het eerste en tweede lid genoemde schadeposten en de in het derde lid bedoelde schade geregeld en kunnen aan het tot gelding brengen ervan voorwaarden worden gesteld.

Artikel 53c

  1. Het bevoegd gezag besluit of sprake is van een medische eindsituatie:

    1. op verzoek van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar binnen drie maanden na dat verzoek; of

    2. uiterlijk drie jaar na de in artikel 53a, tweede lid, bedoelde melding met de mogelijkheid tot een verlenging van deze termijn met ten hoogste twee jaar.

  2. Het bevoegd gezag draagt de kosten van de vaststelling van een medische eindsituatie.

Artikel 53d

  1. Na vaststelling van de medische eindsituatie of, wanneer de medische eindsituatie op dat moment nog niet is bereikt, vijf jaar na de in artikel 53a, eerste lid, bedoelde melding, besluit het bevoegd gezag of, ten aanzien van de gezondheidsklachten op dat moment in overwegende mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

  2. Het bevoegd gezag kan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar ten behoeve van de besluitvorming in het tweede lid om aanvullende informatie vragen.

  3. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar heeft in het geval in overwegende mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd artikel 53e, tweede lid, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53e, eerste lid, genoemde schadeposten.

  4. De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar heeft in het geval dat niet in overwegende mate, maar wel in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, gedeeltelijke aanspraak op vergoeding van de in artikel 53e genoemde schadeposten.

  5. De schadevergoeding, bedoeld in het derde en vierde lid, ziet op schade die is, wordt of zal worden geleden ten gevolge van de gemelde beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

  6. Bij ministeriële regeling worden over de gedeeltelijke aanspraak en de berekening daarvan regels gesteld.

Artikel 53e

  1. De schadeposten, bedoeld in artikel 53d, derde en vierde lid, zijn:

    1. verlies aan verdienvermogen;

    2. kosten van gezondheidskundige behandeling en gezondheidskundige verzorging;

    3. kosten van huishoudelijke hulp;

    4. kosten van verlies aan zelfwerkzaamheid;

    5. zorgschade;

    6. smartengeld;

    7. overige schadeposten.

  2. Bij ministeriële regeling worden de uitgangspunten bij en berekening van de vergoeding van de in het eerste lid genoemde schadeposten geregeld en kunnen aan het tot gelding brengen ervan voorwaarden worden gesteld.

Artikel 53f

In geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar is komen te overlijden en dit overlijden is in overwegende mate beroepsgerelateerd, hebben de weduwe of weduwnaar en de kinderen tot de leeftijd van 21 jaar voor wie de ambtenaar of de gewezen ambtenaar krachtens wettelijke verplichting in het levensonderhoud voorzag aanspraak op een schadevergoeding voor het derven van levensonderhoud, de kosten van lijkbezorging en een tegemoetkoming in het nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat. Bij ministeriële regeling worden hierover regels gesteld.

Artikel 53g

  1. Het bevoegd gezag en de ambtenaar of de gewezen ambtenaar voeren overleg over de uitgangspunten bij de vergoeding van de schadeposten op grond van artikel 53e.

  2. Dit overleg vindt plaats:

    1. nadat het besluit is genomen dat de medische eindsituatie is bereikt, of,

    2. vijf jaar na de in artikel 53a, eerste lid, bedoelde melding, wanneer de medische eindsituatie op dat moment nog niet is bereikt. In dat geval vindt de bepaling van de uitgangspunten bij de schadevergoeding plaats naar de stand van zaken en verwachtingen voor de toekomst op dat moment.

  3. Het overleg, bedoeld in het eerste lid, resulteert in een schadevergoedingsvoorstel van het bevoegd gezag.

  4. Het totale bedrag aan schadevergoeding wordt uiterlijk binnen een jaar na de situaties beschreven in het tweede lid, door het bevoegd gezag eenmalig vastgesteld, tenzij partijen een later moment overeenkomen.

  5. Het bedrag wordt ineens uitgekeerd, tenzij de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar verzoekt om periodieke uitbetaling.

  6. De vergoeding van de schadepost, bedoeld in artikel 53e, eerste lid, onderdeel b, blijft uitgezonderd van de eenmalige vaststelling, bedoeld in het vierde lid, zolang de ambtenaar in dienst is.

  7. In afwijking van het vierde lid kunnen partijen overeenkomen dat bij de vaststelling van het totale bedrag aan schadevergoeding één of meerdere schadeposten worden aangewezen waarvoor de eenmalige vaststelling niet geldt, indien er een reële kans op verergering van de beperkingen als gevolg van de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten op langere termijn bestaat, die vermoedelijk leidt tot grotere schade.

