-
Bij ten minste een volledige betrekking of deelbetrekkingen met een gezamenlijke omvang van ten minste 36 uur per week heeft de ambtenaar aanspraak op 53,8 levensfase-uren per kalenderjaar.
-
Bij een deelbetrekking wordt de aanspraak op levensfase-uren van de ambtenaar vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking.
-
Indien de betrekkingsomvang in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op levensfase-uren over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe betrekkingsomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de betrekkingsomvang verworven aanspraak op levensfase-uren blijft ongewijzigd.
-
Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op levensfase-uren vastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat kalenderjaar.
-
Over kalendermaanden gedurende welke in het geheel geen dienst wordt verricht, met uitzondering van de eerste kalendermaand, bestaat geen aanspraak op levensfase-uren. Over kalendermaanden gedurende welke gedeeltelijk dienst wordt verricht, bestaat slechts aanspraak op levensfase-uren naar evenredigheid van het aantal uren waarop feitelijk dienst wordt verricht.
-
Het vijfde lid is niet van toepassing indien:
geheel geen of gedeeltelijk dienst wordt verricht wegens:
- 1°
opname teveel gewerkte uren;
- 2°
verleende vakantie;
- 3°
niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte;
- 4°
ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;
- 5°
zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;
- 6°
verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
- 7°
verlof van korte duur verleend op basis van de artikelen 35, 36 of 37 of artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;
- 8°
adoptieverlof als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;
- 9°
minder werken als bedoeld in artikel 28b;
- 10°
opname van levensfase-uren;
- 11°
aanvullend geboorteverlof als bedoeld in artikel 4:2a, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;
- 12°
schorsing of buitenfunctiestelling op grond van artikel 84, eerste respectievelijk tweede lid; of
- 1°
het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht.
-
Artikel 20 is van overeenkomstige toepassing.
Besluit algemene rechtspositie politie Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 26-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk Ia Elektronische berichtgeving
Hoofdstuk II Aanstelling
Hoofdstuk III Arbeids- en rusttijden
Hoofdstuk IV Vakantie
Hoofdstuk IV.A Individuele keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden
Hoofdstuk V Verlof
Hoofdstuk V.a Levensfase-uren
Hoofdstuk VI Buitengewoon verlof
Hoofdstuk VII Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en enkele overige bepalingen in verband met ziekte, beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en zwangerschap
Hoofdstuk VII.a Integriteit
Hoofdstuk VII.b Voorzieningen bij reorganisaties
- Artikel 55i
- Artikel 55ia
- Artikel 55ib
- Artikel 55j
- Artikel 55ja
- Artikel 55jb
- Artikel 55jc
- Artikel 55k
- Artikel 55l
- Artikel 55la
- Artikel 55lb
- Artikel 55m
- Artikel 55n
- Artikel 55o
- Artikel 55oa
- Artikel 55ob
- Artikel 55p
- Artikel 55q
- Artikel 55r
- Artikel 55ra
- Artikel 55s
- Artikel 55t
- Artikel 55u
- Artikel 55v
- Artikel 55w
- Artikel 55x
- Artikel 55y
- Artikel 55z
- Artikel 55aa
- Artikel 55aaa
- Artikel 55bb
Hoofdstuk VIII Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 59a
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 62a
- Artikel 62b
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 64a
- Artikel 65
- Artikel 65a
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 69a
- Artikel 69b
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 72a
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 75bis
Hoofdstuk IX Straffen
Hoofdstuk X Schorsing en ontslag
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Bijlage II bij artikel 55ia, derde lid, Besluit algemene rechtspositie politie
Hoofdstuk V.a
Artikel 30a
-
Levensfase-uren kunnen worden opgenomen in het kalenderjaar waarin de aanspraak hierop is ontstaan of in daaropvolgende kalenderjaren.
-
In afwijking van het eerste lid kan de aspirant geen levensfase-uren opnemen.
-
Het recht om levensfase-uren op te nemen verjaart niet.
Artikel 30b
-
Levensfase-uren kunnen uitsluitend worden opgenomen in de vorm van verlof.
-
Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek tot opname van levensfase-uren, mits de ambtenaar het verzoek indient met inachtneming van een redelijke termijn voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van de opname en gewichtige redenen van dienstbelang zich niet tegen de opname verzetten.
-
Het verleende verlof kan worden ingetrokken, wanneer gewichtige redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. In dat geval komt een dag, waarop de ambtenaar dientengevolge slechts gedeeltelijk verlof heeft genoten, niet in aanmerking bij het berekenen van het aantal genoten levensfase-uren.
-
Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van het verlof geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed.
-
In het kalenderjaar waarin de ambtenaar meer uren als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, werkt, kunnen geen levensfase-uren worden opgenomen.
-
Bij opname van levensfase-uren voor een aaneengesloten periode direct voorafgaande aan een ontslag op grond van artikel 88d of 94, eerste lid, onderdeel h, worden de vakantie-uren en levensfase-uren die over die periode worden opgebouwd, alsmede overige, nog niet opgenomen vakantie-uren, direct voorafgaand aan die periode opgenomen.
-
Ziekte van de ambtenaar schort de opname van levensfase-uren op, tenzij het betreft ziekte in de periode, bedoeld in het zesde lid.
Artikel 30c
-
De totale aanspraak van de ambtenaar op levensfase-uren, vakantie-uren op grond van hoofdstuk IV, de op grond van artikel 26b van het Besluit bezoldiging politie verkregen vakantie-uren en verlofuren op grond van artikel 12f van het Besluit bezoldiging politie mag, op 31 december van enig kalenderjaar, het maximum, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel r, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet te boven gaan.
-
Indien het maximum, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van enig kalenderjaar wordt overschreden, vervalt per die datum, zonder financiële compensatie, het aantal levensfase-uren dat nodig is om op dat maximum te komen.
Artikel 30d
-
Bij ontslag, anders dan ontslag op grond van artikel 88d of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of h, wordt de helft van het aantal levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, uitbetaald.
-
Bij ontslag op grond van artikel 88d of artikel 94, eerste lid, onderdeel h, worden levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, niet uitbetaald.
-
Bij ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e of f, dan wel overlijden van de ambtenaar worden de levensfase-uren, waarop hij op de ontslagdatum aanspraak heeft dan wel op de dag van overlijden aanspraak had, uitbetaald.
-
Voor ieder uit te betalen levensfase-uur wordt een vergoeding toegekend ter hoogte van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.
-
Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel levensfase-uren heeft opgenomen, is hij voor ieder teveel opgenomen uur een bedrag verschuldigd ter hoogte van het salaris per uur, dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.
Artikel 30e
-
Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar die:
op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder maar nog geen 55 jaar oud was en die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te willen maken op levensfase-uren;
op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was;
wordt bedoeld in artikel 88a.
-
De artikelen 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.
-
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de in dat lid bedoelde ambtenaar die op 1 januari 2023 in dienst was, tot 1 juli 2023 geen aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van artikel 13a, en in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt met ingang van 1 juli 2023 alsnog aanspraak te willen maken op levensfase-uren.