  8. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de situaties beschreven in het zesde en zevende lid.

Artikel 53h

  1. Indien artikel 53g, vierde lid, nog geen toepassing heeft gevonden, informeert de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar het bevoegd gezag op het moment dat:

    1. de op grond van artikel 53a, eerste lid, gemelde gezondheidsklachten verergeren;

    2. hij nieuwe gezondheidsklachten ondervindt, waarvan hij vermoedt dat deze klachten verband houden met de eerder gemelde gezondheidsklachten, tenzij het psychische gezondheidsklachten betreffen terwijl in eerste instantie fysieke gezondheidsklachten zijn gemeld of andersom;

    3. hij nieuwe gezondheidsklachten ondervindt, waarvan hij vermoedt dat die voortvloeien uit dezelfde schadeveroorzakende gebeurtenis, tenzij het psychische gezondheidsklachten betreffen terwijl in eerste instantie fysieke gezondheidsklachten zijn gemeld of andersom.

  2. In het geval de gezondheidsklachten waarover de ambtenaar of gewezen ambtenaar het bevoegd gezag op grond van het eerste lid heeft geïnformeerd, volgens het bevoegd gezag geen verband houden met de eerder gemelde gezondheidsklachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, besluit het bevoegd gezag op de ontvangen informatie als ware er sprake van een nieuwe melding als bedoeld in artikel 53a, eerste lid.

  3. Indien artikel 53g, vierde lid, nog geen toepassing heeft gevonden en de ambtenaar of gewezen ambtenaar ondervindt nieuwe gezondheidsklachten met het vermoeden dat deze beroepsgerelateerd zijn, maar er geen sprake is van een verband als bedoeld in het eerste lid, meldt hij deze conform artikel 53a, eerste lid.

  4. Gezondheidsklachten die geen verband houden met de eerdere gemelde gezondheidsklachten worden in een aparte procedure behandeld conform de artikelen 53a tot en met 53e.

  5. In het overleg, het schadevergoedingsvoorstel en het totale bedrag aan schadevergoeding, bedoeld in artikel 53g, eerste respectievelijk derde en vierde lid, kan het bevoegd gezag zowel de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, als de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, bedoeld in het derde lid van dit artikel betrekken.

Artikel 54

  1. De kosten van beroepsmatig verleende juridische bijstand komen voor tegemoetkoming in aanmerking in het geval:

    1. het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in enige mate als bedoeld in artikel 53a, derde lid;

    2. het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in overwegende mate als bedoeld in artikel 53d, eerste lid;

    3. het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten als bedoeld in artikel 53d, eerste lid.

  2. De kosten voor beroepsmatig verleende juridische bijstand, zowel tussentijds als definitief, ten behoeve van het begroten, berekenen en vergoeden van de schadeposten, bedoeld in de artikelen 53d, derde, vierde en vijfde lid en 53e, komen voor vergoeding in aanmerking.

  3. Bij ministeriële regeling wordt nader ingevuld wat onder beroepsmatig verleende juridische bijstand wordt verstaan.

  4. Bij ministeriële regeling worden over de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, en de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, regels gesteld. Voor de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt daarin een maximaal tarief en een maximaal aantal uren gesteld.

Artikel 54a

  1. Een ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar kan op kosten van het bevoegd gezag extern medisch, arbeidskundig of rekenkundig advies inwinnen indien sprake is van een situatie als genoemd in artikel 54, eerste lid, of in de fase van overleg, bedoeld in artikel 53g, eerste lid.

  2. Het externe advies wordt op verzoek van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar aan het bevoegd gezag verstrekt. Het bevoegd gezag weegt dit advies mee in de besluitvorming.

  3. Ter uitvoering van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.

Artikel 54b

Bij ministeriële regeling wordt onverminderd artikel 53f, bepaald in welke gevallen een echtgenoot of inwonend gezinslid van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten recht kunnen doen gelden op een vergoeding van kosten die in relatie staan tot de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

Artikel 54c

Het bevoegd gezag kan artikelen uit paragraaf 2 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar dat deze artikelen beogen te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 55

  1. De ambtenaar die zwangerschaps- en bevallingsverlof geniet als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt, in afwijking van die bepaling, haar volledige bezoldiging.

  2. Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar recht heeft op een financiële tegemoetkoming op grond van de Wet arbeid en zorg, en deze tegemoetkoming rechtstreeks wordt uitbetaald aan de ambtenaar, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming.

← terug naar Besluit algemene rechtspositie politie